Opkikkertje

Het kan natuurlijk niet altijd mooi weer blijven. Soms is een regenbuitje wel lekker, alle stof en vuil weggespoeld, de aarde weer verzadigd zodat alles weer kan groeien en bloeien. Maar zo als het hier nu regent, dat is me toch deprimerend!
Daarom maar een vrolijk deuntje bij mijn werk:

 

Dolle Mina

Al ver voordat Dolle Mina werd opgericht, was mijn moeder er een. Ze verloor in 1919 haar jaar moeder. Ze was toen net 11 jaar. Mijn opa wilde zijn zes kinderen bij elkaar houden, maar dat was niet gemakkelijk in die tijd. En daarmee begon een leven van het ene kosthuis naar het andere. Al snel moest mijn moeder mee helpen en geld verdienen, dus school schoot er bij in. En ook een mooie zangcarrière was niet voor haar weggelegd, al zong ze de sterren van de hemel tijdens het ramen zemen en andere huishoudelijk werk.
Mama ging in een “dienstje” en moest van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat sappelen. En het waren niet de leukste karweitjes die ze moest doen. Het was zwaar en ondankbaar werk. Nee, voor haar dochters had mijn moeder een andere loopbaan voor ogen dan die van dienstbode.
Wij moesten onze eigen boterham kunnen verdienen en niet afhankelijk zijn. Coupeuse, dat leek mijn moeder een mooi vak, waar altijd wel geld in te verdienen was. Helaas, mijn zus had daar totaal geen talent voor. Wel kon ze goed leren en daarom ging ze naar de HBS. In 1941 was dat voor een arbeidersdochter geen voor de hand liggende keuze. Rina kon dan ook in haar eigen onderhoud voorzien, toen ze op jonge leeftijd weduwe werd.
Ook ik maakte moeder’s droom van coupeuse niet waar, maar ging naar de MULO en werd secretaresse,  onder andere bij Museum Boymans-van Beuningen.
Mijn moeder stond weliswaar niet op de barricaden of beschilderde haar blote buik. Maar een Dolle Mina was ze beslist!!

 

Charles Aznavour

90 jaar wordt hij vandaag, Charles Aznavour. Z’n stem is uit duizenden herkenbaar, en hij is nog steeds een man met charisma.
Dit was één van de nummers van mijn eerste langspeelplaat. Ik heb hem nog en draai hem nog regelmatig met veel plezier.
Mes felicitations, Monsieur Aznavour!

 

Bonnetjes en zegeltjes

Er wordt we eens beweerd dat bonnetjes en zegels bij de boodschappen echt iets heel Nederlands is. Maar naar mijn gevoel kunnen de Amerikanen er ook aardig mee uit de voeten.

Zo nu en dan zie ik het programma “Extreme couponing” voorbij komen. (Meestal) vrouwen die thuis al maanden of zelfs jaren lang in de weer zijn met het knippen van allerlei bonnen en dan met een grote envelop vol gaan winkelen in een mega-supermarkt. Enorme karren worden volgeladen met grote flessen wasmiddel, enorme hoeveelheden

wc-papier, shampoo, chips, pastasaus of weet ik wat. Je denkt dat ze compleet failliet moeten gaan, maar nee…. Nadat de laatste boodschap van de band is gehaald, wordt de envelop overhandigd en begint de caissière alle bonnen in te voeren en zie je het bedrag teruglopen. Totdat het eindbedrag bijna op nul staat.

Je zou denken dat de vrouwen niets meer in huis hebben, maar ook dat is niet het geval. Thuis hebben ze namelijk meestal een enorme voorraad in de schuur staan. Een winkel is er niks bij. Maar wat moet je nou toch met 116 potten pindakaas of megadozen chips? Gebruik je dat allemaal zelf of deel je het uit? En hoe hou je dat allemaal goed?

IJsheiligen

Zo, nog een paar dagen en dan is de kans op nachtvorst vrijwel verkeken. Niet dat ik dat heel erg vind, maar dan kan ik mijn plantenbakken tenminste weer gaan vullen.
Als ik zo om mij heen kijk, ben ik bijna de laatste die dat nog moet doen. Overal staan de geraniums al volop te pronken, bij mij is het nog een kale bedoening.
Ik wacht altijd tot Mamertus, Pancratius, Servatius en Bonifacius hun biezen hebben gepakt. Dan kan wat mij betreft het tuinseizoen echt beginnen.

Noodkachel

In een tijd waarin kinderen niet meer weten wat een kolenkachel is, is het begrip noodkachel al helemaal onbekend. Eerlijk gezegd kende ik hem alleen van horen zeggen. Op de tentoonstelling De tweede wereldoorlog in 100 voorwerpen stond deze noodkachel en zo zag ik hem dan ook voor het eerst. Een uit blik geflanst kacheltje, waar alles wat maar brandbaar was in werd gestopt om maar enigszins warmte te hebben en eten te kunnen koken.

Dit exemplaar ziet er nog redelijk stabiel en goed werkend uit, maar dat van mijn ouders moet uit oude augurkenblikken zijn gemaakt. Nadat alle mogelijke brandstofbronnen waren uitgeput, besloot mijn moeder het hout van de zolderafscheiding te gebruiken. Na de oorlog leverde dat nog een berisping op van de verhuurder. Nou ja, daar maalde mijn moeder niet meer om, zij had even wat warmte gehad in de hongerwinter en het weinige eten dat er was kunnen koken.
Dat het kacheltje niet optimaal werkte, blijkt wel uit haar opmerking als iemand vroeg waarom ze weer eens niet thuis was: “Ik ben net een noodkachel, ik rook of ik ga uit 😉 “

 

Voor de gevallenen

Vandaag, 4 mei, herdenken we.
Ik ben van 1948, van ná de oorlog, zeg ik heel vaak. Ik wil dat ook zo houden, want met oorlog zijn we nog nooit iets opgeschoten.
Voor alle mensen, die stierven in welke oorlog dan ook, dit prachtige lied van Charles Aznavour. (klik op de foto voor het filmpje)

 

 

 

 

 

Hiroshige

Collectie National Museum, Tokio

 

Vanuit de verte zien de reizigers de boten in de baai van Miho. Hiroshige tekende vast op een bewolkte en nevelige dag, want de Fuji is niet te zien. Maar op deze foto is Fuji-san weer duidelijk in beeld. En zien we ook dat er heel wat is bij gebouwd in de loop van de tijd.