Als…. Als de hemel valt, krijgen we allemaal een blauw petje. Het is een oud gezegde en mijn ouders zeiden dat te pas en te onpas. Een dooddoener van formaat dus.
Bron: Google foto’s
Maar nu zou ik het wel weer nieuw leven in willen blazen, want her en der zie en lees ik allerlei waarschuwingen voor als…. als de zeespiegel stijgt, als het klimaat verandert, als de dijken breken, als …..
Tijdens de watersnood in februari 1953 logeerde Leo bij een tante en oom in Vlaardingen, waar ze helemaal niks merkten van wateroverlast.
Thuis in Rotterdam en dus een flink stuk verder oostelijk en verder van de zee, zagen mijn schoonouders het water door de straten zo de Lange Hilleweg op denderen.
Het kan heus geen kwaad om een beetje vooruit te denken, maar we moeten er voor passen om ons te laten opnaaien door angst en voorspellingen die misschien nooit waarheid worden.
Soms denk ik dat we hier in Nederland de weg compleet kwijt zijn. Over de meest simpele dingen wordt een toestand gemaakt alsof de wereld aan zijn eindje is.
Bron: Google foto’s / ANP
Neem nou het weer. Het vroor deze week. Lekker pittig weer, met een beetje zonneschijn. Prima weer om een wandeling te maken. Wie op de fiets moet, heeft beslist wel een muts en handschoenen om zichzelf warm te houden. En wat heerlijk is het dan om binnen te stappen in een behaaglijke warmte.
En voor veel mensen de voorpret van weer op natuurijs te kunnen schaatsen.
Maar op het nieuws niets anders dan codes en berichten om je te beschermen. Ik zag een bericht voorbij komen waarin verteld werd hoe je “niet zou bevriezen”. Nota bene, het was nauwelijks 5 graden onder nul. En ja, met de wind was het best koud.
Maar in 1963, ik zat op de MULO, was er wekenlang veel meer vorst. En ik -en ook medescholieren- had nog nooit van thermokleding, fleecetruien of warmtekussens gehoord, laat staan dat we het gebruikten.
De nieuwsgaring nu loopt van overdreven naar rampzalig. Wanneer beseffen we nu eens dat het weer deel uitmaakt van de natuur en dat we daar weinig tot niks aan kunnen veranderen.
Laten we vooral de prettige kanten van zulk weer benadrukken. Al schaats ik zelf al lang niet meer, ik kan met veel plezier kijken naar de mensen die op het ijs zijn.
En dat ritje combineerden we met nog meer zaken die we te regelen hadden. We namen de tram naar de Frederik Hendriklaan, waar we hongerig uitstapten. We aten een broodje, handelden onze verdere boodschappen af en gingen daarna naar het Fotomuseum.
De tentoonstelling omvat voornamelijk foto’s van mensen, gewone mensen zoals jij en ik. Niet opgedoft of afgestoft, maar in hun dagelijkse omgeving. Mensen die het geluk zoeken en hopen te vinden daar waar ze leven en werken. Ook al is dat niet de ideale plek om te zijn, op hun manier zijn ze er trots op en dat zie je aan de foto’s ook af. Mensen die het beste er van maken, ook al gooien de omstandigheden, de natuur of hun plek in de wereld vaak roet in het eten.
Het waren niet de vrolijkste foto’s, maar ze maakten iets in ons los. En daardoor zagen we de schoonheid en waarde ervan in.
Rob Hornstra gaf ons een blik op een wereld die we niet zo goed kennen, maar ons wel raakte.
In Rotterdam is men tegenwoordig niet zuinig met dure en vooral Engelse termen. Vooral bouwondernemers en makelaars hebben er een handje van.
Een woning die ik als “rijtjeshuis” zou definiëren, wordt meteen een stadsvilla. Een appartement op de bovenste verdieping is natuurlijk een “penthouse” of een “loft”.
Laatst liet ik Leo zo’n project zien. Hij keek er naar en zei meteen: Dat is toch gewoon een zolder…? En ja, daar had hij groot gelijk in. Je mocht het dan een beetje mooi aankleden, het was en bleef een zolderverdieping.
Bron: Google
Dat opleuken kan je natuurlijk in de toekomst doen, maar achteraf bekeken heeft het ook wel iets.
Leo sliep thuis op zolder. Maar daarvoor hebben zijn ouders jarenlang inwoning gehad op hun zolderverdieping. Schoonmoeder heeft het me ook laten zien en er dikwijls over verteld. Onder anderen haar zus woonde er een tijd, met man en kind.
Gewoon op de zolder dus, al zou men het nu een loft noemen. Het was een klein kamertje, met een piepklein afgeschoten stukje waar een kinderbedje in kon, een geïmproviseerd keukentje in het kolenhok en stromend (koud) water op de overloop. De wc was beneden en werd door schoonouders en inwoning gedeeld. Een badkamer was er niet. In die tijd van woningnood telde vooral een dak boven je hoofd en moest je enigszins behelpen en inschikken.
Ik weet nog hoe het er uitzag en het kwam op mij over als een beetje benauwend. Maar als loft lijkt het ineens een stuk luxer.
De scheurkalender van vorig jaar ging over “die goeie ouwe tijd”. De tijd zonder mobieltjes, digiD, internet en altijd en overal bereikbaar zijn. Over een tijd waar haast niet leek voor te komen.
Maar dat is natuurlijk onzin, want gestreste mensen zijn van alle tijden. Alleen konden we niet zo snel elkaar bereiken. Hoe ging dat dan toen?
Op 8 februari 2022 las ik dat een platteland huisarts daar wel een oplossing voor gevonden had. In geval van een zieke ging men naar het plaatselijke café en liet zich op de “dokterslijst” zetten. Kwam de arts dan in het dorp aan, haalde hij de lijst in het café op en wist hij zo wie zijn hulp nodig had. Een veearts wist of zijn vrouw gebeld had, wanneer er een vlag buiten aan het café hing. Een kwestie van even bellen en hij wist meteen welke patiënten er waren.
Uiteraard ging de huisarts dan op huisbezoek. Kom daar tegenwoordig nog eens om….
Vaak vertelde mijn moeder dat mijn opa zo graag biljartte. En ook mijn oom ging regelmatig met zijn keu naar het café om een partijtje te spelen. Ik vind het wel leuk om het even aan te zien. Maar in cafés zie je nog maar zelden een biljart.
Op TV heb ik wel eens een wedstrijd met die rood en witte ballen gevolgd. Maar eigenlijk meer gehypnotiseerd door het fluisterend commentaar. Biljarten is geen sport voor luidruchtig aanmoedigen.
Op Instagram kwam ik dit filmpje tegen en dat is weer een heel ander kaliber van de biljartsport. Dat lijkt bijna goochelen.
Of is hier een handige Harry aan het fotoshoppen geweest?
Dit jaar heb ik voor het eerst geen kerstkaarten gemaakt of verstuurd.
Net als iedereen moet ik met de moderne tijd meegaan en dus werd het een e-kaart van Jacquie Lawson, die bestaat uit een vrolijk animatiefilmpje en waar aan het eind mijn kerstwens te lezen staat.
Je kunt niet vroeg genoeg beginnen, want jong geleerd is oud gedaan.
Natuurlijk zaagde papa de boom om en ook hielp hij bij het op het dak sjorren. Maar zoonlief rijdt hem in zijn eigen auto naar huis. Binnen is maar binnen, nietwaar?
Ach ja, het is maar een klein boompje, de auto is ook maar klein en rijdt niet zo hard als die van papa.
Maar wat zullen z’n ouders blij zijn met zo’n flinke hulp.
Nog een beetje groeien.. en dan kapt hij die boom zelf ook nog om!