
Bron: Google foto’s
Maandag stopte ik was in de machine en moest ineens weer denken hoe dat vroeger ging. Je moet dan een hele tijd terug, zo jaren vijftig. De meeste vrouwen hadden geen wasmachine. Een geiser of boiler was zelfs nog erg luxe. Wij hadden in ieder geval nog geen warm stromend water. Dus liep moeder ’s morgens met twee zinken emmers naar de waterstoker in de straat en haalde daar warm water. Thuisgekomen moest ze drie trappen naar de zolder op. De vuile was had ze dan al in de kuip gedaan. Er ging wasmiddel bij (klopte ze dat nog van groene zeep en soda…?) en dan kon ze aan de gang. Met een harde borstel werd het wasgoed geboend op een plank. Elke vlek werd ter hand genomen. De geboende was ging in een gereedstaande teil en dan kon er gespoeld worden. Met koud water natuurlijk. Dat was er gelukkig wel voorhanden op onze zolder. Tussen de spoelbeurten door werd er gewrongen, eerst met de hand en daarna met de wringer. Soms moet ik helpen om de gewrongen lakens op te vouwen, die dan zo door de wringer gingen. Dat scheelde strijkwerk!
En nu…? Ik sta soms te zuchten omdat ik de was moet uitzoeken op kleur. Wat een gedoe…! Dan is het maar goed dat ik nog weet hoe het vroeger ging en ben ik weer blij dat wassen bij ons is teruggebracht tot het kiezen van het juiste programma. En ga ik vrolijk iets gezelligs doen!

Het weer kan me op sommige dagen behoorlijk parten spelen. Ik wordt een beetje chagrijnig van al dat grijs en grauw. Van de week was het niet alleen nat, maar ook nog mistig. Bah! Maar toen kwam ik terug van het boodschappen doen en zag ineens dat er tientallen sneeuwklokjes in de voortuin staan te bloeien. Alsof ze zeggen willen “de lente komt er heus wel aan hoor!” En ook de bomen krijgen al wat grotere knoppen. Dus niet somberen, maar fris en vrolijk voorwaarts, op naar het voorjaar!
Nee, niet weer een blogje over die grootsuper! Maar in deze tijd van overvloed is het toch wel fijn als je nog meer kunt inslaan. Vooral als je niks nodig hebt, of iets waar je totaal buiten kan. Want in de zaken van
Vorige week reden we naar Berkel en Rodenrijs, gewoon over de grote weg. Niks bijzonders dus. Maar terug zagen we een wegwijzer en bleken we ook dichtbij het adres van Leo’s oude autodealer te zijn. Ach, het zonnetje scheen, we hadden geen haast dus tuften we even via allerlei smalle weggetjes naar het oude adres. Leo vroeg zich af hoe het er nu uit zou zien. En wat denk je…? Het was eigenlijk geen spat veranderd. Nou ja, zo op het eerste gezicht. Want de stad naderde met rasse schreden. In de verte zagen we grote bouwkranen en hoorden we de heimachine. Maar wie een beetje vluchtig keek, zag dit. En dat is toch echt Hollands, nietwaar?
Wie me vroeger had gezegd dat ik regelmatig in een joggingpak zou lopen, had ik voor gek verklaard. Nooit van mijn leven zou ik zo’n pak aantrekken. Maar toen ik, op aanraden van een vriendin, eenmaal zo’n comfortabele zachte broek had aangetrokken, duurde het niet lang voordat ik helemaal overstag ging. Ik schafte me ook een joggingvest aan en sindsdien kan ik me zo lekker terugtrekken in zachte en warme comfortkleding. Natuurlijk draag ik naar gym ook mijn outfit die soepel meebeweegt. Maar na een drukke dag mag ik me graag omkleden en op de bank kruipen met boek of tablet. Gemak dient de mens nietwaar. En zelfs Leo heeft zich laten overtuigen van het gemak van zo’n jersey broek. Ach, hoe ouder we worden, hoe minder vooroordelen we er op nahouden.
Zoekend door de foto’s op mijn smartphone, kwam ik deze tegen. Vast gemaakt met een vooropgesteld plan. Zo te zien iets uit een krant, maar waarom nou? Geen idee.