Eindelijk klaar

In Rotterdam is altijd wel een stuk van de stad opgebroken. Is het niet voor een metro, nieuwe leidingen of het riool, dan verzinnen ze wel iets anders.

De hoofdader van de stad, de Coolsingel, moest wat meer allure en minder autoverkeer krijgen. Daarom ging alles op de schop. Zoiets is niet een, twee, drie geregeld. Dat duurt wel een paar jaar. Maar nu is het dan toch klaar.

En… wat vonden wij ervan? Hmmm, het is anders, maar nog wel een beetje veel steen. Enne… een beetje sfeerloos. Maar dat laatste kan natuurlijk ook aan de omstandigheden liggen.

Ik maakte de foto vorige week, dus nog in lockdown. Geen winkels die open waren, geen terrassen, geen winkelende mensen. Er moet toch een beetje sfeer inkomen van het publiek, uitstallingen en wat handel.

Dus nog even afwachten hoe het zich zal ontwikkelen. Over een tijdje nog maar eens gaan kijken dus.

Dagje weg

Gouda, zo dicht bij huis en toch gaan we er zo zelden naar toe.

Maar dan lees je verhalen en denk ik….. ik wil ook en dus stapten we de auto. Eerst een broodje, dat we op een muurtje op aten.

Daarna zo maar straatje in en uit. Zonder plan langs grachten, door straten en lukraak een klein steegje inlopen. En dan ontdekken dat ook achter de muren toch veel leuks te vinden is.

Vraag me niet hoe al die straatjes en steegjes heten, daar heb ik niet zo op gelet. Er was nog veel meer te zien, maar dat bewaar ik voor een later blog.

De zon scheen en we genoten van het voorjaar en van alles wat we, zomaar op de bonnefooi, tegenkwamen. Gewoon een fijne dag!

Naar de bollen

Donderdag was de Keukenhof nog niet open. Maar dat zouden we sowieso aan ons voorbij laten gaan. Niet dat we het niet mooi vinden, integendeel. Maar om je nou eerst in de neus te laten peuren…

Nee, we zouden de bollenvelden wel gewoon “in het wild” bekijken. En als kers op de taart dan nog een lekkere wandeling door het Keukenhofbos. Een mooi bos met veel loofhout, heel veel vogels en goeie wandelpaden.

Eerst even stoppen voor een foto. Daarna door naar de parkeerplaats.

En daar gingen we, rugzak mee met proviand. Het was zonnig, maar best nog wel fris. Maar de vogels floten dat het een lieve lust was. Horen was dan ook geen moeite, maar ze onderscheiden in de bomen was niet zo gemakkelijk.

Boven op een heuveltje vonden we een bankje. Net op het moment dat onze maag begon te knorren. Het zijn maar kleine genoegens, maar ze tellen dubbel en dwars.

Wandelen

Blogvriendinnen brengen regelmatig inspiratie met hun verhalen over wandelen, fietsen en leuke uitjes. Zo schreef Marthy laatst een blog over Ameide.

Dat stadje kende ik van verhalen van vroeger. Mijn vader kwam uit die buurt en ik denk dat er nog wel wat verre familieleden wonen.

Dus op een mooie dag in maart vertrokken wij, niet per fiets maar per auto. Eerst wandelden en picknickten we in het Loetbos en daarna reden we naar Ameide.

Overvaren met de pont, wat ik al een hele belevenis vind. Een stuk langs de Lek, ook al zo mooi.

En daarna op ons gemak wat lopen door Ameide met z’n oude huisjes en dromerige straatjes en een ooievaar op het kerkdak. Op een bank langs de Lek bekeken we de schepen die langs voeren. En lazen we het bord met uitleg over het rampjaar 1672, waardoor ik ineens plompverloren in de zesde klas van de Lagere school leek te zitten 😉

Och, wat brengt zo’n dag een hoop plezier.

Er even uit…

Het was even zoeken naar de goede parkeerplaats, maar uiteindelijk toch gevonden. Plaats voor tig auto’s, maar er stonden er maar een stuk of wat. Wel een groot waarschuwings-bord. ’s Zomers zal het hier wel drukker zijn. Nu leek het ietsjes overtrokken.

We volgden de pijlen voor een route van enkele kilometers. En dan toch nog de weg kwijt raken…

Tja, dat betekende dus een langere wandeling en zo nu en dan maar hopen dat we de goede pijlen weer terug zouden vinden. Het gebrek aan mede-recreanten maakte het niet makkelijker. Die ene oude meneer wist heg noch steg. Maar we kwamen natuurlijk weer bij onze auto terug 😉 Zo groot is Twente tenslotte ook niet.

In de tussentijd hadden we ontdekt hoeveel hout er hier gekapt wordt en ons afgevraagd waar dat allemaal heen gaat. En in ieder geval nog extra een mooi stuk van dit bos gezien, frisse lucht gesnoven en veel vogels gehoord en vlinders gezien.

Niks mis mee dus. Integendeel, het was weer een heerlijke wandeling.

Er even uit

Naar Twente ging ons midweekje. Even andere horizon, ander huis, andere dingen zien. Niks spectaculair, maar wel fijn.

Het weer was heerlijk, lekker voorjaarsachtig en de omgeving mooi. Dus trokken we er op uit om te wandelen. Broodje mee, drinken mee en wat te versnaperen. Goh, dan is het leven best wel aardig 😉 😉

Kijk hier kozen we onze route. Dwars door het bos en voor ons volkomen onbekend gebied. Maar prachtig en heerlijk ontspannen lopen.

In het begin alles vlak, maar later toch regelmatig heuveltje op en heuveltje af. De winterjas was al gauw een beetje te warm.

We wandelden en waren zo maar gelukkig in een Twents bos. Wat wil een mens nog meer…

Sporen

Spoor zoeken, sommigen kunnen dat als de beste. Ik niet, want ik zie geen verschil in een hertehoef of hondenpoot. Ik kan ook geen drollen onderscheiden of determineren.

Maar de sporen van de grootste natuurvervuiler, de mens, die zie ik maar al te veel. Van snoep-papiertjes, blikjes, flesjes tot papieren zakdoekjes of bananenschillen…

Bananenschillen? Ja die ook. Weliswaar afbreekbaar al duurt het lang. Maar dat plastic etiketje blijft zichtbaar en vergaat voorlopig niet. Daarbij is een banaan een exoot in onze natuur, net als sinaasappels.

Ik vind het onbegrijpelijk dat mensen allerlei spullen meesjouwen in hun rugzak. En als de inhoud dan opgegeten is, pletteren ze het afval in de natuur. Je kunt het toch gewoon weer mee terug nemen en thuis in de kliko doen….?

Kapitaal

Hadden we ham nou wel of niet moeten meenemen? Die oude stoel? Houterig, niet echt comfortabel en erg kapot?

We lieten hem uiteindelijk staan. Maar stel nou dat het een echte, originele Rietveldstoel was? Een kunstobject van grote waarde. Dan lieten we zomaar een paar duizend euri aan onze neus voorbij gaan….

Nou ja, echt mooi heb ik zo’n stoel nooit gevonden en passen bij onze inrichting doet ie ook niet.

Inmiddels zal de Roteb zich wel over hem ontfermd hebben. Ik moet er maar niet meer zo veel aan denken.

Misschien nam een ander hem mee en is die nu dolgelukkig. Laat ik het daar maar op houden.

Verandering

Jaren geleden reden wij door een stukje van Rotterdam waar Leo herinneringen had aan bezoeken bij ooms en tantes. De buurt zei mij niks. Toen ik klein was kwam ik nooit “op Zuid”.

De huizen waren oud en werden gesloopt. Maar niet helemaal, want men liet de gevels staan. Tenslotte heeft Rotterdam weinig historie over, dus alles met de grond gelijkmaken was niet logisch. Zo zag het er toen uit:

Een paar weken geleden reden we weer naar deze wijk. De huizen leken onveranderd, maar we wisten dat het slechts schijn was. Want nu straalden ze op mooi opgeknapte gevels, mooi schilderwerk aan de voorkant, maar splinternieuwe woningen erachter.

Zo’n wijk krijgt daardoor weer een heel ander gezicht. Het leek me er fijn wonen. Leuk om dat te zien.