Noodweer

Het sneeuwt in Nederland en alle alarmen ratelen, knipperen. Al het nieuws draait rondom de verschrikkelijke sneeuw, de gladde straten.

Het OV ligt op z’n kont, want de treinen kunnen niet rijden, de bussen glijden van de weg en de auto’s ook. We moeten dus maar thuiswerken, raadt Rijkswaterstaat. En dat terwijl we nu beschikken over allerlei handige en verwarmende snufjes. Een moderne auto piept bij elke abnormaliteit, geeft een seintje als je te ver naar links of rechts gaat, heeft zelfs een technisch trukje voor als het glad is en je weg wil rijden. Maar dat werkt wel op modder, maar niet op sneeuw!! Op Schiphol loopt alles in het honderd, want er is een tekort aan anti-ijsmiddel.

Bron: Google fotos / Historiek

En ik vraag me af, hoe deden we dat vroeger? In de barre winter van 1963 zat ik op de MULO. De tram reed, de school was open, er waren voldoende kolen voor de grote kachel in het handwerklokaal. Elke dag was er eten, kookte mijn moeder.

Mijn vader, huisschilder, was “uitgevroren”. Maar hij bleef niet thuis, hij ging de bakker of de melkboer helpen, die met moeite het holletje aan het einde van de straat op konden met hun handkar. Want brood en melk moest er wel bezorgd worden.

In mijn slaapkamer stonden de ijsbloemen op de ruiten. Op mijn bed lagen wollen dekens en ging een rubberen kruik mee. Een vriestemperatuur van -10 was niet ongebruikelijk. Je trok een extra trui aan, deed een sjaal om. Maar we hadden natuurlijk geen thermo-ondergoed of gewatteerde kleding, zoals dat nu te koop is.

Nee, als ik nu naar Nederland kijk, zie ik een beetje zielig volkje. Vastgeroest in regels en procedures, niet meer in staat om zelf oplossingen te bedenken. Een volk van Jan Salie, zou Potgieter zeggen.

Gewoon mooi

Er is niet veel nodig om een goed humeur te krijgen.

Niet dat ik chagrijng was, integendeel. De zon scheen, ik was op weg naar de zangclub en de wijktuin was bedekt met een letterlijk schitterend waas van rijp.

Ik stopte even om te kijken naar een waterhoen die op een dun laagje ijs glibberig op zoek was naar een beetje eten.

En toen zag ik dit blaadje op de brugleuning. Gewoon een mooi begin van de dag.

Rare tijden

Deze foto maakte ik vorige week, tijdens een wandeling in de buurt. Midden in december staat er dus borago (komkommerkruid) te bloeien alsof het midden zomer is.

En in onze straat bloeien nog diverse geraniums, die geplant werden in een gemeentelijke vergroeningswoede. Wat zeg ik, zelfs de Franse geranium in mijn voortuin heeft nog knoppen en bloeit onverstoorbaar voort.

Overdag is het zo rond de 10-12 graden, maar gisteravond waren de ramen van de auto’s toch bevroren en moest er gekrabd worden. Het is op alle punten een (beetje) rare tijd.

Ik mis de sneeuw, maar niet de vieze blubber of de gladde straten. Ik mis de mooi berijpte bomen in onze tuin, maar niet de bevroren waterleiding en de bijhorende ellende.

Dus blijven we gewoon doorgaan en zullen we vanzelf zien hoe alles afloopt.

Verrassing

Op zoek naar een winterse foto voor bij mijn Stuureenfoto-blog kwam ik deze foto tegen. Tijdloos, want volgens mijn computer is hij in 2007 genomen. Maar dat had evengoed een paar dagen geleden kunnen zijn.  Waar stond die fiets? Geen idee, maar ik denk hier in de buurt. Misschien wel voor mijn eigen deur. Maar ja, ik maak zoveel foto’s. Zo’n detail vergeet je, net als die foto dus. Zo nu en dan zoeken levert soms een leuke verrassing op.
Winter-fiets

Aan de oever van de Rotte

Nee, ik ga het niet hebben over die ongelofelijke leemte in mijn culturele ontwikkeling: de totale onwetendheid van het schone lied “Langs de oevers van de Rotte”. Dat heeft Bettie al gedaan en zij deed dat op verbluffende wijze.
Maar toch wijd ik vandaag een blogje aan die prachtige Rotte, die zowat langs mijn huis stroomt. Vele malen al wandelde ik er, met man, met kinderen, met vrienden en vriendinnen. En altijd was er wat te zien, in elk seizoen is het er mooi. Meestal is niet erg druk, al zoeven er soms wel wat wielrenners voorbij.
Maar in de winter, als het vriest dat het kraakt, dan vind ik de Rotte op haar mooist. Met enthousiaste schaatsers die zich uitleven op het ijs.


Met spontaan opgezette en wat rommelige koek en zopies, een zonnetje en niet te veel wind.
Wie weet, ondanks de klimaatsverandering, lukt dat binnenkort weer eens een keer.
Het kan natuurlijk altijd nog. Wat zou dat toch heerlijk zijn. Deze foto’s zijn uit 2009, dat is nog geen 10 jaar geleden….

 

Winter

Twee jaar geleden maakte ik deze foto vlakbij huis. Wat een verschil met nu. Toen alles prachtig wit en een strakblauwe lucht en koud. Nu gaat de temperatuur bijna richting voorjaar. We hebben wel wat mooie dagen gehad en ik mopper dan ook niet. Maar de regen en het sombere weer maken me niet vrolijk. Daarom dus maar terug gegrepen op mijn fotoarchief voor een echt winters plaatje.

Winter

Och och, wat een weer deze week. Ik weet het, het viel niet mee. Voor iedereen die in de file heeft gestaan, voor alle fietsers die één of meerdere keren onderuit zijn gegaan, voor treinreizigers die hebben staan blauwbekken, voor de postbode, de krantenjongen.
Maar het is toch wel lekker, zo’n flink pak sneeuw. Beter dan miezerregen of storm. En toen dan ook het zonnetje scheen, zijn we er op uit getrokken, heerlijk de Kralingse Plas rond.

Winters

Hopelijk is het nu wel gedaan met kou, vorst en sneeuw. We verlangen inmiddels allemaal naar de lente en willen onze benen wel weer eens strekken op een zonnig terrasje.

Maar toch kon ik het niet laten om nog één keer deze berijpte hortensia te laten zien. Want dat vind ik wel de mooie kant van de winter. Helaas is het niet alle dagen zo’n feest.