Een andere blik

Helemaal alleen in het Trompenburg Arboretum kijk je wellicht een beetje anders naar de bomen en planten die je tegenkomt.

Omdat we toch alle ruimte en tijd hebben, staan we wat langer stil bij wat ons voor ogen komt. We genieten van de lange lege lanen, horen het ratelen van de bladeren in de wind en het ruisen van de bomen. Vogels wanen zich nog onbespied, dus fladdert er een ons onbekend vogeltje voor de voeten. We horen zoveel gefluit, dat we er geen vogels in kunnen herkennen. Maar het streelt onze oren wel. Het valt ons op hoe verschillend bladeren kunnen zijn. Soms klein en zacht, dan weer groot, glad en met stekels.

We steken ook de weg over naar de Overtuin, een voedselbos. Enkele jaren geleden werd dit stuk bij Trompenburg gevoegd. De meeste struiken, bomen en planten hier kunnen op een of andere manier gegeten worden. We ruiken en zien Lievevrouwebedstro, maar er staan ook diverse planten en struiken met bessen en bomen waarvan de bladeren eetbaar zijn. Wat precies te consumeren is, ontdekken we niet. Maar op de lange duur zal ook hier uitvoeriger uitleg gegeven worden.

Kort gezegd dus: we hebben weer volop genoten van alles wat groeit en bloeit (en ons altijd weer boeit) 😉

Voor ons alleen

Al heel lang komen we regelmatig in Trompenburg Arboretum. Maar het Arboretum helemaal voor ons alleen hebben, dat was ons werkelijk nog nooit overkomen.

We hadden, zoals dat nu overal gebruikelijk is, een tijdslot gereserveerd voor maandag 10.00 uur. Bij reservering zag ik dat het Arboretum al om 09.00 open zou zijn. Dat vond ik wel vreemd, maar ja, nieuwe omstandigheden, nieuwe tijden nietwaar?

Toen we aankwamen bleek dat het toch pas om 11.00 uur zou open gaan. Die tijd was dus een foutje op de website en zal binnenkort wel veranderd worden. Maar… we waren er nu en mochten gewoon doorgaan. Anderhalve meter afstand houden….? Een fluitje van een cent, we konden wel 100 meter uit elkaar lopen 😉

Alsof de tuin voor ons alleen was, heerlijk rustig dus… En daar maakten we gretig gebruik van. Zeer op ons dooie gemak liepen we over de bekende paden. Bekeken de bomen, bloemen en planten uitgebreid en brachten zo dus een uur in alle rust door. Om 11.00 uur werd het niet veel drukker. Want ja, die tuin is zo groot, daar kun je met gemak met 100 mensen zijn zonder elkaar te hinderen.

En ondertussen werd ons huis schoongemaakt door de hulp, die dus ook alle vrijheid had. Je zou bijna spreken van een win-win situatie, als het Coronaspook niet zo’n vervelende aanleiding was!

Toch bijzonder

Al vele jaren staan in mei vlak bij ons huis wilde orchideeën. Niet die grote die je kopen kunt, maar kleine fel paarse bloemetjes. Als ik het goed heb, is het een moerasorchis.

Vorig jaar stonden er maar het en der wat verscholen tussen het hoge gras. Even leek het er op dat ze zelfs verdwenen waren.

Maar dit jaar staan ze weer volop te bloeien. Er is één weide waar ze vooral in het midden staan. Gelukkig ver weg van al te grijpgrage handen. Maar wie goed oplet, ziet ze ook zo nu en dan langs de kant van het pad.

Misschien is het een goed jaar voor orchideeën, want ik zal bij andere bloggers ook al dat zij ze gespot hadden.

In Noord Holland, onder andere bij Schagen en in de buurt van Ilpendam. Misschien zijn die niet dezelfde soort, zijn het net andere variëteiten. Maar allemaal minstens even mooi.

En omdat ze uitgraven en in je eigen tuin zetten totaal geen optie is, maak ik er dus een foto van. Kunnen jullie ook nog even meegenieten 😉

Er even uit

Na vele weken hadden we dan besloten dat wij onze huishoudhulp wel weer wilden laten komen. Leo en ik hadden samen zo veel mogelijk alles in huis bijgehouden, maar haar hulp zou echt heel welkom zijn.

De afspraak werd gemaakt en wij besloten om gedurende die uren weg te gaan. En zo reden we dus al om kwart over negen weg, met bestemming Agneta-park in Delft.

En dat is een heel mooie wijk. Eigenlijk bestaat hij uit twee delen, het nieuwe deel, opgeleverd in 1925 ziet er alweer wat moderner uit dan het eerst gebouwde deel. Hier vallen de kleurige houten ramen en deuren in vrolijk wit, geel en groen op, mooi gemetselde muren en allemaal dezelfde dakkappelletjes. Fraai geschoren heggen rondom de tuinen, mooie bloemen en bomen. In het oudere deel, dat dateert van rond 1885 staan kleine “cottages” die vier arbeiderswoninkjes bevatten met tuintjes rondom, waartussen slingerende straatjes. Het oogt allemaal zo rustig en netjes. Een wijk waar je je erg op je gemak voelt.

Ik maakte er een hele serie foto’s. Het was prachtig weer, heel rustig en vredig. We zochten een bankje, aten een krentenbol en genoten van het vele groen.

En tot slot werden we nog eens extra verrast. Maar dat komt in een ander blog aan de orde.

(Ramp)toerisme

Het mag dan heerlijk rustig zijn in Nederland en de ons omringende landen. Dat betekent wel dat het toerisme zo langzamerhand de nek is omgedraaid.

Ik maakte wat foto’s bij de molens van Kinderdijk en bedacht een beetje beschaamd dat dit toch wel een soort van ramptoerisme mag heten.

Want het is fijn als je op je gemak kunt kijken, maar saai en levenloos is het wel. Een beetje reuring was toch wel prettig.

Werd je vorig jaar nog onder voet gelopen door hordes Chinezen, Japanners, Italianen of weet ik welke landsaard dan ook. Nu is het overal stil en verlaten. Lege parkeerterreinen, gestapelde stoelen op terrassen, bezoekerscentra en musea leeg en gesloten. Rondvaartboten die aangemeerd blijven.

Overal enorme investeringen die er nutteloos bij liggen. Hoe lang nog? Voorlopig nog wel…

Even weg

Geïnspireerd door de verhalen van Marthy besloten wij afgelopen dinsdag maar eens een keertje naar Kinderdijk te gaan. Dat is een plan van al langer geleden, maar dan wilde ik met de waterbus. Dat leek ons nu niet zo’n goed idee, dus namen we de auto.

We parkeerden vlakbij de molens en liepen langs het water. Het was ongelofelijk stil en rustig. Een beetje winderig, met veel wolken. Maar dat gaf nou juist zulke mooie vergezichten.

Normaal gesproken zouden we wel een flink stuk gewandeld hebben, maar mijn knie is nog steeds pijnlijk en dus liepen we maar een stukje en gingen we al snel weer terug.

Die molens zijn uniek in de wereld en zo mooi. Ze dateren van rond 1740 en werden in die tijd zonder computers, snelle berekeningen of lawaaiige machines gebouwd. Puur mensenwerk, steen voor steen. Ook het binnenwerk van stevige boomstammen werd geheel handmatig gemaakt, gezaagd en gebeiteld. En dan staat alles er na zo veel jaren nog zo prachtig bij.

Wel jammer dat we niet binnen konden kijken. Maar ja, dat zit er nu even niet in. Het was toch een leuk uitje!

Mooi…!

Net als de dieren, laat ook de natuur zich niet ringeloren door wat onze mensenwereld op zijn kop zet.

Het is voorjaar en dus… het fluitekruid groeit en bloeit. En niet alleen het fluitekruid, ook de boterbloemen, het koolzaad, de gele irissen tonen zich op zijn mooist.

Maar het fluitenkruid vind ik toch het allerleukst van alles. Tere witte schermen, net kant. En als je het wilt fotograferen lukt dat maar met moeite. Eén zuchtje wind is voldoende om het heen en weer te laten wiegen.

Sommigen zullen het misschien wel onkruid noemen, maar ik vind het elk jaar weer prachtig.

Kinderboerderij

Kinderboerderij “De Blijde Wei” ligt er nu maar verlaten bij. Het hek is dicht. Er klinken nu geen kinderstemmen. Alleen de medewerkers zijn er om de boel te onderhouden en de dieren te verzorgen.

Maar de dieren zijn er nog wel. Die trekken zich niks aan van Corona en vinden het misschien wel rustig. Nu kunnen ze heerlijk spelen in de wei en worden ze niet achterna gezeten door lawaai makende kinderen.

Het ziet er wat “terug in de tijd” uit. Jetses zou hier nog leuke platen hebben kunnen tekenen. Vroeger was dit een echte boerderij. Alles is nog authentiek en ademt een sfeer van vroeger.

Wij kwamen hier al met onze kinderen en nu komen er buurkinderen met hun pappa en mamma naar toe. Normaal gesproken is het er altijd wel druk. Op de parkeerplaats bij de grote witte Kip staan meestal rijen auto’s, want ook opa’s en oma’s gaan graag even een kijkje nemen. Net als wij dus deden, maar nu vanaf het wandelpad langs de sloot.

Rustig

Vandaag zomaar een plaatje dat ik schoot in de wijktuin, vorige week.

Normaal loop ik over het fietspad, maar nu nam ik een klein zijweggetje. En ineens zag ik weer hoe mooi het hier toch is. De bomen die nog niet helemaal in het blad staan, de zon, de prachtig heldere hemel en dat alles weerspiegeld in de grote vijver.

Ik hoef niet ver te wandelen om midden in de natuur te staan. Je zou niet zeggen dat dit stukje tuin ligt tussen twee wijken, waar aan de ene kant hoge flats staan en aan de andere kant eengezinswoningen. En nu is het ook nog eens heel rustig. Geen kwetterende kinderen bij de school, nauwelijks verkeer, geen vliegtuigen in de lucht.

Bijna ideaal zou je zo maar kunnen denken. Maar toch, niet alles is wat het lijkt in deze tijd….

Geen woorden maar…!

Als je de titel van dit blog ziet, zou je denken dat ik een voetballiefhebster ben. Maar dat is niet zo. Het interesseert me maar matig, ken de spelregels niet. En dan ook nog ligt de club uit de Kuip me minder na aan het hart dan die van het Kasteel en Jules Deelder.

Maar geen woorden maar daden past niet alleen bij voetballen, het past ook bij het Rotterdamse karakter. Niet voor niks zegt men dat in Rotterdam de overhemden met opgestroopte mouwen worden verkocht 😉

Op de Rotterdamse kalender vond ik volgend verhaal:
In het poep-chique Marina Bay Sand Hotel in Singapore hoorde iemand in onvervalst Rotterdams roepen: “Sjon, hellup jai dat waiffie effe, dan ken ze ook nog mee naar bove!. De dame in kwestie was duur gekleed. Het waiffie was een schoonmaakster, die een grote en zware zak wasgoed in de lift probeerde te tillen. De echtgenoot van mevrouw, Sjon dus, was een ook al duur uitziende meneer. Maar dat belemmerde hem niet om met een zwaai de zak wasgoed in de lift te zetten, zodat ook de schoonmaakster mee kon.

Typisch Rotterdams, geen woorden maar daden.! 😉

Bron: Google afbeeldingen