Spreuk van de week

Elke maandag vind je hier een leuke poster. Zodat we de week in ieder geval met een (glim)lach kunnen beginnen.

Je leeft maar één keer. Geniet van de rit!

Bron: Pinterest

Wandelen

Omdat het zondag zo mooi was, besloten we een lekker stukje te gaan wandelen in het Kralingse Bos. Even een iets andere omgeving en toch niet te ver weg. Het was best al druk, maar dat kon ons eigenlijk niet zo schelen. Tussendoor een kopje koffie in de zon, op een terras. Reden om dat als “geluksmoment” te memoreren op Facebook.
Gisteren was het ook zulk stralend weer. Leo beloofde dat hij ‘s middags mee zou lopen, omdat ik in eerste instantie toch nog een beetje aanhikte tegen alleen op pad gaan. Maar bij nader inzien besloot ik er toch op uit te gaan. Ik liep een stuk over het Ommoordse veld, wat verder dan vorige week en nam de lange weg terug. Och, het was niet meer dan zo’n 50 minuten in rustig tempo. Maar wat voelde ik me blij en voldaan. Dat had ik toch maar mooi weer helemaal alleen geflikt. Ik ga steeds verder “back to normal” en dat is gewoonweg prima!!
En onderweg maakte ik nog wat foto’s, want de natuur is altijd mooi, maar in deze tijd toch wel een ietsie pietsie mooier.

Spreuk van de week

Elke maandag vind je hier een leuke poster. Zodat we de week in ieder geval met een (glim)lach kunnen beginnen.

2016-spreuken-05

Voor geluk bestaat geen sleutel, want de deur staat altijd open

 

Spreuk van de week

  Laten we de week beginnen met een spreuk. Grappige gezegden om te (glim)lachen of wijze woorden om te overdenken. Elke maandag vind je er hier een.

Wat je zaait zul je oogsten. Wie geluk zaait zal dus geluk oogsten.
Anoniem

Geluksbrenger

Je ziet ze hier steeds vaker, in Chinese en Japanse restaurants, in de toko en bij mensen thuis. Soms een beetje kitsch, met veel bling-bling, soms zelfs helemaal verguld, maar ook wel helemaal wit.Het is Maneki Neko, de gelukskat. Hij wenkt met zijn poot en roept het geld, bezoek en geluk binnen. Misschien geloof je er niet in, maar ach, kwaad zal het ook niet kunnen. Bij ons hangt ie als magneet aan het prikbord in de keuken. En bij tijd en wijle denk ik dat ie me ook nog helpt 😉

 

Armoede

Deze week in het nieuws: Kinderen zonder ontbijt op school. Armoede in Nederland. Ik lees het  en meteen moet ik terugdenken aan mijn schooltijd.

Thuis was het geen vetpot. Ik ben van 1948, geboren in een tijd dat er nog maar weinig was en bijna heel Nederland met moeite de eindjes aan elkaar knoopte. In 1955 kreeg mijn vader een hartinfarct. Zes lange weken moest hij thuis op bed liggen. Er was wel ziekengeld, maar waarschijnlijk was dat niet voldoende. Toch heb ik nooit armoede gevoeld. En ik ben zeker nooit zonder eten naar school gestuurd.

Integendeel, eten moest en zou ik. Daar werd je groot van! Ook tussen de middag was er altijd een boterham met kaas of “bussenworst”, een kopje soep of een pannenkoek voor me. En alleen op zaterdag werd er bij ons thuis niet warm gegeten. We hadden niet elke dag vlees en als het er was, waren het zeker geen grote hoeveelheden. Hoe mijn moeder moest sjacheren om rond te komen, bleek maar al te vaak. Dan werd ik met een paar lege melkflessen naar de kruidenier gestuurd. Het statiegeld was dan net voldoende om bij de bakker brood te kopen. Restjes werden niet onverschillig in de vuilnisbak gekieperd, maar opgewarmd. De kapjes van het brood, waar ik nuffig mijn neus voor ophaalde, at mijn moeder op. Korstjes zijn ook brood!

Mijn moeder liep jarenlang in dezelfde rode jas. Dat afdankertje van mijn zus was vele modes achter, maar kon er nog best mee door. Het geld dat ze hiermee bespaarde, werd besteed aan kleren voor mij. Te groot gekocht, zodat ze langer draagbaar waren. Later voorzien van een strookje, want zo ging het nog wel een paar maanden langer mee.

Ik had één grote wens: rolschaatsen. En uiteindelijk kreeg ik die ook. Al moest ik lang wachten, want ze werden gespaard op de bonnetjes van de margarine. En toen ik dacht dat we nu toch wel genoeg bonnetjes geplakt hadden, ontdekte mijn moeder dat je daarvoor ook handdoeken en lakens kon krijgen. “Kind, die hebben we echt nodig, dus die rolschaatsen moeten nog maar even wachten.” Wel smeerde ze de margarine nog maar eens extra dik op mijn boterham, dan spaarden we iets sneller. 🙂 🙂 🙂

Had ik een slechte jeugd? Welnee, ik leerde daardoor dat prioriteiten gesteld moesten worden. Een levensles die later heel wat meer waard was, dan rolschaatsen ooit kunnen kosten.