Gedicht

Ik kreeg een schattig dichtbundeltje van Annie M.G. Schmidt, met daarin veel al heel bekende gedichtjes, maar ook die ik nog niet kende. Zoals dit:

Biologie
O, juffrouw Beekman, was u maar eencellig.
Dan kon de liefde u zoveel niet schelen.
Dan zoudt u zich gewoon in tweeën delen.
Ik geef wel toe: het is niet zo gezellig

maar heel erg praktisch. Zo’n eencellig wezen
hoeft nooit een ander wezen te aanbidden;
het deelt zich op een dag pardoes doormidden.
U kunt dat immers in de boeken lezen.

Terwijl u, met uw veertienbiljoen cellen
zo treurig in de lunchroom zit te wachten.
O juffrouw Beekman, ’t is al over achten.
Hij komt niet meer. Hij had toch kunnen bellen?

Hij komt niet meer. En toch, hij zei zo stellig…
O juffrouw Beekman, was u maar eencellig.

Annie M.G. Schmidt

 gedicht

 

Ech Rotterdams

Het is niet bepaald een mooi taaltje, dat Rotterdams dialect. Rotterdammers laten nog al eens een lettertje weg, het knauwt een beetje en het zingt. En hoe netjes ik ook probeer te praten, je schijnt het altijd aan mij te kunnen horen. Nou ja, geen wonder want als kind kon ik een prima vertolking van “Alie Cyaankali” laten zien. Al snapte ik geen jota van de tekst, het kwam wel met Rotterdamse tongval over het voetlicht.

Gisteren liepen we op de Kruiskade, waar ik deze sticker op een deur geplakt zag. En die wilde ik jullie toch echt even laten zien:

mei-blog-20

 

Zeur niet…

Dankzij De Sandwich vond ik de link naar dit stukje omroepgeschiedenis. Technisch niet meer helemaal perfect, maar wat heb ik heerlijk liggen kijken naar dit stuk Nederlands cabaret. Het duurt meer dan 40 minuten, maar het eerste nummer alleen al is de moeite waard!