Bijna modern…

Tijdens ons bezoek aan de Kuijl’s Fundatie mochten we ook een blik werpen op de serviezen in de kast. Die komen nog ter tafel bij de maaltijden van de Hooge Raad.

En daar ontdekte ik dit. We moesten allemaal even denken wat het nou toch zou kunnen wezen. Maar toen zagen we het. Het is een soort van tafelfonteintje. Het kan gevuld worden met water, er is plek voor een stukje zeep en zo kun je dus je handen reinigen voor het eten.

In deze Corona-tijd zou het op menig tafel een plekje kunnen vinden 😉 Maar of het ook handig is, weet ik niet. Maar ja, wij beschikken natuurlijk allemaal over stromend water.

In ieder geval is het beter dan niks en het staat ook wel deftig, zo bij het andere porselein.

Hoe iets antieks dan weer ineens hypermodern kan worden….!

Warm

Oh, oh, wat was het warm deze week. Je kon tegen de warmte leunen en dan plakte je er ook meteen aan vast 😉

Geen weer voor ingewikkelde maaltijden, lange tijd in de keuken staan. Dus werden het salades. En niet binnen, waar de warmte als een deken om je sloeg. Maar buiten, op het terras in de schaduw. Met daarbij een koel glas wijn. En met deze fles kwamen we helemaal in vakantiestemming.

Ach, en toen was het best uit te houden. Losse kleding, niet te veel bewegen, rustig, rustig aan! Zo kwamen wij deze week wel weer door.

Atoombom

Bron: Google foto’s

Vandaag, 6 augustus, is het exact 75 jaar geleden dat de eerste atoombom viel op Hiroshima. Veel was er niet meer over van die grote stad. Alleen dit gebouw stond nog overeind.

Hiroshima, 2009 (eigen foto)

In 2009 maakte ik er deze foto. Nu is het een monument, een aanklacht tegen de wreedheden van de oorlog. Natuurlijk gingen wij ook naar het atoombom-museum. De overblijfselen, gesmolten flessen, verwrongen stalen voorwerpen, alles netjes uitgestald, leken ontdaan van hun dramatisch verhaal. Zij waren verworden tot objecten zonder ziel. Het was verschrikkelijk, maar de verschrikkingen waren niet in woorden uit te drukken.

Wij keken er naar, net als de vele Japanse schoolkinderen. Op mij liet het een diepe indruk achter. De kinderen giechelden, plaagden elkaar. Ach ja, net als kinderen over de hele wereld doen.

Hiroshima is tegenwoordig weer een bruisende stad. Wie er rondloopt, kan zich nauwelijks voorstellen hoe erg het verwoest was. Men winkelt, loopt, lacht. Ogenschijnlijk niemand kijkt terug in de geschiedenis.

Trafohuisje

Toen we toch in de stad waren, konden we dus meteen wel even kijken hoe dat trafohuisje er uitzag. Een huisje met een gedicht, was ons beloofd.

We reden een beetje om, want er was zoveel afgesloten. Maar dankzij navigatie en ons eigen richtinggevoel kwamen we toch in de juiste straat terecht. En ja, er stond een trafohuisje. Dat moet natuurlijk op de foto gezet en aan Sjoerd gemeld.

Maar dat gedicht…? Groene blaadjes, dat wel. Maar geen stukje tekst te vinden. We zochten nog wat verder in de straat, maar geen ander huisje stond er. Dan zou het dit toch moeten wezen. Maar is het dan ten prooi gevallen aan een andere versieringswoede? Of waren de buurtbewoners het gedicht een beetje beu?

Nou ja, dit is dan het trafohuisje, zoals het tegenwoordig in de Adriën Milderstraat in Rotterdam-West staat. Zachtgroen beschilderd met honderden blaadjes en takjes. Het oogt best aardig. En nou maar hopen dat het ook in de verzameling van Sjoerd zal passen.

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Bessen

De natuur begint al weer een beetje herfstachtig te worden. De grote bloemschermen maken plaats voor bessen in allerlei kleuren.

Deze glanzende oranje-rode bessen zag ik vorige week en ik wist zo gauw niet van welke struik ze waren. Maar later schoot me te binnen dat het de Gelderse roos moet zijn. Google bevestigde mijn vermoeden. Een mooie en inheemse struik, die nu weer veel kleur geeft langs de wandelpaden.

Ook lijsterbessen zijn er weer volop. Het lijkt wel of die telkens vroeger aan de bomen hangen.

Voor mij mag het nog wel een tijdje langer zomeren. Het is nu zo’n malle tijd met angsten en vreemde berichten. Ik heb nog wel graag wat zon om me in te koesteren.

Alternatief van huis

Sommigen van ons gaan of zijn al op weg naar een vakantiebestemming. Veel blijven in Nederland, sommigen verkozen toch den vreemde om een tijdje naar af te reizen.

Wij blijven voorlopig nog maar even hier. Er is tenslotte keus genoeg om naar toe te gaan. En wie niet voor al te oubollig wil worden versleten, kan ook nog kiezen uit diverse exotisch klinkende namen:

Auvergé = Overschie
Kéthèl sur l’Auvergé = Kethel bij Overschie
Das Krälingerwald = het Kralingsebos
Réo = Rotterdam en omgeving

Bron: Google foto’s

Maar misschien blijven we wel waar we nu zijn, in Teilia. Dat is Rotterdams voor “met je voeten in een teiltje”

Al die namen en uitdrukkingen heb ik niet zelf bedacht hoor! Die komen van de Rotterdamse Taal-kalender. Zelfs de foto van het Krälingerwald komt van Google 😉 Tja, ik heb nou eenmaal vakantie, nietwaar?

Slaven

Nu de discussies en de protesten van BLM weer alle krantenkoppen halen, verwonder ik me steeds weer over WAT ter discussie staat.

De slavernij uit ons verleden, slavernij waar we ons voor moeten schamen, excuus voor moeten aanbieden. Maar wat heeft dat nu nog voor zin? Het is gebeurd en -zonder twijfel- het was gruwelijk. Het mag nooit meer gebeuren.

Maar is dat het einde van het verhaal? Dat geloof ik niet. Want denk eens aan al die kinderen die in vieze mijnen moeten werken, om materiaal voor onze moderne apparatuur te delven. Aan de lange dagen in bedompte ateliers, waar ze moeten zitten om westerse en hippe kleding te maken. De arbeiders die werken in fabrieken waar de lucht ernstig vervuild is.

Van welke kant ik dat ook bekijk, het blijft slavenarbeid. Of we nou een goedkoop T-shirt of een duur merk kostuum kopen, de arbeiders hebben er waarschijnlijk onder kwalijke arbeidsomstandigheden aan gewerkt. Er is echt niet zoveel verbeterd. Ja, daar schaam ik me voor en daar zou wat aan gedaan moeten worden.

Gek toch, dat we daar nu niks over horen. Of zouden al die protesterende mensen zich niet willen realiseren hoe hun schoenen, t-shirts en jeans gefabriceerd worden? Omdat dat te pijnlijk is voor woorden?

Oefenen

Ja, ja, het heeft even geduurd, maar nu ben ik dan toch overstag gegaan en oefen ik elke dag om “in shape” te blijven.

Met zo’n enorme fitnessball, een wat kleinere bal, met banden en elastiek. Ik heb een yogamatje grijpklaar staan. En nu maar hopen dat het uiteindelijk ook leidt tot beter -en langer- lopen zonder pijn.

Een tijdje geleden kreeg ik van een vriendin een boekje over het weekblad Margriet, dat al meer dan 80 jaar op de markt is. Met daarin natuurlijk terugblikken op de voorbije 80 jaar.

Toen deed de “moderne” huisvrouw ook al aan dagelijkse oefeningen.

Zij zette haar “beste beentje voor”, maar nog niet in comfortabele stretchkleding of met speciale apparaten. Een keukenkruk, daar moest men het mee doen.

Alleen de oefeningen, die lijken de jaren overleefd te hebben. Al krijgen ze nu wel hippere namen.

Nou, voorlopig maar stug doorgaan. In yogabroek aan de slag met workouts en squats en wat er allemaal nog meer te doen is!