Natuur in de stad

Om te genieten van alles wat groeit en bloeit, hoef je natuurlijk niet op het platteland te wonen.

Op dit balkon, midden in Rotterdam, staat een wormenton, waarin het gft-afval gedumpt wordt en bovenop planten zijn gezet. De wormen leveren vruchtbare compost op. Hier wel welig tierende tomaten, sla, bloemen. Er groeien ook druiven, die de buurvrouw van beneden naar boven laat leiden.

Het balkon is maar een paar tegels groot en met passen en meten kan er nog net een stoeltje en tafeltje op. De bewoner is er maar wat blij mee. Op zonnige zomeravonden kan hij hier heerlijk genieten van zijn pilsje.

Wandelen

Na ons familieweekend wilden we nog even wandelen. Leo had een mooi plekje uitgezocht in de buurt van Arnhem. Ik kende het totaal iet, maar was wel heel erg verrast.

We liepen niet de hele wandeling, maar een verkorte route. En dat ging gelukkig boven verwachting goed, zodat ik binnenkort weer langere wandelingen hoop te kunnen maken.

Nadat we de parkeerplaats verlieten, zagen we in de verte al “de groene bedstee”. Een berceau van beukenbomen die samen een lange overkapte wandelweg vormen. Daar konden de dames van stand rustig wandelen zonder zon. Zo hielden ze hun mooie blanke huid. En ja natuurlijk, daar wilde ik wel even een kijkje nemen.

Op deze website leerde ik dat de bomen wel 150 jaar oud zijn. Maar ze worden regelmatig gesnoeid en worden dan niet zo dik als wanneer ze vrij uit kunnen groeien. Op hete zomerdagen moet het onder die beukenbomen heerlijk koel zijn. En je loopt er ook nog eens vrij van pottekijkers. Dat kan tenslotte wel eens prettig zijn… 😉

We gaan binnenkort vast nog wel eens die richting uit, want ik wil de hele wandeling ook nog wel eens maken.

Lekker ouderwets

We hebben tegenwoordig al onze contacten letterlijk bij de hand. Je tikt een nummer in of zoekt een naam in je contacten lijst en dan kun je los.

Natuurlijk hebben wij dat ook. En tussen onze kinderen versturen we heel wat Whatsapps. Soms krijgen we sms-jes of mailen we als er iets meer te melden is. Zelf nemen we graag de telefoon ter hand. Maar eigenlijk gaat er niks boven een berichtje met de slakkenpost.

En dan, ineens valt er een kaart in de bus. Van jongste, die nog steeds door Nederland fietst. Een gewone ansichtkaart met een klein verhaaltje. En dat vinden we nog steeds leuker dan foto’s via de app.

Carrière

Ineens viel mijn oog op dit gebouw. De balletschool van Staluse Pera, wereldberoemd in heel Rotterdam. Daar ging je heen als je “echt” balletles wilde hebben.

En dat wilde ik wel. Tenminste, toen ik zo’n jaar of tien was. Balletles leek me niet alleen leuk, maar was ook goed voor mijn houding, volgens de orthopeed. Dus ja, balletles en dan meteen ook helemaal goed. Niks gehuppel in het buurthuis of in de studio van een mindere status. Ik wilde naar Staluse Pera!

Tja, dat mocht ik dan wel willen, dat gebeurde natuurlijk niet. De lessen waren duur en zo’n bevlieging zou weleens van heel korte duur kunnen zijn, schatte mijn moeder in. Balletles, dat wel. Maar eerst maar eens kijken hoe of het bevalt, dus zal ik je dan inschrijven? Bij het Wester Volkshuis kun je het proberen. Lekker dicht in de buurt, je kunt er zo naar toe. Je hoeft er zelfs niet voor over te steken.

Och, misschien had ik niet zo stijfkoppig moeten zijn. Want waarschijnlijk had mijn moeder gelijk. Was het maar voor een tijdje en zou ik daarna met geen stok meer naar balletles te sturen zijn. Maar nee, nuffig haalde ik mijn neus op voor zulke lessen. Het was alles of niets…, dus alleen bij Staluse Pera!

Maar ja, misschien had ik wel uitzonderlijk talent. Had de wereld aan mijn spitzen gelegen, had ik bloemen en roem vergaard. En was ik waarschijnlijk aanzienlijk slanker gebleven. Welke stralende carrière is aan mijn neus voorbijgegaan?

Ach… even wegdromen, dat kan toch geen kwaad. Zo veel spijt heb ik er achteraf toch niet van gehad 😉 😉 😉

Naakt

Ik heb een hele tijd staan kijken, maar hij was er echt 😉 Een naakte man, maar hij had zich op een of andere manier totaal onzichtbaar gemaakt.

Ik stond er toen het nog lekker zonnig was, maar toen de regen met bakken uit de hemel kwam bleef hij staan. Hij stond er dan ook voor het goede doel.

Dat glazen potje stond er uiteindelijk niet voor niks. Daarin zamelde hij geld in voor Amnesty International. Nou, zo’n geweldig initiatief mag niet onvermeld en onberoerd gelaten worden. Het was makkelijker geweest als er gepind had kunnen worden, maar met moeite vond ik nog wel wat kasgeld in mijn beursje. En zo kon ik dus meehelpen aan het verbeteren van de wereld 😉 😉 😉

Nou hoop ik wel dat hij later wel zichtbaar en volledig gekleed naar binnen mocht. Het werd die nacht behoorlijk koud en nat!

Tijdsbeeld

Wandelend door Hattem kwamen we een trafohuisje tegen. En dat wordt gefotografeerd. Niet voor mezelf, maar voor mede-blogger Sjoerd, die er een soort van inventarisatie van maakt. En van heinde en verre de huisjes per foto aangeleverd krijgt.

Maar eigenlijk werd mijn aandacht getrokken door die grote bus hand-cleaner en de container met water. Tot voor kort was dat toch niet mogelijk. Liepen werklui met smerige jatten rond. Maar in deze Corona-tijd moet je te pas en te onpas je handen desinfecteren. Nou ja, het zal wel geen kwaad kunnen.

Maar mij viel het op, anderen zullen er wellicht aan voorbijlopen. En zo kon ik meteen dat huisje nog wat uitgebreider fotograferen. Die foto’s gingen natuurlijk naar Limburg en komen te zijner tijd wel op het blog van Sjoerd.

Grote stille heide

We hoefden niet ver te rijden om bij de heidevelden te komen. Maar de grote stille heide? Nou nee, dat niet. Al was het niet echt druk. Maar je merkt dat heel veel mensen graag even een loopje hebben.

Leo en ik liepen een stukje met jongens en schoondochter mee op, maar nog steeds speelt mijn knie een beetje op. Dus besloten wij om terug te gaan en gingen zij verder.

Bij de auto wachtten wij en raakten in gesprek met een hondenmevrouw. En na niet al te lange tijd waren we weer met z’n vijven.

“De heide is aan de andere kant ook gewoon paars”, merkte jongste op. Maar schoondochter vertelde wel dat wij toch wel mooi de Schotse hooglanders gemist hadden. Tja, je kunt niet alles hebben.

Wij hadden dan weer een soort vogelhuis in het bos ontdekt, maar dat zal vol grote insecten. Wespen, hoornaars? Geen idee, maar gelukkig op veilige afstand te zien. En dat alles tussen de buien door.

Kleddernat

Zoals elk jaar hadden we ook deze keer weer een “familieweekend” geregeld. Al ver voor alle Corona-toestanden, toen reizen nog simpel was.

Nou ja, gelukkig is het allemaal al weer redelijk behapbaar. Maar tot juni was het verboden om een persoon van een ander adres mee te nemen. En hoe kwam onze jongste dan ter plekke…? Geen probleem, vond hijzelf. Ik kom wel op de fiets. Plak ik er meteen een vakantie aan vast.

Wij vonden het super stoer. En wanneer de weergoden een beetje gunstig gestemd waren…. wat kon er mis gaan? Dus zo geappt, zo gedaan!

Vrijdagmiddag kregen we het eerste berichtje. Hij zat al bij De Bilt, dus richting Apeldoorn was een eitje. Maar een beetje verder weg rommelde de donder en pakten donkere wolken samen. Wij zaten lekker droog in de auto, maar dat arme kind. Want ook al is hij inmiddels de vier kruisjes gepasseerd, hij blijft ons kind hè…. 😉 😉

Maar even na zevenen kwam hij dan toch ook bij het huisje aan. Drijfnat, maar lachend. Hij had het toch mooi maar geflikt!

Alle natte kleding werd te drogen gehangen, hij stapte onder een warme douche en wij zorgden voor een hapje en een koud biertje. De fiets verdween in het fietsenhok. Die werd maandagmorgen van stal gehaald. Daar is hij al weer opgestapt om verder te gaan. Een tocht door de noordelijke provincies is het plan. Wij worden op de hoogte gehouden door middel van appjes en foto’s. En ondertussen duimen we voor een beetje droog en mooi nazomerweer.

Melkmeisje

Ik ben er al vele malen langs gekomen, maar pas sinds ons bezoek aan de Kuijl’s Fundatie viel dit beeld me op. Het is een beeld gemaakt door Han Rehm. En ook van hem had ik nog nooit gehoord.

Maar een paar van zijn beelden ken ik wel. Dat zijn echt beelden die bij Rotterdam horen: dat van Fanny Blankers-Koen, vlakbij de oude ingang van Diergaarde Blijdorp en de Lastdrager, dat vroeger op een veem van Pakhuismeesteren stond.

Han Rehm had jarenlang een atelier tegenover deze plek. Nadat hij was overleden, werd zijn atelier leeggehaald. Daar stond deze melkmeid, die zijn zoon meenam. Het was nog maar een gipsen exemplaar en iets te groot voor een woonhuis. Wat dan te doen?

Er werd een bronzen afgietsel gemaakt, dat werd aangeboden aan Kuijl’s Fundatie, die het wel een plaatsje in de tuin waardig vonden.

En zo geschiedde. Het is een fraaie plek, vlakbij waar het oude atelier stond en het is meteen een mooie herinnering aan de beeldhouwer.

Een hofje

Eén van de wandelvriendinnen woont in Rotterdam op een hofje, het hofje van Kuijl’s Fundatie. Samen met haar man zijn zij de beheerders van het hofje en zorgen dat alles daar goed reilt en zeilt.

En nu was de Ganzenpas uitgenodigd uit om bij haar koffie te komen drinken.

Anthonetta Kuijl

Het hofje beschikt over een grote tuin, dus niks stond ons in de weg. Nou ja, de regen dreigde roet in het koffiewater te gooien. Maar er was een -bijna nog mooiere- uitwijkmogelijkheid: de ontvangstzaal in het hoofdgebouw van de stichting.

En zo zaten wij daar op gepaste afstand en onder het toeziend oog van Mejuffrouw Anthonetta Kuijl aan de koffie.

Tussen de buien door konden we ook de tuin en een ander andere vertrek bekijken en hoorden we en passant hoe het -ook heden ten dage- nog zeer traditiegetrouw gaat bij een vergadering van de Hooge Raad.

En heel gezellige koffiemorgen met een niet al te lange wandeling.