Tijd

Als je jong bent, is tijd iets heel anders dan als je ouder wordt.  De bevrijding, in 1960 nog maar 15 jaar terug, leek mij toen een eeuwigheid geleden.

En hoe keek je naar je ouders? Ik was een nakomertje, dus mijn ouders waren al stokoud in mijn ogen. Maar mensen van 30, och hemel, die leken toch ook al tamelijk bejaard. Pas later, met zelf kinderen en een leeftijd met meerdere kruisjes, besefte ik dat mijn ouders toen echt nog niet zo bejaard waren als ik dacht.

In de ogen van onze kinderen waren wij natuurlijk ook niet meer zo jong als we ons voelden. Toen jongste op de kleuterschool zat, werd ik een keer apart genomen door de juf. Ze vertelde me dat er iets in de kring besproken was. Onze jongste had toen gezegd: “Ja dat is lang geleden, want toen was mijn moeder nog jong”. “Wanneer was dat dan wel?” “Nou”, sprak de wijsneus, “in de Middeleeuwen of zo”.

Motivatie

  Je hoeft niet elke dag enthousiast uit bed te springen en te roepen “ha fijn, ik mag weer gaan werken!”

Maar zo’n ongemotiveerde sticker op je auto plakken, is dan weer het andere uiterste.

Ach misschien heeft die man wel een wereldbaan, maar wil ie het niet weten voor de buren 😉 😉

 

Voorlezen

 

Onze kinderen waren nog maar een paar maanden, maar toen al gingen ze ’s avonds niet eerder slapen voordat er was voorgelezen. Zelf een boek kiezen konden ze natuurlijk nog niet, maar ik koos voor hen Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt. Elke avond een verhaaltje. En toen het boek uit was, moest ik het opnieuw voorlezen. En daarna nog eens en nog eens. Dat was helemaal geen straf, want ik vond het boek zelf zo leuk. Later kwamen daar Pluk van de Petteflet en Otje bij. En de gedichtjes van Annie. Heerlijk.Nu las ik laatst op Facebook dat ook kindertjes in India de avonturen van de twee kleuters kunnen volgen, want Jip en Janneke is in het Hindi uitgegeven.

Grappig dat de verhaaltjes en tekeningen zo universeel en tijdloos zijn.

 

 

Gedichtje

Zo nu en dan een gedichtje, dat lees ik graag. Geen hoogdravende poëzie, waar kop noch staart aan zit, maar begrijpelijke woorden, liefst op rijm. En graag iets om te (glim)lachen 😉

Oh ja, er zijn gedichten op rouwkaarten die je raken tot in het diepst van je ziel. Maar dat hoort dan ook een bijzondere gebeurtenis.

Dit gedichtje is gewoon leuk, omdat het onze dromen een gezicht geeft. Want wie wou er nou nooit eens held worden?
Wil je tekst beter lezen, klik dan op de foto om te vergroten!

Bron: Plint

 

 

 

 

 

Gebreken

Als je jong bent, wil je wat. Als je ouder wordt, krijg je wat.

Zoals PHPD, oftewel “pijntje hier, pijntje daar”. Mijn gewrichten kraken en mijn rug wordt stram. Ook heb ik steeds vaker moeite om de kleine lettertjes in de krant en op computer en smartphone te lezen. Tijd voor een leesbril dus. Het werd deze, in een vrolijk roze kleurtje. Want als ik dan aan de ouderdomskwaaltjes toe ben, dan wel op een vrolijke manier.  

Voortaan zie ik lees ik alles door een roze bril 😉 😉 😉

Koffie

Vinden jullie dat ook zo naar, koffie (of thee) in een plastic of kartonnen bekertje? Ik hoorde dat IKEA besloten heeft om de koffie voortaan zo te serveren, het bestek te vervangen door wegwerpbestek… Gelukkig is het nog niet ver, althans in het filiaal waar wij regelmatig komen.

Nee, ik ga voor een gezellige mok. Zoals deze bijvoorbeeld, zelfs voorzien van een koekjesopbergruimte. Helemaal te gek, toch?

 

Leedvermaak

Nee, ik heb helemaal geen leedvermaak, want voorlopig lijkt het er toch op dat we nog vele mooie dagen met zon in het verschiet hebben. En dat is heel fijn als je nu op de camping zit. Maar afgelopen week kreeg ik via “De Sandwich” dit gedicht toegestuurd. En ik heb er erg om moeten lachen. Vooral die zin over de baas, die zo nodig op vakantie moet, waardoor de dichter(es) gedwongen is te werken.  Enfin, lees maar:

Het wordt een slechte zomer

Het wordt een slechte zomer, een zomer zonder zon.
Het regent tot in Spanje, u wist niet dat dat kon.
Het wordt een slechte zomervakantie, met veel mot,
de slaapzak klam en vochtig, de tent een druipsteengrot.

 

De campings in het Zuiden spoelen zomaar weg.
Het wordt een slechte zomer, ’t is zonde da’k het zeg.

Het wordt een slechte zomer, een zomer zonder zon.
Veel storm en wervelwinden, dus ook geen badminton.
Gelukkig moet ik werken, de hele zomer door.
Mijn baas wou gaan kamperen, dus ik zit op kantoor.

Ik mag pas in oktober, zodat hij nu kon gaan.
Hij is naar de Pyreneeën en daar woedt een orkaan.

Het wordt een slechte zomer, een zomer zonder zon.
De barbecue blijft binnen, ’t moet in de magnetron.
Zo tegen eind september dan knapt het zichtbaar op,
het was een slechte zomer, voor iedereen een strop.

Maar ik ga in oktober en dat is zonneklaar:
de allermooiste zomer valt in de herfst dit jaar.

Marijke Boon uit: Vandaar dat ik ween. Amsterdam, 1992