Bezoek waard

Leuven is sowieso al een bezoek waard, want het is ene heel gezellige stad. Met honderden cafeetjes, terrasjes, leuke winkels, een mooi stadhuis en nog veel meer.
Maar vergeet vooral niet een bezoek te brengen aan de Kruidtuin, de oudste botanische tuin van België, die al in 1738 werd aangelegd. Je kunt er heerlijk bijkomen van alle hectiek en even op een bankje je benen strekken. De systeemtuin is vrij uitgebreid en geeft een goed inzicht welke planten waar goed zouden gedijen.En is het regenachtig, dan kun je altijd schuilen in de Orangerie.

Stof

Over sommige dingen kan ik me verschrikkelijk verbazen. Over dit bijvoorbeeld.  Alle stof en pluizen die uit de droogtrommel komen. Je stopt de was er schoon in, laat alles drogen en dan… dan zit er een laag pluis op het filter. Op Amerikaanse sites las ik dat sommigen die pluizen bewaren en er dan iets mee opvullen.
Superzuinig, maar dat gaat me iets te ver. Na een maand verzamelen gaat alles de klikko in. Waarom na een maand? Omdat ik het tegelijkertijd doe met het schoonmaken van de warmtewisselaar.
 

Jaja, de moderne huisvrouw heeft heel wat te regelen en te onthouden! 😉 😉

Zelfgemaakt

Het recept van deze heerlijke kaneelkrans vond ik op Pinterest, maar helaas kan ik de link niet meer terug vinden. Maar hij smaakte heerlijk. Dit is het recept:


Deeg:
300 g bloem
1/2 theelepel zout
120 ml. Lauwwarme melk
15 gr. Verse gist
30 gr. Gesmolten boter
1 eidooier
1 eetlepel suiker
Vulling:
50 gr. Zachte boter
4-5 eetlepels suiker
3 theelepels kaneel
 
Meng alle ingrediënten tot een soepel deeg. Vorm tot een bal en laat ca. 1 uur rijzen.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Bebloem het werkoppervlak en rol het deeg uit tot een rechthoek van ongeveer 1 cm. dikte.
Meng boter, suiker en kaneel en spreid over het deeg uit.
Rol het deeg tot een lange rol en snij die in de lengte door.
Draai de helften om elkaar heen en zorg ervoor dat de snijkanten boven blijven. Vorm de vlecht tot een krans en leg hem op een met bakpapier beklede bakplaat. Bestrijk met wat melk.
Bak ongeveer 30 tot 35 minuten tot de krans goudbruin en gaar is. Let er op dat de bovenkant niet verbrandt, dek eventueel af met alufolie.
EET SMAKELIJK!

Eitje

We zaten in de ontbijtzaal van een hotel. Achter ons zaten nog wat andere Nederlanders. Plotseling riep een van de vrouwen aan de tafel met luide, overslaande, stem “Neeee, niet eten. Doe weg, weg!  Ook dat brood, weg ermee. Dat is levensgevaarlijk!!! Daar kun je dood aan gaan.” Nieuwsgierig als ik ben, wilde ik wel weten wat er allemaal aan de hand was.
En wat bleek? De man had een gekookt ei genomen en wilde dat op zijn brood doen.
 

Nu was dat ei niet, zoals gebruikelijk in hotels, koud en hard gekookt, maar warm en nog een beetje zacht. Zelf had ik zo’n ei de dag tevoren genomen en het had me heerlijk gesmaakt. Maar volgens deze mevrouw had ik al lang het loodje moeten leggen, door het op te eten. Het tekent de hele hype rondom ons voedsel. Alles is verdacht, niets mag meer. Mijn opa at elke dag een zacht gekookt ei, was zelden ziek en werd 93 jaar. En ik blijf ook regelmatig zo’n lekker, zachtgekookt eitje eten!

Slim bedacht

Reclame op radio en TV vind ik meestal nogal irritant. Ik erger me aan al het geschreeuw en de vervelende geluidjes die de spots oppimpen. Maar deze radio-commercial vond ik wel heel leuk. Niet vanwege de tekst, maar vanwege de slimme manier waarop de bedenkers iedereen bij de neus genomen hebben en zo een mooi Trojaans Paard hebben gecreëerd.

Klik op de foto om de commercial te horen

 

Niks digitaal

Dagelijks verbaas ik me over hoe alles werkt, gemaakt is, wonderen van vernuft en techniek, zoals treinen, machines, computer, I-pads. Iemand heeft het bedacht, ontworpen. En dat vinden we allemaal geheel vanzelfsprekend.

Al surfend stuitte ik op de Smithsonian Libraries en dat is helemaal een schatkamer met allerlei moois. Genoeg voor uren achter de computer te zitten en me verbazen. Deze tekening werd gemaakt in 1899 als ontwerp voor een 1500-kW stoomturbine. En dat allemaal zonder computer en CAD-programma!

Beangstigend

Vorige week stapten we zo rond half elf ‘s-avonds in Rotterdam op de sprinter. Op het perron namen twee vriendinnen afscheid van elkaar. Plotseling kwam er een man de trein in, met een fles wijn in de hand en met duidelijk al een flinke slok op. Met een buitenlands accent riep hij wat naar de meisjes, maar die reageerden niet. Dat beviel hem niet en hij begon harder te roepen, aandacht te eisen. De treindeuren sloten en het meisje ging zitten op de klapstoel naast de deur. Nu werd zij het middelpunt van alle aandacht. Een beetje verschrikt en aangedaan vluchtte ze daarop de trein verder in. De man werd boos en riep haar allerlei aantijgingen na, onder andere dat ze “zeker wel lesbisch was”. Ook maakte hij vunzige opmerkingen. De trein zat behoorlijk vol, maar niemand reageerde. Toen hij het meisje steeds meer beledigingen na riep en haar achterna ging, werd het mij te dol. Ik beet hem toe dat hij het meisje met rust moest laten. Nee, ik ben geen heldin. Ik dacht er eigenlijk niet over na, maar vond gewoon dat dit niet kon.

Wat er verder allemaal gebeurde, staat me eigenlijk niet meer zo goed voor de geest. De dronkenlap lalde” dat hij ons allemaal dood zou maken”. Er was iemand die de man te lijf wilde gaan en zijn wijnfles wilde afpakken. Het werd een heel gedoe. Ook één of twee andere mannen bemoeiden zich ermee. Iemand probeerde de politie te bellen, maar kreeg te horen “dat er camerabewaking in de trein is”. Dat was dan gelukkig weer een hele geruststelling 🙁 .

Inmiddels waren we bij onze bestemming, station Alexander, aangekomen en stapten we zo snel mogelijk de trein uit. Maar ook de vervelende dronkaard en wat anderen. Er werd nog wat gesteggeld, maar daar hebben wij ons verre van gehouden. Terwijl wij wachtten op onze metro, zagen we een politiebusje voorbij rijden. De dronken man had dat ook opgemerkt en hij verschool zich. Maar meer dan het busje zagen we niet, geen agent kwam eens poolshoogte in het station nemen. Gelukkig stonden wij op het tegenoverliggende perron en kregen we alleen nog de verbale woede van de lastpost over ons heen.

Maar al die andere mensen in de trein, die zich afzijdig hielden, wel keken naar het relletje, maar geen aanstalten maakten om te helpen, op welke manier dan ook. Dat vond ik nog het meest bizar!

Koffiepraatje

Het maakt niet uit of je in Rotterdam woont of in Venetië. Zo nu en dan een koffiepraatje is altijd goed. Het was nog best lekker weer en met een warme jas zat je eigenlijk goed op het terras. En zo konden de dames dan weer eens bijpraten, over de kinderen, de kleinkinderne, de boodschappen die zo duur werden, de was die nog gedaan moest en …… nou over van alles!