Versiering

Afgelopen zondag vroeg ik me af waarom boeren in Twente en Drenthe zo vaak vlechtwerk op hun schuren aanbrachten.

En ja, wie tegenwoordig een vraag heeft, kijkt op internet. Mr. Google wist het antwoord en Leo stuurde me de link.

Het blijkt te zijn ontstaan uit armoede. “Boeren hadden vaak geen planken meer om het bovenste deel van een schuur af te bouwen; hout is relatief duur. Om de wand af te maken gebruikten ze stro, een product waar ze wel makkelijk aan konden komen. Vlak onder de dakrand, waar het regenwater nauwelijks bij komt, vlochten ze stro met gekruiste strobindingen aaneen. Dat is de eenvoudigste manier om stro te binden. Het zag er mooi uit en zorgde voor een goede ventilatie in de schuur,” vertelt Bertus Poortman.

In deze tijd zal schaarste geen probleem meer zijn, maar nu wordt het gedaan, vaak in opdracht van Natuurmonumenten, om de sfeer van vroeger te bewaren.

Wij zagen het vlechtwerk op heel veel plaatsen, maar mijn foto’s werden gemaakt in Rheeze, een mooi brinkdorp in het noorden van Twente.

Handelsgeest

Nieuwe tijden vragen om nieuwe dingen. In de tijd dat de cafés en bars gesloten waren, werden er natuurlijk ook minder drankjes verkocht. En dan zijn er altijd mensen die nieuwe mogelijkheden gaan onderzoeken.

De etalage bracht ons niet veel verder. Ja, er stonden blikjes in. Maar wat zat daar dan in… cocktails?

Gelukkig stapte er een vriendelijke meneer naar buiten en die vertelde ons dat het inderdaad cocktails waren. Je kon ze thuis laten bezorgen, keurig verpakt in een doos. Als alles weer open zou gaan, konden die blikjes natuurlijk ook aan cafés geleverd worden. Dat is toch gezellig, met wat vrienden bijkletsen en ondertussen een drankje nuttigen.

Op onze opmerking dat wij zo’n blikje wel erg kil vonden, kregen we een uitnodiging om binnen even te komen proeven. Ja, dan hadden we toch een ander idee.

Maar op een druilerige morgen rond kwart over tien? We drinken graag een glaasje, al zijn we geen fan van cocktails. We sloegen we het aanbod dus maar vriendelijk af. Wel beloofde ik een blogje te maken. En belofte maakt schuld, dus bij deze. Wie weet worden deze ingeblikte cocktails wel een enorme trend….! We wensten hem veel succes.

Versiering

Versiering zit de mensen in het bloed. Alles hetzelfde vindt men al snel veel te saai. Dat zal zo in vroeger tijden ook wel geweest zijn.

Kijk je om je heen, dan zie je vaak allerlei soorten. In de stad zie ik veel verschillend metselwerk, allerlei soorten stenen om ramen, deuren die afwijken van de rest in een straat.

Ook tijdens onze vakantie in Twente zag ik natuurlijk veel verschillende dingen. Maar één ding viel me toen het meest op en dat waren de muren van sommige schuren. De schuur zelf wat opgetrokken van zwarte planken en daar boven een rieten matwerk, mooi en regelmatig versierd met vlechtwerk.

Geen krullen, maar alles netjes recht in een soort wiebertjes. In sommige dorpen zag je bijna elke schuur met zulk vlechtwerk, op andere plaatsen wat dat minder.

Ik vraag me af of het ook nog een doel diende en bedacht zelf dat het misschien wel een goeie ventilatie zou geven. Dicht, maar toch met kieren zodat er frisse lucht in de schuur kon komen.

Misschien was het toch alleen maar als versiering, maar ik houd wel van dit soort mooimakerij.

Er even tussenuit

We hadden het een paar weken geleden reuze naar onze zin in Sibculo. Alleen het weer werkte niet erg mee. Maar dat kan gebeuren. Ach, een paar dagen rustig aan is helemaal niet erg.

Gingen we dan helemaal niet weg? Natuurlijk wel! Maar we vinden er niks an als het miezert en alles klam en nat is. En met een grijze lucht worden die foto’s er ook niet fraaier op. Dus maakten we wel wat kortere wandelingen.

We bezochten ook een paar dorpen in de omgeving, zoals Vilsteren, Ommen en Beerze. Als het even droog was, stapten we uit de auto en liepen wat. Maar te vaak werden we door de regen weer teruggeleid.

Vlak bij Sibculo ligt het natuurgebied De Engbertsdijkvenen. Een gebied met het nog zeldzame hoogveen, plassen en uitgestrekte heidevelden. En daar wandelden we wel een paar keer en kon ik gelukkig toch nog wat foto’s maken.

Maar wie weet gaan we nog een keertje terug…

Landverhuizers

Vanuit elke havenstad zullen mensen wel vertrokken zijn om elders hun heil te zoeken. Rotterdam kent een hele wijk, die bekend stond om zijn Chinese bewoners. Sommigen vonden er hun geluk, hun partner of verdienden genoeg om weer terug te keren naar hun vaderland.

Maar vanuit Rotterdam vertrokken ook honderdduizenden om aan de andere zijde van de oceaan hun geluk te beproeven. Misschien trokken ze verder, naar Canada of naar de westkust van de Verenigde Staten. Ze begonnen een bedrijfje, kochten land om een boerderij op te zetten of trokken naar de goudvelden in Californië of Alaska.

De meesten van hen zullen zijn scheep gegaan aan boord van één van de schepen van de Holland America Lijn. Op die kade begonnen heel wat verhalen, van tragedies tot succes stories.

Het hoofdkantoor van de HAL stond aan de Wilhelminakade en is nu het welbekende “Hotel New York”. De loodsen van toen zijn omgebouwd tot een grote “terminal” voor cruiseschepen.

Wie wil weten of een oud familielid aan boord van één van de HAL-schepen was, kan nu die passagierslijsten digitaal inkijken.

Ik weet intussen dat er heel wat reislustige familieleden waren. Niet allemaal waagden ze de oversteek definitief. Ze gingen soms ook alleen op (zaken)reis en kwamen na verloop van tijd weer terug. Misschien vind ik zo ook nog wel “verdwenen” familie…. 😉

Erg oud

Bij ons laatste bezoek aan het Arboretum Trompenburg liepen we ook nog even de kas in. Dat doen we wel vaker, het is er warm en er staan honderden succulenten in allerlei vormen en maten.

Nu werd onze aandacht getrokken door een opmerking van een andere bezoeker. Bij de uitgang stond een flinke cactus. Maar wat zou er zo bijzonder aan zijn?

Het kaartje bij de plant gaf uitsluitsel. De plant is in wezen niet zo bijzonder, maar haar levensgeschiedenis wel.

In 1926 kreeg Nicole Leemans (toen 8 jaar oud) een cactus cadeau, die ze in een vensterbankkasje zette. Op 10 mei 1944 werd het huis van Nicole gebombardeerd en lag de gewonde cactus op straat. Haar moeder redde de plant en later nam Nicole haar mee naar Blaricum, waar de plant van 1966 tot 2006 stond. De plant werd daarna geschonken aan het Historisch Museum Rotterdam. Dat was geen geschikte plek voor een plant, dus werd een plek gezocht in Arboretum Trompenburg.

En daar staat ze nog altijd. Iets te groot voor de vensterbank. Kijk maar, ik fotografeerde Leo (1,90 meter) ernaast. De plant torent echt boven hem uit.

Het is een wel echte Rotterdamse plant, niet klein te krijgen maar “sterker door strijd”.

Onvoorspelbaar

Het is een oneindig onderwerp van gesprek en je kunt er nauwelijks op rekenen. ???? Ik bedoel natuurlijk het weer.

Tijdens onze vakantie in Twente hoopten we op een beetje mooi weer. Maar wat we voorgeschoteld kregen was grauw, mistig, koud en bij wijlen zelfs onaangenaam.

Maar op de op één na laatste dag stonden we op met zon en een stralend blauwe hemel. Dus besloten we wat vroeger op stap te gaan. Maar nauwelijks waren we op weg of Leo realiseerde zich iets te zijn vergeten. Bij een benzinestation keek hij nog even in zijn rugzak of hij het toch bij zich had. Maar nee…

Hè bah, nou ging net de zon weg. En wat was dat, zag ik dat goed? Ja, het sneeuwde een beetje. Nou ja, natte sneeuw… Leo stapte weer in en reed weg. En ineens zaten we in een hevige sneeuwbui. We reden het dorp in, waar alles al enigszins wit was. Bij een rotonde keerden we en reden terug naar ons huis. Het hield op met sneeuwen en …. kijk nou, stralende zon, helderblauwe lucht. Geen regendrop te bekennen. Op nog geen drie kilometer zoveel weersverandering, het leek een beetje surrealistisch.

Thuis zocht Leo zijn spullen bij elkaar en stopte ze snel in de rugzak. Opnieuw gingen we op weg. En weer doken we de grauwe wolken in. Maar gelukkig, droog bleef het en wandelen konden we dus ook. Al was het echt bitter koud.

Even gewoon

We waren dan wel op vakantie, maar toch niet helemaal afgesneden van de digitale wereld. En zo las ik op Facebook dat Trompenburg Arboretum de lockdown nu helemaal spuugzat was en als protest zaterdag open zou gaan.

Weliswaar met een wat aangepast toegangsbeleid, dat wil zeggen je moest je (digitaal) aan melden en een tijdslot opgeven. Maar gelukkig zonder QR-code.

Natuurlijk meldden Leo en ik ons ogenblikkelijk aan. Want waarom zo’n grote tuin niet open mocht, het was ons altijd al een raadsel.

Toch leek er nog een kink in de kabel te komen, want de burgemeester had laten weten te zullen handhaven. Maar dat bleef gelukkig achterwege. Soms triomfeert in onze stad het gezonde verstand.

Alle bezoekers waren net als wij dolblij weer in het arboretum te kunnen wandelen en te genieten van wat de natuur ons belooft. Want al zien sommige struiken en bomen er nu wat miserabel uit, onder de grond en in de stammen en twijgjes wordt volop gewerkt aan wat er komend seizoen te zien zal zijn.

Op verschillende plaatsen piepten narcissen, krokussen en sneeuwklokjes uit de aarde. Op de takken zag je dikke of iets minder dikke knoppen en de rododendrons konden bijna niet wachten met openspringen. Ja, bijna aan het eind staat er zelfs een die al volop voorjaarspracht vertoonde.

Ach ja, de natuur gaat gewoon zijn gang en laat zich niks gelegen liggen aan onze menselijke regeltjes. En zo hoort het ook!

Moet dat nou?

De afgelopen maanden waren een paar keer in de Achterhoek en Twente. Prachtig landschap, waar we met veel plezier hebben rondgetoerd en gewandeld en ik ook diverse keren over blogde.

Maar waar we ook diverse malen stuitten, waren op grote borden of spandoeken met protesten. Tegen de komst van enorme windmolens. Molens van meer dan 230 meter hoog, die het landschap beslist niet zullen verfraaien. Om nog maar te zwijgen over de schade aan vogels en de menselijke leefomgeving. Want stel je eens voor, zulke joekels die vrijwel constant staan te draaien….

Het doet me pijn om te zien dat wij mensen telkens weer de aarde op een of andere manier geweld aan doen. Ik snap natuurlijk heus wel dat we, met onze manier van leven, steeds meer energie nodig hebben.

Maar als ik lees dat die grote wieken niet te recyclen zijn en dus maar begraven worden. Probleem nu even weg, straks -de generaties na ons- moeten ze het maar zien op te lossen.

Kunnen we daar nou geen betere manier voor bedenken?

Ingepakt

Den Haag en Rotterdam, twee steden op maar een korte afstand van elkaar. Maar wat een verschillen.

Rotterdam recht voor z’n raap, een beetje ongepolijst. Doe maar gewoon…..

Den haag een beetje chique, wat afstandelijk en met heel veel decorum.

Waaraan je dat kunt zien? Nou…, bijvoorbeeld aan dit. Een statig gebouw, tot in de puntjes verzorgd. Een hotel, in de kersttijd versierd. Niet met een overdaad aan lichtjes, maar met prachtige strikken. Een tikkeltje bescheiden, als het niet voor elk raam een strik was.

In Rotterdam zou ik me geen gebouw als dit zo kunnen voorstellen. Daar zouden de lichten je van verre toeknipperen en de toon een beetje “over the top” zijn.

Zo’n dichtbij en toch zo anders. Maar daarom juist ook zo leuk om zo nu en dan beide steden te bezoeken.