
Bron: Google foto’s
Als ik op de smalle plank van de bestraling lig, vraagt de verpleegkundige of ik goed lig. “Nou, het kon beter” zeg ik. Die plank is smal, hard en het “kussen” onder mijn hoofd is in feite een stuk hard plastic. Daarbij liggen mijn armen boven mijn hoofd in houders. Je kunt geen kant op. Maar goed, het is maar voor even en ik begrijp natuurlijk best dat het niet anders kan. Dan zeg ik dat ik eigenlijk drie wensen heb: een lekker kussentje, een gezellig muziekje en na afloop een gebakje.
De verpleegkundige zegt: “Dat gebakje kan ik wel regelen. De rest helaas niet”.
Als ze na afloop weer binnen komt, vraagt ze of ik van appeltaart hou. Ik lach en zeg dat ik alles lekker vind. En dan haalt ze in een spuugbakje, in keukenrol gewikkeld een punt appeltaart tevoorschijn. Ik moet hem onder mijn vest verbergen, want anders wil elke patiënt zoiets. Ik schater het uit en zeg dat ik het echt niet zo letterlijk heb bedoeld, maar dat manlief en ik het lekker zullen opeten. En dat doen we, dicht bij het Erasmus MC, op een bankje in de zon, ’s morgens om kwart voor negen. En bij gebrek aan een mes, snij ik de punt in tweeën met een bankpasje. Dat is toch lachen…!

Gek toch, dat je gedachten soms in één keer totaal omdraaien. Een tijdje geleden stond ik weer eens op de weegschaal. Die staat op zolder, zodat ik niet elke dag in de verleiding kom er op te gaan staan en te zien dat ik toch niet ben afgevallen. Maar deze keer bleek ik ineens zomaar een kilo minder te wegen. Eén hele kilo!! “Zo, eindelijk toch succes”, dacht ik bij mezelf.
De natuur is wonderschoon. Alles wat groeit en bloeit kan me blijven verbazen. Kijk nou naar deze waterlelie, die zich deze week in onze vijver ontvouwde.
Eerst zag ik alleen maar de bedelbrief op de deurmat liggen. Maar toen ik de huisdeur dicht deed, viel mijn oog opeens op dit.




In 1954 werd mijn vader (toen 51 jaar) niet lekker op zijn werk. Hij ging op de fiets naar huis, liep de trap op en ging naar bed. De dokter constateerde dat mijn vader een hartinfarct had. Al heette dan toen nog niet zo. Papa moest zes weken volkomen rust houden. Hij mocht zich zo min mogelijk bewegen, het bed mocht niet verschoond worden, hij mocht er niet uit om zich te wassen. Roken in bed vond mijn moeder niet goed, dus stopte hij daar noodgedwongen mee. Na die zes weken stak hij toch weer een sigaretje op, want dat vond mijn moeder veel gezelliger dan een niet rokende man.
Dan begint het lange wachten. Eerst naar de echo voor een locatiebepaling en dan wachten tot je naar de OK gereden wordt. Dat liep een beetje uit, maar daar heb ik alle begrip voor. Van de hele operatie merk je niks, je bent in slaap voordat je ook maar gapen kunt. En dan word je met zachte hand weer wakker gemaakt. Het viel me ook nu weer mee. Nauwelijks pijn, geen misselijkheid. En ’s avonds had men voor mij zelfs al een lekkere maaltijd klaargemaakt. Geen klachten dus.