Kate Greenaway

Op onze laatste dag in Londen wandelden we naar Hampstead, een luxe wijk met prachtige huizen. Een beetje de sfeer van Kralingen of Hillegersberg, maar dan veel Engelser.

Het was nog heel rustig en we konden dus op ons gemak de huizen uitgebreid bekijken. Op veel huizen in Groot Brittannië zijn blauwe borden aangebracht, waarop te lezen is wie er gewoond heeft of wat er in zo’n huis heeft plaats gevonden.

Bron: Wikipedia / De rattenvanger van Hamelen

Zo ook op dit huis. Het was te ver om te zien wat er op stond. Maar toen trok de naam van het huis mijn aandacht. “Greenaway House”…. wie zou daar hebben gewoond? Ergens rinkelde een belletje in mijn hoofd.

Thuis zocht ik het op en ja, Kate Greenaway, die kende ik wel. Van haar tekeningen, zoals bij de Rattenvanger van Hamelen en andere lieve illustraties. Zij had dus inderdaad in dat huis gewoond en was er 6 november 1901 gestorven.

Ik vind het altijd leuk om te weten. Niet dat het er erg veel toe doet, maar op die manier komt zo’n huis een beetje tot leven.

Tuin

Nadat we het Museum of Brands bekeken hadden, was het tijd voor de lunch. En in het museumcafé stonden lekkere broodjes en was er koffie.

Dat namen we mee naar buiten, waar een heerlijke tuin was. Midden in Londen verwacht je zoiets niet. Maar er groeide en bloeide van alles. Vrijwilligers waren druk bezig om te grote planten te delen en in nieuwe potten te zetten.

Dus liepen we na de lunch even een rondje om alles te bewonderen. En hoorden we van de vriendelijke balie-medewerkster dat deze tuin een onderdeel was geweest van een Chelsea Flower show, zo’n beetje the toppunt van Engelse tuinontwerpen en bloemenshows.

De tuin was niet eens zo groot, maar leek veel groter door een uitgekiend ontwerp.

Bloemenweelde

Bron: Google / foto van Erwin Martens

Toen ik als kind nog ging logeren bij een tante en oom in Woensdrecht, gingen we een paar keer naar het Bloemencorso in Zundert. Altijd de eerste zondag in september.

Ik heb er heel lang niet meer aan gedacht. Wist eigenlijk niet dat het er nog steeds gehouden wordt. Maar het is het grootste corso ter wereld, zegt men.

Het is in ieder geval prachtig. Ik zag het dit keer op de tv. Twintig wagens uit verschillende buurtschappen.

Met heel veel liefde en geduld, maar ook met vakmanschap en ware passie tot stand gebracht en versierd met honderdduizenden kleurige dahlia’s.

De foto die ik hier laat zien is van “De Ganzenpas” van Buurtschap De Markt. Het is er een van vele prachtige wagens, dus wie de hele stoet nog wil zien, klikt op deze link.

Vrij zijn

Toen ik klein was leerde ik in een vakantie fietsen. Dat was in een rustige straat in een rustig dorp, waar de auto’s nog op één hand te tellen waren.

Thuis in Rotterdam mocht ik soms een fietsje huren. Maar ver er op weg rijden, dat mocht ik beslist niet. Rechtsom en na vier straten was ik weer in het zicht van moeder, die angstig uit het raam keek

Bron: Google foto’s

Onze kinderen speelden in de buurt, er was nog volop ruimte. Of ze altijd zo veilig waren? Ik denk het niet, maar over hun bijna-ongelukjes hoorde ik pas toen ze al volwassen waren. De kinderen van nu hebben fietsjes, steps en kunnen gaan en staan waar ze willen.

Of zie ik dat verkeerd? Want mama kijkt nu niet meer uit het raam, maar op haar laptop. Ze kan ze volgen met een soort van horloge, soms tot op de meter nauwkeurig. Misschien voor de ouders geruststellend, maar voor de kinderen lijkt het me benauwend.

En dat die horloges ook voor ouderen een uitkomst zouden zijn, zodat je zoon of dochter kan kijken waar je bent…. daar moet ik toch ook niet aan denken. Ik hou liever mijn vrijheid 😉

Droombeeld

Het Hofplein in Rotterdam is niet meteen het allergezelligst plekje van de stad.

Een grote stenen fontein, hoog opspuitend, met wat gras en soms wat bloemenkleur. Dat is het. Meer niet.

En ja, tramlijnen en verkeersbanen er om heen. Maar dat hoort bij een verkeersplein in een stad.

Nu gaat dat plein op de schop. Er moet meer groen en minder verkeer komen. Er valt veel voor te zeggen.

Bron: via Google foto’s

Maar laten we de realiteit niet uit het oog verliezen. Zijn die plannen wel nagemeten.

Met heel veel passen en meten kom ik op zo’n 100 x 100 meter ruimte. Is daar plek voor bomen, water, picknickplekken?

Mag je een groepje bomen een park noemen? Of is de ruimte op een tekentafel flexibeler dan in het echie?

En waar laten we het verkeer, dat nu dagelijks meerdere banen breed is.

We zullen het allemaal wel zien te zijner tijd….

De exacte tijd

Hoewel we al vaker in Londen waren, bezochten we nog nooit Greenwich. En dat terwijl het toch een zeer belangrijke plek op de wereld is.

Want in Greenwich ligt het begin van de aarde. Zo zag ik dat tenminste toen ik voor het eerst over de 0-meridiaan hoorde op school. Dat beeld is natuurlijk inmiddels bijgedraaid en weet ik dat die meridiaan gewoon een denkbeeldige lijn op de aarde is. Maar nu net Google maps zijn meridianen belangrijk voor de plaatsbepaling. En wilde ik dus beslist die beroemde lijn zien.

Het was heerlijk weer en de wandeling door Greenwich park was geen beproeving. We bewonderden het uitzicht van af de heuvel op de skyline van Londen.

Natuurlijk stond ik met m’n voeten aan weerzijden van de 0-lijn, al was het lang niet spectaculair als ik altijd had gedacht….!

En we wachtten met velen tussen half één en één uur op de rode bal op het dak van The Obervatory. Exact op tijd schoot de bal omhoog en markeerde daarmee dat het die dag exact 13 uur was.

Alles kan

Bron: Facebook

Nee, dit blik zagen we niet in het Museum of Brands. Ik kwam het tegen op Facebook en wist meteen dat ik hier over wel wat wilde schrijven.

Want Leo zegt vaak dat je “Alles kunt verkopen, mits goed verpakt.” En goed verpakt is dit wel! Een blik met gedroogd water…

En nu vraag ik me natuurlijk af hoeveel mensen hier in gestonken zijn. Of is het een grap, een poging te zien hoe mensen zich wel of niet laten misleiden?

Want het ziet er toch heel bijzonder uit. Zo’n blik dat je wel in de voorraadkast wil hebben, voor slechte tijden en je geen water kunt tappen bijvoorbeeld.

Zou ik het echt zo maar laten staan…?

Merken

Op ons lijstje om te doen in Londen stond een bezoek aan het Museum of Brands.

Dus zochten we in de OV-app van Londen welke route we moesten hebben. Dat bleek niet al te moeilijk.

Het museum ligt in de wijk Nottinghill, op zich al zeer de moeite waard om doorheen te lopen en te bekijken.

De ruim 15.000 artikelen die het museum bezit, zijn bijeen gebracht door één man, Robert Opie. Hij verzamelde verpakkingen van meer of minder bekende artikelen vanaf de Victoriaanse tijd tot nu.

In de Tunnel of Time begin je met trommeltjes, die je misschien nog vagelijk herinnert van oma’s theetafel, via kranten, tijdschriften, doosjes met lucifers, zeep in steeds vaker herkenbare merken.

Naast verpakkingen is er ook van alles te bekijken aan gebruiks-artikelen, mode en speelgoed. Tweehonderd jaar komt aan je voorbij. Wij vonden het superleuk om zoveel dingen te herkennen.

Rood

De straten in Londen zijn vaak kleurrijk genoeg. Natuurlijk is er kleur in de etalages in de winkelstraten met hun blingbling en de vele kleurtjes van de mode, schoenen en tassen.

Maar ook hebben de huizen deuren in de meest felle kleuren en soms ontdek je een heerlijk zacht snoeproze of babyblauw huis.

Maar de meest opvallende kleur is toch rood. Allereerst natuurlijk de steeds maar langs zoevende rode dubbeldekkers.

De knalrode telefooncellen, die nog overal te vinden zijn en ook nog werken…? Al vraag ik me af wie er nog gebruik van maakt in deze smartphone tijd.

En dan ook nog rode brievenbussen.

Die vallen echt op. Nou ja, tenminste als je niet op zoek bent naar een brievenbus. Want dan zie er natuurlijk geen een.

Hustle bustle

We zaten vorige week al vroeg, om half zeven, in de metro, op weg naar het CS.

Alhoewel ik het best spannend vond, zo’n rit onder de zee door, was ik niet zenuwachtig. Het viel dan ook alleszins mee. Je gaat al door zoveel tunnels, dat die lange niet eens meer opvalt.

En dan kom je aan op St. Pancras in Londen. Een heel andere sfeer dan in Rotterdam. Internationaler, drukker, kleuriger….

We namen eerst koffie en een broodje. Aan een piepklein tafeltje gezeten keken we naar de “hustle and bustle” van de internationale reizigers. Sommige verveeld, anderen gestresst.

Mannen in strakke pakken, korte broeken, op slippers of in hippe sneakers. Vrouwen in kleurige sari’s, anderen compleet in het zwart gesluierd, met slechts de ogen vrij. Nooit alleen op pad, altijd een man er naast.

Voor de balans ook veel jong en niet jonge meisjes in weinig meer dan wat voor de goede orde bedekt moet worden. Soms met een betoverend figuurtje en geschikt om zo de catwalk op te gaan. Maar vaak ook met veel vertoon van vlees dat beter verhuld had kunnen worden.

We namen dan ook even de tijd dat allemaal aan te kijken, maar gingen tenslotte toch op zoek naar een nieuwe Oystercard voor het openbaar vervoer. Die oude kaarten hebben we niet terug gevonden.

En dan de Tube in. Met zijn speciale geurtjes, de geluiden en nog steeds de waarschuwing “mind the gap”. Op weg naar het hotel….

Dat was keurig geregeld. De kamer was al beschikbaar, dus we konden even op verhaal komen.