Elk jaar zoeken we twee kalenders uit. Eén voor in de keuken, één voor in de hal.
Dit jaar is het onderwerp van de halkalender “reizen”. Twaalf vintage reisposters zullen de komende maanden aan de meterkast hangen.
In de keuken kunnen we 365 dagen de dag beginnen met een lach. Tenminste, we hopen dat Toos en Henk daarvoor gaan zorgen.
Soms ontdekken we zo’n mooie kalender op vakantie of valt ons oog erop in een winkel. Tegen onze gewoontes in bestelden we dit keer beide kalenders via internet. Want helaas, de boekwinkel is al weer een tijdje verdwenen van het winkelcentrum. Dus dan moet je wel…!
Eén van de Ganzen had voorgesteld om een bezoek te brengen aan het West-Indisch huis in Dordrecht. Daar is nu het atelier van Jan van het Hoff gevestigd en hangen talloze schilderen van hem. Wat vroeg werk, zoals bloemstillevens, maar vooral zijn Gospelscenes zijn te bewonderen. Absoluut het aankijken waard, maar niet persé mijn voorkeur.
Toch verveelde ik me niet in dat huis, want het interieur is ook heel fraai. Het barokke 18e eeuwse huis is nu in bezit van Victor Deconinck. Het huis is prachtig gerestaureerd en zo veel mogelijk in de originele staat teruggebracht.
Een schitterende keuken, antieke kasten en andere meubels, mooie haarden en bewerkte plafonds. Er is genoeg te zien, kijk maar naar deze kleine impressie.
In Den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje Als je vraagt: Waar woont je pa? dan wijst hij met zijn handje met zijn vingertje en zijn duim. Op zijn hoed draagt hij een pluim Aan zijn arm een mandje. Dag, mijn lieve Jantje.
Ja, dit is hem: Jantje. In 1978 vereeuwigd door Ivo Coljé. Het beeldje staat op de Lange Vijverberg, tegenover het Binnenhof. Daar zou de vader van Jantje, Graaf van Holland, hebben gewoond.
Nu wordt het Binnenhof gerestaureerd. Kosten, tijd en moeite blijkbaar in overvloed…..
De eerste keer dat ik dit filmpje zag, was ik compleet van de kaart. In het verhaal bij de post gaat het over een zeer geloofwaardig bezoek aan een tuin in Kyoto. De fotograaf ziet ineens iets bewegen en dan verandert het insect in een soort van bloem. Zoiets zou kunnen bestaan, mimicry wordt dat genoemd.
Meerdere keren liet ik het filmpje draaien en telkens knaagde de vraag “is dit echt” aan me.
Maar nee, nu weet ik het. Dit bestaat niet. Het is puur verzinsel, kunstig gemaakt met AI. Hoe dan? Geen idee, misschien dat andere bloggers beter in deze materie zijn.
Maar naast verwondering, bewondering ook, ergert het me vooral, omdat ik nu nooit meer zo onbevangen durf te geloven dat iets misschien wel zou kunnen bestaan.
In ons wijkgebouw “De Romeynshof” worden regelmatig diverse amateur kunstwerken tentoongesteld. Soms vind je daar heel leuke, bijzondere of vreemde werken tussen.
De afgelopen weken hingen er werken die gebaseerd zijn op het thema “muziek”. En daar zag ik toch werkelijk heel bijzondere dingen tussen hangen. Ik denk dat er wel meer mensen zulk werk aan de muur willen hebben. Ik koos er zelf drie uit om over te bloggen.
Het briefje waar ik de namen van de makers had gezet, ben ik kwijt geraakt. Nu kan ik alleen maar melden dat de linkse een mozaiek is, de middels is een zwart/wit tekening en de derde is van staal gemaakt.
Deze bibliotheek staat in de Chinese stad Tianjin. Een havenstad met meer dan 11 miljoen inwoners. Geen wonder dat er een grote bibliotheek verrees. Want hoewel dit op de foto een gewone bieb lijkt, is het een futuristisch gebouw met een Nederlands tintje. Want het ontwerpbureau MVRDV, dat onder andere in Rotterdam de Markthal tekende, ontwierp ook deze bibliotheek.
Een groot gebouw, waarin in het midden het auditorium staat, een gigantische witte bol die wordt omringd door golvende wanden. Die wanden geven ruimte aan meer dan 200.000 boeken, maar kunnen ook dienen als zitplekken en daartussen lopen trappen.
De buitenwanden zijn van glas en van buitenaf lijkt het ’s avonds op een oog, wat ook zijn bijnaam is geworden.
Niet alle planken werden vol boeken gezet. De bovenste planken bleven leeg, maar de achterwanden werden voorzien van boeken-afbeeldingen. Dus het lijkt wel vol.
Toch jammer dat wij in Nederland zo weinig chauvinistisch zijn. Dit ontwerp had van mij wel wat meer in de picture mogen worden gezet, want dit is toch wel een kijkje waard.
Wie zegt de naam Rob Touber nog iets? Vagelijk bekend misschien? Ja, inderdaad in de jaren 70 was Rob Touber een bekend figuur in de Nederlandse Showbiss. Hij was zanger, maar bekender als televisieregisseur en platenproducer.
Hij had een fijne neus voor talent en wist onder anderen Jenny Arean, Willem Nijholt, Gerard Cox, Lennart Nijgh te strikken. Hij maakte diverse televisieshows. Maar omdat de Hilversumse bazen zuinig waren, werden de banden van die shows gewist en opnieuw gebruikt.
Platen bleken een langer leven beschoren. Frank Jochemsen en Jim Immig zagen de naam Rob Touber op veel grammofoonplaten uit die tijd staan en vroegen zich af “wie was die man” en “zou er nog meer van terug te vinden zijn?”
Ze zochten verder en vonden in archieven de originele teksten, waar en wanneer een show werd uitgezonden en wie er aan meededen. En ze gingen op bezoek bij enkele artiesten en haalden met hen herinneringen op aan die tijd. Dat resulteerde in een podcast-serie van meer van 20 afleveringen, die ik inmiddels allemaal heb afgeluisterd. Veel opnames werden gedigitaliseerd, zodat ze voldoen aan de eisen van de oren van nu.
Sommige liedjes werden later nog wel eens uitgebracht of vertolkt. Een schat aan onbekende, maar vaak prachtige teksten zijn aan de vergetelheid onttrokken. Wie van cabaret en Nederlandse teksten houdt zal ook van deze podcast zeker genieten. En wie weet, misschien komt er nog een CD-set met een aantal “vergeten” opnames uit.
Als we nou kleinkinderen hadden, dan… dan zouden ze vast wel eens komen logeren. En op een druilerige middag, wanneer de uitstapjes door regen worden verpieterd, dan liet ik ze dit filmpje zien.
Gewoon omdat het leuk is, maar krap een kwartiertje duurt en je er een beetje door wordt opgevrolijkt.
Dus grootouders, bewaar de link en laat uw kleinkinderen kennis maken met de jeugdherinneringen van Paul McCartney.
In de tussentijd zet je thee en biscuitjes klaar! 😉 😉 😉
Daar gingen we vorige week heen, naar Venlo naar het Limburgs museum. Om er de tentoonstelling De Bourgondiërs te bekijken.
Maar eerst even een kopje koffie met een stuk Limburgse vlaai in het museumcafé.
En eerst ook even rondkijken, want dit museum bezochten we voor de eerste keer. Groot, mooi van buiten om te zien. Met een grote gebogen lijn en een rechte er tegenaan. Mooi om van binnen naar buiten de groene omgeving te bekijken.
De architecte, Jeanne Dekkers, wilde dit moderne gebouw in de historie van Venlo en Limburg plaatsen. Daarover kun je hier meer lezen.
En we moesten ook eens goed rondom ons kijken, ook eens even onze blik naar boven richten. Dan ziet alles er ineens heel anders uit. Er was al veel te zien voordat we de tentoonstelling betraden.
Bij het inchecken hoorden we dat we onze jassen uit moesten doen en rugzakken of tassen (hoe klein ook) in een kluisje moesten opbergen. Dit in verband met de veiligheidseisen. Wij vonden het geen probleem. Een bankpasje past wel in een broekzak, net als een mobieltje. Maar voor mensen die medicijnen mee moeten nemen, zijn er geheel doorzichtige tasjes te leen. Daar kan dan alles in. Hou daar dus rekening mee.
Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen. Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
De zoon van Jules de Corte zingt een liedje van zijn vader: De wonderman. Een liedje dat je onmiddellijk herkent als “ja van….!” en ook nog altijd fijn om te luisteren.