Poster

Het kleinste kamertje kan best een beetje gezellig aangekleed worden. Alleen een verjaardagskalender aan de deur is toch een beetje kaal.
Toen wij nog in een flat woonden, hing deze poster bij ons op het toilet. Levensgroot, want hij besloeg zowat de hele wand. En wat had mijn moeder daar een hekel aan. Telkens weer vroeg ze of die plaat er moest blijven hangen. “Toch geen gezicht”, vond ze. Maar wij vonden het leuk en dus bleef hij. Tot we gingen verhuizen en toe waren aan iets nieuws. De poster, die vakkundig op karton was geplakt, werd in de hal gezet. Wie hem hebben wou, mocht hem meenemen. Hij heeft er niet lang gestaan πŸ˜‰

Bron: https://www.liveauctioneers.com

 

Lekker

Dit is een typisch Rotterdams plaatje! Een beetje sombere dag, op het Binnenwegplein.
Mensen op bankjes, met in hun hand een grote zak met echte Rotterdamse patat. Van Bram Ladage, die een grote friettent heeft op het plein. Met een enorm blik cola als aandachtspunt. Je kunt hem bijna niet missen. En er omheen dus altijd een heleboel mensen, een beetje gebogen over hun friet. “Ladage bocheltjes” noemen we dat thuis. Maar dat weten deze mensen natuurlijk niet πŸ˜‰ πŸ˜‰ πŸ˜‰
Hier geen chique terrassen, geen dure glazen wijn of luxe bier. Gewoon, op z’n Rotterdams. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. πŸ˜‰ πŸ˜‰ πŸ˜‰

Punten en komma’s

Het ontbreken of het toevoegen van een komma kan de tekst helemaal veranderen. Vorige week kwam dat nog eens duidelijk naar voren bij een vraag in Twee voor Twaalf. Kijk maar naar het voorbeeld hiernaast. Β 

Onderstaande tekst las ik afgelopen vrijdag in NRC Next. Het artikel ging over de op staande voet ontslagen topman van de NS en zijn kansen op een nieuwe baan.


Bedoelde de journalist nou dat ie de pot op kan? Of was hij een streepje vergeten?

Managers

Een internationaal bedrijf nam een groepje kannibalen in dienst. “Jullie maken nu deel uit van een team”, zei de manager in zijn welkomstwoord. “Verpest de boel nou niet door collega’s op te gaan eten.” Dat beloofden de kannibalen. Een maand later kwam de manager weer naar hen toe. “Iedereen is zeer tevreden over jullie werk. Alleen, we zijn een secretaresse kwijt. Weten jullie daar iets van?”
De kannibalen schudden hun hoofd. Nadat de baas weg was, richtte het stamhoofd zich tot zijn stamgenoten. “Stommelingen! Nou eten we al wekenlang managers en niemand die dat opvalt. Maar welke halve gare heeft een secretaresse gesnaaid?”

(bron: Het Beste-Lachen is gezond)

Prietpraat

Ook Nijntje ontkomt niet aan ouder worden, al is het haar niet zo aan te zien als ons πŸ™ Fris en vrolijk als altijd en ondanks haar 60 jaren, staat ze nu overal in Utrecht, op verschillende manieren versierd. Zoals deze op het Domplein, waar Nijntje een echt Hollands vestje draagt.
Gisteren zag ik haar daar, terwijl een klein meisje er naar stond te kijken met haar opa en oma. Opa legde uit dat er nog veel meer Nijntjes te zien zijn, dat er zelfs een museum voor haar bestaat. “Gaan we daar naar toe, opa?” “Nee”, zei opa, “dat doen we later nog wel eens een keertje!” “Oh ja, natuurlijk, dat doen we als ik oud ben, hΓ¨?

 

Tijd

Als je jong bent, is tijd iets heel anders dan als je ouder wordt.Β  De bevrijding, in 1960 nog maar 15 jaar terug, leek mij toen een eeuwigheid geleden.

En hoe keek je naar je ouders? Ik was een nakomertje, dus mijn ouders waren al stokoud in mijn ogen. Maar mensen van 30, och hemel, die leken toch ook al tamelijk bejaard. Pas later, met zelf kinderen en een leeftijd met meerdere kruisjes, besefte ik dat mijn ouders toen echt nog niet zo bejaard waren als ik dacht.

In de ogen van onze kinderen waren wij natuurlijk ook niet meer zo jong als we ons voelden. Toen jongste op de kleuterschool zat, werd ik een keer apart genomen door de juf. Ze vertelde me dat er iets in de kring besproken was. Onze jongste had toen gezegd: “Ja dat is lang geleden, want toen was mijn moeder nog jong”. “Wanneer was dat dan wel?” “Nou”, sprak de wijsneus, “in de Middeleeuwen of zo”.

Motivatie

Β  Je hoeft niet elke dag enthousiast uit bed te springen en te roepen “ha fijn, ik mag weer gaan werken!”

Maar zo’n ongemotiveerde sticker op je auto plakken, is dan weer het andere uiterste.

Ach misschien heeft die man wel een wereldbaan, maar wil ie het niet weten voor de buren πŸ˜‰ πŸ˜‰