Toeren

Van Drenthe uit reden we naar de Veluwe, naar Hoenderloo. Het hotel was dit keer wat anders van opzet en besloeg diverse locaties. Wij hadden een kamer in een popperig huisje. Met een terras erbij en uitzicht op weer een mooie tuin. We kregen zelfs meteen visite. Die de 1,5 meter goed in de peiling hield en wegsprong toen ik hem van dichterbij wilde begroeten 😉

Vanuit het hotel stapte je meteen het bos in. En daar is altijd wel iets te vinden. Paddenstoelen, torren, hazelwormen, pas gehakte bomen waar de hars een mooi patroon op tekende. En her en der bomen met een rode verfstip. Zouden die binnenkort ook omgehakt worden?

De volgende dag reden we naar de Hooge Veluwe en maakten er een wandelingetje nabij het Sint Hubertus Jachtslot. Jaren geleden was ik daar ook en toen maakte het een verpletterende indruk op me. Nu was dat iets minder.

En ja, zeg nou zelf. Wat eet je op de Veluwe? Een pannenkoek, natuurlijk. En die smaakte ons zo als vanouds.

Daarna reden we naar Gortel, een zo’n kleine vlek op de kaart dat de navigatie er niet naar toe wou. Maar met een ouderwetse wegenkaart kom je er ook. Het is een beschermd dorpsgezicht. Piepklein, maar heel sfeervol en stil.

En dan is het alweer tijd om de koffer in te pakken voor een volgende etappe.

Hunebedden

In Drenthe zijn en geen hunebed zien, dat kun je natuurlijk niet maken. Dus reden we, op weg naar onze volgende etappe, naar Rolde.

Zo’n hunebed is geweldig groot en het is onbegrijpelijk dat mensen dit, in een tijd zonder de nu zo broodnodige machines, konden maken. Stenen die meer dan manshoog zijn, opgestapeld alsof het pakjes brood zijn. Ik vond het zeer indrukwekkend. Op de een of andere manier voelde de sfeer er ook een beetje “buitenaards”. Maar misschien speelde mijn verbeelding me parten.

Toeren

Na alle Corona-ellende waren we toe aan een paar dagen weg. Even een frisse neus en een andere kijk op de wereld krijgen. We boekten een “roadtrip”.

Via allerlei binnenwegen en weggetjes reden we naar Drenthe. En dan kom je door plaatsen waar je nog nooit van gehoord hebt.

Laat in de middag kwamen we aan in een heerlijk gelegen hotel voor onze eerste etappe. En met dit uitzicht konden we wel tevreden zijn.

De volgende dag besloten we te gaan wandelen. Niet zo’n lange wandeling, maar zelfs 2,5 kilometer bleken te veel voor mijn geplaagde knie.

Hoe jammer ook, halverwege kon ik echt niet meer verder. Dus een bankje opzoeken. Helaas, die bleken niet voorhanden te zijn. Maar op een omgekeerde voederbak kon ik ook wel even uitrusten. Daarna liepen we terug, in een zeer rustig tempo. Het laatste stuk liep Leo alleen naar de auto. Wat was ik blij weer in ons karretje plaats te kunnen nemen.

Die knie wordt echt niet veel beter meer. Ik moet het dus doen met wat ik kan en de ene dag gaat dat beter dan de andere.

Maar op kleine stukjes kun je ook genieten en wie het kleine niet eert….!

‘sMiddags reden we naar Orvelte, het museumdorp. Dat hadden meer mensen bedacht, dus toen het begon te regenen waren we daar al gauw weer weg.
Te druk en ook… te toeristisch. Jammer.

Zo als verwacht…

Vorige week maakten we een toer door Nederland, van Drenthe tot aan Brabant. Want een reisje naar het buitenland zagen we nog even niet zitten.

Maar ook Nederland kent vele mooie plekken, die we nog nooit bezocht hadden. Zo’n reis bleek een heel leuke ervaring. En gelukkig speelde het weer ons in de kaart. Bijna elke dag konden we buiten lunchen en viel de regen voornamelijk ’s nachts.

Alle indrukken moet ik nog op een rijtje zetten. Voor vandaag hou ik het bij een foto uit Spakenburg.

“Behouden Vaart” staat er boven de deur, die ook van een glas-in-lood raam met een zeilbootje op een stormachtige zee was voorzien. Tja, zoiets is daar natuurlijk te verwachten.

Ik had de hele deur gefotografeerd, maar zag later dat er duidelijk de naam van de bewoners op te lezen stond. Dat was me te veel inbreuk op de privacy. Dus dat zeilbootje moeten jullie zelf maar er bij bedenken 😉

Waar was tie nou…?

Vorig jaar wilden de Ganzen een nieuwe wandeling maken. Route uitgestippeld, afspraken gemaakt. Maar het ging niet door. Omdat in dat gebied de eikenprocessierups zou huizen. En daar wilden we niet aan bloot gesteld worden.

Bron: Google foto’s

Dit jaar werd er een hele tijd niet in groepsverband gewandeld. Maar half Nederland trok in die tijd wel de wandelschoenen aan en liep van hort naar haar. De kranten stonden vol, maar over die akelige eikenprocessierups hebben we maar heel incidenteel gehoord. Nauwelijks mag ik wel zeggen.

En dat vind ik dan weer heel vreemd. Want als dat beestje jaren achtereen voor veel last zorgt, zouden die beesten dan in dit jaar ineens bijna weg zijn? Ik kan het nauwelijks geloven….!

Of waren we veel te veel bezig met dat nare C-virus? Werd daardoor alles overschaduwd? Wie het weet, mag het zeggen.

Exotisch

Nu het klimaat warmer dreigt te worden, zie je vaker echte exoten in tuinen staan. Smaken verschillen, maar zelf ben ik er niet weg van.

In het begin is het prachtig, maar na verloop van tijd verdort, verkleurt en verpietert zo’n boom of plant.

Deze ontdekte ik een aantal dagen terug tijdens een wandeling. Nu is hij nog prachtig en zeer fotogeniek. Ik hoop dat hij zo mooi zal blijven.

Wandelen

Na ons familieweekend wilden we nog even wandelen. Leo had een mooi plekje uitgezocht in de buurt van Arnhem. Ik kende het totaal iet, maar was wel heel erg verrast.

We liepen niet de hele wandeling, maar een verkorte route. En dat ging gelukkig boven verwachting goed, zodat ik binnenkort weer langere wandelingen hoop te kunnen maken.

Nadat we de parkeerplaats verlieten, zagen we in de verte al “de groene bedstee”. Een berceau van beukenbomen die samen een lange overkapte wandelweg vormen. Daar konden de dames van stand rustig wandelen zonder zon. Zo hielden ze hun mooie blanke huid. En ja natuurlijk, daar wilde ik wel even een kijkje nemen.

Op deze website leerde ik dat de bomen wel 150 jaar oud zijn. Maar ze worden regelmatig gesnoeid en worden dan niet zo dik als wanneer ze vrij uit kunnen groeien. Op hete zomerdagen moet het onder die beukenbomen heerlijk koel zijn. En je loopt er ook nog eens vrij van pottekijkers. Dat kan tenslotte wel eens prettig zijn… 😉

We gaan binnenkort vast nog wel eens die richting uit, want ik wil de hele wandeling ook nog wel eens maken.

Lekker ouderwets

We hebben tegenwoordig al onze contacten letterlijk bij de hand. Je tikt een nummer in of zoekt een naam in je contacten lijst en dan kun je los.

Natuurlijk hebben wij dat ook. En tussen onze kinderen versturen we heel wat Whatsapps. Soms krijgen we sms-jes of mailen we als er iets meer te melden is. Zelf nemen we graag de telefoon ter hand. Maar eigenlijk gaat er niks boven een berichtje met de slakkenpost.

En dan, ineens valt er een kaart in de bus. Van jongste, die nog steeds door Nederland fietst. Een gewone ansichtkaart met een klein verhaaltje. En dat vinden we nog steeds leuker dan foto’s via de app.

Grote stille heide

We hoefden niet ver te rijden om bij de heidevelden te komen. Maar de grote stille heide? Nou nee, dat niet. Al was het niet echt druk. Maar je merkt dat heel veel mensen graag even een loopje hebben.

Leo en ik liepen een stukje met jongens en schoondochter mee op, maar nog steeds speelt mijn knie een beetje op. Dus besloten wij om terug te gaan en gingen zij verder.

Bij de auto wachtten wij en raakten in gesprek met een hondenmevrouw. En na niet al te lange tijd waren we weer met z’n vijven.

“De heide is aan de andere kant ook gewoon paars”, merkte jongste op. Maar schoondochter vertelde wel dat wij toch wel mooi de Schotse hooglanders gemist hadden. Tja, je kunt niet alles hebben.

Wij hadden dan weer een soort vogelhuis in het bos ontdekt, maar dat zal vol grote insecten. Wespen, hoornaars? Geen idee, maar gelukkig op veilige afstand te zien. En dat alles tussen de buien door.

Kleddernat

Zoals elk jaar hadden we ook deze keer weer een “familieweekend” geregeld. Al ver voor alle Corona-toestanden, toen reizen nog simpel was.

Nou ja, gelukkig is het allemaal al weer redelijk behapbaar. Maar tot juni was het verboden om een persoon van een ander adres mee te nemen. En hoe kwam onze jongste dan ter plekke…? Geen probleem, vond hijzelf. Ik kom wel op de fiets. Plak ik er meteen een vakantie aan vast.

Wij vonden het super stoer. En wanneer de weergoden een beetje gunstig gestemd waren…. wat kon er mis gaan? Dus zo geappt, zo gedaan!

Vrijdagmiddag kregen we het eerste berichtje. Hij zat al bij De Bilt, dus richting Apeldoorn was een eitje. Maar een beetje verder weg rommelde de donder en pakten donkere wolken samen. Wij zaten lekker droog in de auto, maar dat arme kind. Want ook al is hij inmiddels de vier kruisjes gepasseerd, hij blijft ons kind hè…. 😉 😉

Maar even na zevenen kwam hij dan toch ook bij het huisje aan. Drijfnat, maar lachend. Hij had het toch mooi maar geflikt!

Alle natte kleding werd te drogen gehangen, hij stapte onder een warme douche en wij zorgden voor een hapje en een koud biertje. De fiets verdween in het fietsenhok. Die werd maandagmorgen van stal gehaald. Daar is hij al weer opgestapt om verder te gaan. Een tocht door de noordelijke provincies is het plan. Wij worden op de hoogte gehouden door middel van appjes en foto’s. En ondertussen duimen we voor een beetje droog en mooi nazomerweer.