Zelfgemaakt

De laatste weken zit ik op woensdagavond aan de buis gekluisterd vanwege “Heel Holland Bakt”. Ik ben sowieso al een fan van kook-en bakprogramma’s. Ik volg het dan ook met oplopende spanning, want wie zou er nou “beste thuisbakker” van Nederland worden?
Het programma heeft zelfs een eigen Facebook-pagina en daar las ik dat je je kon opgeven voor een bakworkshop bij jurylid Robèrt van Beckhoven. Die kans liet ik me niet ontglippen en zo stond ik dus gisteren in Oisterwijk met nog 15 andere cursisten klaar. Het verhaal over de workshop komt wat later.
Voordat het allemaal op gegeten zou zijn, maakte ik een foto: een meringuerol (naar recept van Narcis), aardbeiensoezen en een Winstonbrood.

Even niet letten op de lijn of zo, maar gewoon heerlijk genieten!

Lekker

Sinds een paar weken staar in mijn voortuintje een bak met verse tuinkruiden. Peterselie, basilicum, dille, selderij, koriander, kervel, munt en bieslook en nog een pot met rozemarijn, bonenkruid en tijm. Alles heerlijk vers en zo geplukt. Dat smaakt toch veel lekkerder dan gedroogd uit een potje. Nu maar hopen dat de zomer weer een beetje wil opschieten. Dan ga ik heerlijke gerechten maken, die geuren en smaken naar de zon 😉

 

Haring

Eindelijk, ze zijn er weer. Hollandse nieuwe. Mmmm, lekker met uitjes op een broodje.Vroeger kon je me er de deur mee uit jagen. Maar echtgenoot kun je er voor wakker maken en dus heb ik ook geleerd haringen te eten. De eerste nog heel voorzichtig, met meer tomaat en ui dan vis.  

Maar later kon ik de smaak ervan steeds beter waarderen. En nu loopt het water me in de mond, alleen al bij de gedachte aan zo’n lekker visje.

Heel speciaal

  Zo nu en dan niet heel verantwoord eten, dat doen we ook wel eens. Snel een burgertje halen, als we weg moeten of omdat je een beetje “hongerig” bent tijdens het winkelen. Maar het moet natuurlijk niet te gek worden. Dat je zo idolaat van dit soort eten bent, dat je ook je ogen opmaakt alsof het een hamburger is.

Al word je met zo’n oog make-up natuurlijk wel om rauw in te bijten!

Brood

Brood, je eet het iedere dag. Gewoonlijk halen we het bij de supermarkt of bij de bakker. Maar het is meestal toch niet wat wij echt lekker vinden. Zoals het brood in Frankrijk. Vers, knapperig, geurend.
Dus bakken we het nu (soms) zelf. Best wel wat werk, want je moet het deeg minstens 10 minuten kneden en dat is zwaar werk. En het kost tijd, want het moet wel 2x rijzen. In de tussentijd kun je dan wel wat anders doen. En dan gaat het in de oven en binnen no time geurt het hele huis.
Vorige week bakte ik deze broden, genoeg voor een paar dagen heerlijk eten.

Sint Jozef

Ik ben helemaal niet kerks opgevoed en heb dus ook niets met naamdagen. Maar op zoek naar dit recept, las ik dat het in Spanje vaak op 19 maart, de dag van Sint Jozef, wordt gegeten.
Wie wil, kan het dus nog maken voor het toetje van vanavond:

Creme Catalana (4 personen)
2,5 dl melk
2,5 dl room
75 gram suiker
20 gr. gram maizena
1 vanillestokje
1 kaneelstokje
Schil van 1 sinaasappel
4 eidooiers
(evt. een scheutje Grand Marinier)Breng de melk, met daarin sinaasappelschil, kaneelstokje, vanillestokje en steranijs langzaam aan de kook. Schenk eventueel een scheutje Grand Marnier bij de melk.
Neem een ruime mengschaal en doe er enkel de dooiers in. Klop ze even los met een garde.
 


(De eiwitten worden niet gebruikt. Bewaar ze voor een andere bereiding.) Giet er de suiker bij en klop de twee ingrediënten tot ze goed gemengd zijn. Voeg de maïzena toe en meng opnieuw.
Plaats een zeefje boven het eiermengsel en giet de warme kruidige melk erdoor, zodat de smaakmakers er uit gezeefd worden. Meng alles kort met de garde en giet de crème terug in de pan. Verhit op zacht vuur en blijf enkele minuten ononderbroken roeren met de garde, tot de crème voldoende gebonden is. (Vergelijkbaar met pudding.) Laat de crème heel even ‘bubbelen’ en zet het vuur af.
Schenk de warme ‘crema Catalana’ in éénpersoonsschaaltjes. Plaats de schaaltjes in de koelkast en laat de crema Catalana een paar uur opstijven.

Voor de afwerking strooi je er een dun laagje suiker op, die met een keukenbrandertjegoudbruin gebrand wordt.

EET SMAKELIJK!

(Bron: Dagelijkse kost)

Spruitjes

Bijna mijn hele leven heb ik een afschuw gehad van spruitjes. Als klein kind was ik al een lastige eter en spruitjes kon je helemaal niet aan me kwijt. Leo daarentegen vindt ze heerlijk. Helaas kreeg hij ze maar nauwelijks één keer per jaar, met de kerst. Dan was er altijd wel een andere groente die ik wel lustte. Maar met dit recept van 24Kitchen ben ik overstag. En ik weet nu dat je spruitjes maar heel kort (niet langer dan 8 minuten) moet koken.

Spruitenstamppot met rode uiencompote (4 pers.)

1 kg kruimige aardappels
600 g spruitjes
100 ml melk
75 g cashewnoten
75 g rucola
100 g fetakaas

Rode uiencompote
3 rode uien
Olijfolie om in te bakken
2 el balsamicoazijn
200 ml rode wijn
2 el honing of gembersiroop

Spruitjesstamppot
Breng een pan met water en een beetje zout aan de kook. Schil en snijd de aardappels in gelijke stukken. Kook de aardappels in circa 15 minuten gaar. Maak de spruitjes schoon.Kook de spruitjes de laatste 8 minuten mee met de aardappels. Giet de aardappels en spruitjes af en stoom ze droog.
Verwarm de melk. Rooster de cashewnoten circa 5 minuten in een droge koekenpan.
Pureer de aardappels en de spruitjes grof met een pureestamper en roer de melk erdoor. Meng de cashewnoten en de rucola er door breng op smaak met een beetje zout en peper.
 

Rode uiencompote
Pel en snijd de uien in halve ringen. Verhit een scheutje olie in een pan en fruit de ui circa 5 minuten. Schenk de balsamicoazijn en de rode wijn erbij en voeg de honing toe. Breng rustig aan de kook. laat circa 15 minuten op laag vuur koken tot er een stroperige uiencompote ontstaat. Breng op smaak met een beetje zout.

Verdeel de stamppot over borden en schep de uiencompote eroverheen. Snijd de fetakaas in blokjes en verdeel over de borden.

EET SMAKELIJK!


Hollands eten

Zoals ik vorige week al schreef, bezochten we de tentoonstelling “Lekker Joods” in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.
Heel veel Joodse gerechten hebben zich een plekje veroverd in onze eigen keuken. De bolus, boterkoek, ossenworst, zuurwaren en bagels, het was allemaal te zien in de tentoonstelling.

Maar op weg naar de tentoonstelling kwam ik dit bord tegen. En dat vind ik ook wel leuk. Want niet vaak kun je echt Hollandse (?) gerechten eten in een restaurant.
Wij hebben het hier niet geprobeerd, want we hadden al een afspraak bij de Japanner.
Dat was dus een internationaal culi-dagje!