Prietpraat

Ook Nijntje ontkomt niet aan ouder worden, al is het haar niet zo aan te zien als ons πŸ™ Fris en vrolijk als altijd en ondanks haar 60 jaren, staat ze nu overal in Utrecht, op verschillende manieren versierd. Zoals deze op het Domplein, waar Nijntje een echt Hollands vestje draagt.
Gisteren zag ik haar daar, terwijl een klein meisje er naar stond te kijken met haar opa en oma. Opa legde uit dat er nog veel meer Nijntjes te zien zijn, dat er zelfs een museum voor haar bestaat. “Gaan we daar naar toe, opa?” “Nee”, zei opa, “dat doen we later nog wel eens een keertje!” “Oh ja, natuurlijk, dat doen we als ik oud ben, hΓ¨?

 

Tijd

Als je jong bent, is tijd iets heel anders dan als je ouder wordt.Β  De bevrijding, in 1960 nog maar 15 jaar terug, leek mij toen een eeuwigheid geleden.

En hoe keek je naar je ouders? Ik was een nakomertje, dus mijn ouders waren al stokoud in mijn ogen. Maar mensen van 30, och hemel, die leken toch ook al tamelijk bejaard. Pas later, met zelf kinderen en een leeftijd met meerdere kruisjes, besefte ik dat mijn ouders toen echt nog niet zo bejaard waren als ik dacht.

In de ogen van onze kinderen waren wij natuurlijk ook niet meer zo jong als we ons voelden. Toen jongste op de kleuterschool zat, werd ik een keer apart genomen door de juf. Ze vertelde me dat er iets in de kring besproken was. Onze jongste had toen gezegd: “Ja dat is lang geleden, want toen was mijn moeder nog jong”. “Wanneer was dat dan wel?” “Nou”, sprak de wijsneus, “in de Middeleeuwen of zo”.

Motivatie

Β  Je hoeft niet elke dag enthousiast uit bed te springen en te roepen “ha fijn, ik mag weer gaan werken!”

Maar zo’n ongemotiveerde sticker op je auto plakken, is dan weer het andere uiterste.

Ach misschien heeft die man wel een wereldbaan, maar wil ie het niet weten voor de buren πŸ˜‰ πŸ˜‰

 

Voorlezen

 

Onze kinderen waren nog maar een paar maanden, maar toen al gingen ze ’s avonds niet eerder slapen voordat er was voorgelezen. Zelf een boek kiezen konden ze natuurlijk nog niet, maar ik koos voor hen Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt. Elke avond een verhaaltje. En toen het boek uit was, moest ik het opnieuw voorlezen. En daarna nog eens en nog eens. Dat was helemaal geen straf, want ik vond het boek zelf zo leuk. Later kwamen daar Pluk van de Petteflet en Otje bij. En de gedichtjes van Annie. Heerlijk.Nu las ik laatst op Facebook dat ook kindertjes in India de avonturen van de twee kleuters kunnen volgen, want Jip en Janneke is in het Hindi uitgegeven.

Grappig dat de verhaaltjes en tekeningen zo universeel en tijdloos zijn.

 

 

Gedichtje

Zo nu en dan een gedichtje, dat lees ik graag. Geen hoogdravende poΓ«zie, waar kop noch staart aan zit, maar begrijpelijke woorden, liefst op rijm. En graag iets om te (glim)lachen πŸ˜‰

Oh ja, er zijn gedichten op rouwkaarten die je raken tot in het diepst van je ziel. Maar dat hoort dan ook een bijzondere gebeurtenis.

Dit gedichtje is gewoon leuk, omdat het onze dromen een gezicht geeft. Want wie wou er nou nooit eens held worden?
Wil je tekst beter lezen, klik dan op de foto om te vergroten!

Bron: Plint

 

 

 

 

 

Gebreken

Als je jong bent, wil je wat. Als je ouder wordt, krijg je wat.

Zoals PHPD, oftewel “pijntje hier, pijntje daar”. Mijn gewrichten kraken en mijn rug wordt stram. Ook heb ik steeds vaker moeite om de kleine lettertjes in de krant en op computer en smartphone te lezen. Tijd voor een leesbril dus. Het werd deze, in een vrolijk roze kleurtje. Want als ik dan aan de ouderdomskwaaltjes toe ben, dan wel op een vrolijke manier. Β 

Voortaan zie ik lees ik alles door een roze bril πŸ˜‰ πŸ˜‰ πŸ˜‰