Klein maar fijn

Kijk, dit is mijn Ficus Elastica Belize. Een grote naam voor een klein plantje, want het meet met potje en al nog geen 20 centimeter.

Ik heb haar al een paar weken. Ze stond ietwat verloren opzij van een hele rij plantjes. Eén van haar bladeren was gescheurd en ja, dan tel je onmiddellijk niet meer mee. Maar ik wilde al zo lang zo’n bontbladig plantje en met een beetje goede zorgen zou het best wat kunnen worden.

Ze staat in de badkamer, want daar is voldoende licht en vochtigheid om haar vrolijk te stemmen. En ik hoopte dan ook dat ze enorm zou gaan groeien. Maar dat duurde nog even.

Tot vorige week, toen er een heel klein puntje van het nieuwe blad te zien was. En nu is het blad er echt. Nog een beetje blozend roze, nog niet helemaal volgroeid.

Maar wel met een belofte voor weer een nieuw blad. En ja, daar zal ik ook wel vele weken op moeten wachten. En nog meer maanden en jaren voor dat deze plant echt volledig tot wasdom is gekomen. Twee meter kan ze worden.

Ik weet niet of ik dat nog zie gebeuren. Maar geduld is een schone zaak.

Zoeken

De bloementuintjes die ik bij de Appie kreeg had ik nog even laten liggen. Ze werden soms van hier naar daar geschoven, maar ach, ze lagen niet in de weg.

Maar toen voor Pasen de tafel uitgebreid gedekt moest worden, moesten ook de bloementuintjes met nog wat andere zaadjes verkassen.

Waar zou ik die nou eens neerleggen? Niet in de kamer, want dan bleef het toch rommelig. Niet inde gang, niet op mijn eigen kamer. Nee, ik legde ze ergens waar ze uit het zicht waren, maar toch simpel weer terug te vinden.

Maar de nacht na Pasen schrok ik wakker met de gedachte “Waar heb ik die doosjes nou toch gelaten?”

De volgende morgen meteen maar eens kijken. Ik zocht, ik zocht, maar nergens te vinden. Ook Leo zocht mee, maar zonder resultaat. We zochten onder de bank, in de boekenkast, in alle keukenkastjes. Maar geen bloementuintjes. Vagelijk herinnerde ik me dat ik ze ergens bij elkaar gelegd. Er vormde zich een beeld, maar hoe ik ook zocht, geen spoor.

Tot afgelopen donderdagmorgen. Ik keek weer eens in de berging, zonder resultaat. Had ik ze nou toch, zonder er bij na te denken, weggegooid? Toen viel mijn oog op dat ene barbertje onder de plank. En kijk….., in een mandje, netjes droog en opgeruimd, daar lagen ze dus!

En gisteren heb ik ze dus gezaaid. Nog even wachten en dan kunnen de roze, witte, gele en regenboogmix-bloemen worden uitgeplant.

Herhaling

Elk jaar rond deze tijd maak ik een foto van deze bomen. Ze staan in een rustig hoekje bij een flat en ik zie ze regelmatig, want ik ga daar in de buurt naar de kapper.

Elk jaar weer vertellen de bloesems van deze bomen dat het toch heus weer voorjaar, zomer en nou ja, dat weten jullie wel… De tijd gaat langzaamaan verder en de natuur laat zich geen wetten voorschrijven over hoe en wat. Die gaat rustig zijn gang met uitbotten, bloeien en vrucht dragen.

Het is zo voorspellend, dat je zou denken dat het saai is. Maar dat is het zeker niet. Het vormt een geruststellend gegeven in een nogal warrige wereld. Net als het dag- en nachtritme, het ruisen van de zee in eb en vloed.

Want wat we ook bedenken, wat er ook nog komen gaat, de natuur blijft.

Toeval

In een voortuin in de buurt ontdekte ik een struik met nog kale takken, maar aan het eind van elke tak mooie ronde bloemen. Dus even een foto gemaakt.

Wat voor struik zou het zijn? Ik herkende de bloem niet en nergens rinkelde een belletje. Nou ja, Google zou beslist antwoord geven. Maar ik moest nog even wachten met zoeken, want eerst gingen we voor het eerst sinds lange tijd weer eens naar Diergaarde Blijdorp.

En dan komt het toeval me te hulp, want daar ontdekte ik eenzelfde struik met een keurig bordje erbij. Raadsel dus opgelost en weer wat wijzer geworden.

Deze struik heet in het Nederlands “papierbloem” (Edgeworthia chrysantha) en komt oorspronkelijk uit China of Myamar.

Eigenwijs

Als je Blijdorp in loopt, kun je ze goed zien. De ooievaars, die jaar in jaar uit een nest maken op een spoorweg-overgang.

Ik geloof dat de Nederlandse Spoorwegen er niet blij mee zijn en ze al diverse keren verwijderd hebben. Maar ze komen terug. Net alsof er geen andere plek zou zijn. Het zijn gewoon eigenwijze dieren, die zelf willen beslissen waar ze gaan wonen of niet.

Erg rustig lijkt me het plekje niet, want het treinverkeer is er behoorlijk druk. Maar dat deert ze niet. Ik denk dat ze van reizen en reuring houden 😉

Lente

Volgens meteorologen begint de lente vandaag, op de eerste dag van maart.

Maar op de lagere school leerde ik dat de seizoenen altijd op de 21e ingingen. En nou ben ik al behoorlijk “op leeftijd” en interesseert het me eigenlijk geen zier welke datum er gebruikt wordt.

De lente begint als de natuur er klaar voor is. En dat is soms veel vroeger dan cijfermatig bepaald is. Dus staan er al weken sneeuwklokjes en krokussen in de tuin.

De bakken met bollen stonden nog een beetje verdekt opgesteld omdat ze anders te veel regen zouden vangen. Maar nu begint daar ook van alles te bloeien.

En nou maar afwachten wat er nog verder op gaat komen. Want ik stopte een aantal soorten bij elkaar, maar vergat te noteren wat het allemaal was.

Geen nood, dan kijk ik wel regelmatig en bereid me voor op (aangename) verrassingen 😉

Voedseltuin

Al een paar maanden geleden was ik er langs gelopen en toen we laatst weer naar het Oogziekenhuis moesten kwam ik er weer langs. Midden in een nogal groenarme wijk ligt de Habitattuin. Een tuin bestaande uit een aantal flinke bakken, met daarin allerlei planten die voedsel leveren aan bijen en andere insecten.

Het was niet echt meer tuinseizoen en alles leek daardoor een beetje triest. Maar wanneer de planten weer opkomen en alles gaat groeien en bloeien zal het een heel ander gezicht zijn.

Wat verder zoeken op internet leerde me dat in de bakken ook veel planten staan die als “eetbare apotheek” zouden kunnen dienen. Want allerlei onkruiden die we vaak bestrijden, kunnen ons de nodige vitamines en mineralen leveren. En waarom zouden we daar geen gebruik van leren maken?

Ik vind zoiets altijd heel inspirerend en hoop dan ook dat dit nog verder uitgewerkt en hopelijk uitgebreid gaat worden.

Vlakbij verrijst een nieuwe woontoren, die ook al zo hoog wordt als in Rotterdam op dit moment gebruikelijk is. De bewoners zullen vast wel blij zijn met wat meer groen voor de deur.

Trainen

Het was lekker wandelweer en dus kwamen de Ganzen weer eens bijna allemaal bij elkaar. We liepen richting Rotte en staken de Rottebanbrug over. Daar wandelden we richting het Hoge Bergsebos. Maar op dit moment wordt er in die buurt hard gewerkt aan een nieuwe weg, met een tunnel onder de Rotte door. Daardoor bleek het pad wat we normaal namen nu versperd te zijn.

Ach, flexibel als we op onze ouwe dag nog zijn 😉 namen we dus een ander pad. En dat hebben we geweten, want na alle regen stonden daar overal plassen en niet zulke kleintjes ook. Terugkeren of doorlopen. We kozen het laatste en daardoor moesten we nogal eens door flinke stukken glibberige en zacht sompige modder banjeren. Natte wandelschoenen, vieze sokken, broeken die meteen in de wasmachine zouden moeten. Het werd een heel avontuur, maar met elkaar bleef het toch gezellig en kletsten we heerlijk bij.

Eenmaal weer bij de Rotte gekomen, moesten we nog een heel stuk voordat we weer bij de brug waren en op huis aan konden gaan. Onderweg kwamen we langs een parkeerplaats, waarop een enorme macht aan politie stond. Nieuwsgierig keken we en ontdekten dat er driftig getraind werd.

Bomen beklimmen, iets met lange houden palen en hoe komen we over de sloot. Nou, dat laatste ging vaak goed. Maar diverse agenten haalden toch een nat pak.

En wij liepen sinds lange tijd weer eens een flink stuk. Hadden ook de Ganzen hun training gehad 😉

Er even tussenuit

We hadden het een paar weken geleden reuze naar onze zin in Sibculo. Alleen het weer werkte niet erg mee. Maar dat kan gebeuren. Ach, een paar dagen rustig aan is helemaal niet erg.

Gingen we dan helemaal niet weg? Natuurlijk wel! Maar we vinden er niks an als het miezert en alles klam en nat is. En met een grijze lucht worden die foto’s er ook niet fraaier op. Dus maakten we wel wat kortere wandelingen.

We bezochten ook een paar dorpen in de omgeving, zoals Vilsteren, Ommen en Beerze. Als het even droog was, stapten we uit de auto en liepen wat. Maar te vaak werden we door de regen weer teruggeleid.

Vlak bij Sibculo ligt het natuurgebied De Engbertsdijkvenen. Een gebied met het nog zeldzame hoogveen, plassen en uitgestrekte heidevelden. En daar wandelden we wel een paar keer en kon ik gelukkig toch nog wat foto’s maken.

Maar wie weet gaan we nog een keertje terug…

Opvallend

Deze jonge rups ziet er opvallend en een beetje afschrikwekkend uit. Die grote ogen zijn nep, gewoon een paar doneke vlekken. Maar een vogel zou er van schrikken. Ik denk ik ook 😉

Het is de rups van het Groot Avondrood, een inheemse vlinder in Nederland. Maar wil je dievlinder een keertje spotten, moet je wel ’s nachts op zoek gaan., want het is een nachtvlinder.

En die vlinder is helemaal niet afschrikwekkend, nee eerder eetlustopwekkend.

Je zou er zou een mierzoet snoepje in kunnen zien. Zuurstokroze en een allerliefst beestje.

De natuur is altijd weer verrassend…!