Wat is het verschil

Vorige week was ik op een begrafenis. Alles prima geregeld, waardig afscheid en diverse familieleden weer eens gezien. Maar ja, alles op afstand. Want we kennen de regels toch?

Maar hoe verklaren we deze foto dan? Die nam ik vorige week op maandag. Dus niet lang geleden, maar op 1 februari 2021.

Zijn voetballers/sportmensen van een andere planeet? Kunnen die geen Corona hebben? Gelden daar andere regels voor?

Of is verdriet geen legale gevoelsuiting en de vreugde om een doelpunt of overwinning wel?

Ik ben niet zo’n huilebalk of knuffelaar, maar wat had ik graag even een arm om dat familielid heen geslagen. Gewoon, even laten voelen dat je het ook moeilijk vindt.

Nee, dat deed ik niet. Ik bleef schutterig staan, op afstand. En ik begin me steeds meer af te vragen: Waarom? Is dat allemaal echt nog wel nodig?

Het kan me niet zo veel schelen dat we nog niet naar theater, festival, feesten mogen. Al zou ik het heus wel willen.

Maar dat we in moeilijke tijden ook zulke ijskonijnen moeten blijven en ons gevoel moeten verbergen, dat vind ik eerlijk gezegd steeds lastiger te verdragen. Steeds onmenselijker ook.

Altijd mooi

De moderne windmolens vind ik nog steeds niet echt mooi. Maar zo’n ouderwetse, echte Hollandse molen, daar word ik blij van.

Op onze wandeling in het 16Hovenpark zagen we vanuit de verte deze molen. Ik maakte de foto natuurlijk om hier te plaatsen, maar wist van de molengeschiedenis verder niks af.

Maar dan is daar Google en Wikipedia om alle onwetendheid te verdrijven. De molen stond eerst ergens anders, maar vormde voor het vliegverkeer van Zestienhoven een obstakel (Oh…vooruitgang 🙁 ).

Dus werd de molen afgebroken, maar gelukkig verderop weer opgebouwd. Het oude gangwerk werd opnieuw geïnstalleerd en de molen kreeg een nieuwe naam: De Speelman.

De molen werkt ook weer gewoon waar hij voor gebouwd is: graan malen. Ik ben er nog niet zelf geweest, maar dat gaat zeker veranderen. Want zo nu en dan iets lekkers bakken, daar is niks op tegen.

Triest

Ach, wat gezellig had het kunnen zijn, toen we afgelopen zondag een stukje gingen wandelen in Rotterdam. Pittig winterweer, zon, stralend blauwe lucht. Een geur van lente woei in onze neuzen.

Hoe graag hadden we nu, onze voeten verstopt onder een fleece dekentje, een warme chocomel gedronken, vergezeld van een fikse punt appeltaart. Maar niks van dat al. Alle gezellige tentjes dicht, geen terras, geen broodjeszaak, geen taart, geen warme chocomel, niks, nada.

In arren moede zochten we een bankje om onze boterhammetjes op te eten. En, hoe kan het anders, ging ons gesprek over de teloorgang van de horeca.

En het zal nog wel een tijdje duren. Ik begin er nou toch echt een beetje moedeloos van te worden.

Voorbij

Zo nu en dan zie ik op Facebook oude foto’s van Rotterdam voorbij komen. En zo ontdekte ik een plekje uit mijn jeugd. Een hoekje bij het schoolplein, met zo’n hekje erom. Daar kon je zo lekker koppetje duikelen. Gek, maar dat zie je nu bijna niet meer.

Bijna, want vorige week zag ik een meisje zo heerlijk rond de stang van een fietsnietje draaien. Hup, hup, in sneltreintempo draaide ze rond. Ik mocht een foto maken en dat liet ik me geen twee keer zeggen. Eigenlijk had ik het ook nog wel een keer willen doen, maar ja een “dame” van mijn leeftijd weet wel beter. Dat kan niet meer…. (zucht) 😉 Daar komen alleen maar ongelukken van.

Maar dat meisje had me toch een plezier. Toen ik weg liep hoorde ik haar lachen.

Andere plek

Dat rondje Ommoordse veld ken ik nou langzamerhand wel en Leo ook. We hadden behoefte aan een ander uitzicht. Dus pakten we zaterdag de auto en reden naar Park 16Hoven in Rotterdam.

Onder de rook van ons Rotterdamse vliegveld, dat ik koppig en stug “Zestienhoven” blijf noemen, ligt een park naast een nieuwe woonwijk. Het was nog even zoeken, maar uiteindelijk kwamen we waar we wezen wilden.

Het park ziet er voor een deel nog erg nieuw uit. Weidse groene velden, speelplekken, brede wegen en wat smallere paden. Mooie bruggen en een hertenwei. Nog redelijk jong groen, maar beslist een plek om prettig te wandelen.

En dat deden we, ondanks de kou en harde wind. Het was niet moeilijk om te oriënteren op de overzichtelijke paden. We kwamen ook in een wat ouder gedeelte, waar diverse volkstuincomplexen waren. Leuk om te zien hoe de huisjes waren opge-bouwd en met liefde alles mooi gemaakt was.

We gaan er zeker nog eens een keertje lopen. Want in het voorjaar of een ander seizoen is er vast weer meer te zien en te beleven.

Winkelen

In ons winkelcentrum zit een modewinkel. Met keurige kleding, echt kwaliteit wat ze leveren. Ik heb er wel eens wat gekocht, maar ik ging er ook vaak zo maar even kijken.

Nu is de zaak natuurlijk gesloten. En een webwinkel is er niet en krijg je ook niet zo snel van de grond. Maar voor alles is een oplossing te vinden. Kijk, alle poppen in de etalage hebben een nummer gekregen. En alle kleding is netjes geprijsd en voorzien van de beschikbare maten.

Zie je nu iets leuks, dan bestel je het per e-mail. Simpel en slim bedacht.

Zo zie je maar, je kunt op vele manieren creatief zijn. Handel is en blijft toch handel.

The Restaurant

Voorlopig zijn wij elke avond wel onder de pannen, want we kijken naar de Netflix-serie “The Restaurant”. Een Zweedse serie over -hoe kan het anders- een restaurant in Stockholm, het Djurgårdskällaren.

De eerste serie begint in 1945, op de dag dat het vrede wordt in Zweden en volgt de familie die het restaurant al lange jaren leidt. We zien hoe de familieleden verzeild raken in allerlei situaties. Hoe moeder Helga de touwtjes in handen heeft en haar kinderen Gustaf, Peter en Nina probeert te sturen. Er wordt geruzied, lief gehad en de een zit de ander soms dwars. Situaties worden verkeerd begrepen, niet goed besproken of er wordt iets verzwegen dan wel iets te veel verteld. Dat alles tegen het decor van een mooi maar wat gedateerd restaurant.

Er zijn in totaal 3 series van 10 x een uur met een mooie cast, goeie sfeer en prima acteerwerk. Wij hebben voorlopig de eerste weken geen zorg over de avondklok 😉