Facebook / Harm Geerligs / Natuurfotografie in Nederland
Niet alleen wij vinden de prijzen tegenwoordig de pan uit rijzen, maar ook de dieren bedenken zich wel even voordat ze beslissen wat ze zullen nemen.
Tenminste, dat lijkt zo op deze foto, die ik vond op Facebook. Die reiger lijkt zich te bedenken of hij nou wel of geen kibbeling zal kopen. Het is wel kabeljauw en geen goedkopere vis, maar toch… Best een flinke prijs voor een portie. Een beetje reiger schrokt dat in no time op.
Misschien toch maar even wachten tot er een aardig mens zijn portie met mij wil delen….
Zo nu en dan word je met de neus op de feiten gedrukt. Welke feiten? Nou, dat ik al lang geen twintig meer ben. En dat ik daarvoor niet in de spiegel hoef te kijken, maar dat ik dat voel.
Soms lijk ik nog best soepel en lenig, maar op andere momenten voel ik elke vezel in m’n lijf, is elke beweging een opgave.
Vorige week gooide ik de aardappelschillen weg en ineens…. schoot het in mijn bips. Een vlammende pijn als ik ook maar even bukte. Niet meer bukken dus.
Maar dat bleek toch geen optie. Nooit gerealiseerd hoe vaak een mens bukt. En hoe vaak er iets valt. Wat er allemaal in kastjes beneden staat.
Ik werd er een beetje chagrijnig van. Had nergens meer zin in en kreeg op de lange duur een beetje hekel aan mijn eigen belabberde zelf. Het werd tijd voor een beetje peptalk. Gelukkig gaat het inmiddels weer wat beter.
Donderdag heb ik weer een flink stuk gewandeld en ik kraak niet meer elke beweging. Gewoon dus weer stug doorgaan….!
Bij Matroos Beek las ik over de podcast “Het fortuin Carlier”. Dat leek me wel wat….
En dus beluisterde ik zeven avonden lang een aflevering. Elke keer een half uurtje, waarin langzaamaan het akelige lot van “de juffrouw” zoals Marie-Antoinette Carlier werd genoemd uit de doeken werd gedaan.
Van de successen van haar vader Hector, zijn turbulente leven, het enorme fortuin dat hij vergaarde naar de laatste troosteloze dagen van zijn dochters en zoon.
Ik vond het een mooie podcast, die ik met veel plezier beluisterde. Maar ook een verhaal waarin ik van de ene in de andere verbazing viel.
Een verhaal over rijkdom, geluk en tegenslag. Maar ook over mensen die compleet verblind zijn door geld en daardoor elke vorm van menselijkheid verliezen. Aasgieren die geen schaamte kennen.
Het lijkt me heerlijk om een moestuin te hebben, maar zelfkennis verhindert dat. Daar moet je gedisciplineerd voor zijn, regelmatig wieden, alles netjes bijhouden. Kortom, veel te veel gedoe voor mij. Ik droom er wel van, zie grote oogsten sappige tomaten, heerlijke boontjes en courgettes in overvloed. Maar de paar pogingen die ik ondernam hadden slechts misoogst tot gevolg.
Maar kom ik langs een moestuin, kan ik wel met heel veel bewondering kijken. En erover lezen natuurlijk. Mede-bloggers zijn veel succesvoller als ik en ik geniet dan ook van hun verhalen.
Maar er is één moestuin, die het summum van tuinieren is. Heel lang geleden bracht ik er een bezoek aan en laatst zag ik er weer een foto van. Die was recentelijk genomen, met een drone, dus recht erboven.
En dan komt het prachtige ontwerp van de tuin van kasteel Villandry, want die bedoel ik, nog mooier uit. Een overvloed aan minutieus uitgemeten perken met daarin een enorme sortering van groenten en fruit. Lage heggen van leiboompjes, keurig gesnoeid en in toom gehouden omzomen de smetteloze paden. In het voorjaar met bloesem, later met sappig fruit aan de takken.
Wie er een keer in de buurt is, mag een bezoek er aan niet overslaan. Ook wie niet over groene vingers beschikt zal er met veel plezier rondlopen.
Dit is toch een heerlijk portret van een jonge trompettist. Het doet me altijd denken aan onze jongste. Ook roodharig en vanaf kleuterleeftijd zeer astmatisch.
Een longarts, die zich specialiseerde in kinderen en longproblemen, adviseerde ons dat een blaasinstrument bespelen goede invloed zou kunnen hebben.
Ik zag al een dwarsfluitspelend kind voor me, maar onze zoon koos een trompet. Eerst gehuurd, later gekocht. En ja, zijn gezondheid ging vooruit.
We kwamen een keer laat thuis van vakantie. Al in de auto verheugde hij zich op weer trompet spelen. Dat hij de daad bij het woord voegde zodra we binnen waren, zullen onze buren ons niet in dank hebben afgenomen.
Een tijd lang werd de trompet opgeborgen en verruild voor een gitaar. Maar gelukkig, nu speelt hij al weer jaren met veel plezier in een brassband. En van astma horen we nog maar zelden.
Misschien denken we dat alle opzichtige reclame aan gevels en gebouwen een trend van deze tijd zijn. Maar in de jaren dertig was het ook al aan de orde van de dag.
Kijk maar eens naar deze foto uit 1934 van de Rotterdamse Coolsingel. Het lijkt wel of elke steen bedekt is met reclame. Ook toen werden de mensen bestookt met marketing 😉
De naam Lilian Gilbreth zal niet direct een belletje doen rinkelen. Maar Lilian, samen met haar man Frank Gilbreth, was een van de eersten de “arbeidspsychologen”. Zij analyseerde het werk en de bewegingen en zorgde dat alles zo efficiënt mogelijk gedaan werd. Niet alleen omdat je dan beter werkte, minder moe zou worden, maar vooral omdat je dan meer werk in kortere tijd kunt doen.
Bron: Google foto’s
Toen Frank op 56-jarige leeftijd kwam te overlijden, moet Lilian het zelf zien te rooien. Maar dat was voor een vrouw niet altijd gemakkelijk. Toch werd zij bekend als de bedenkster van onder andere de pedaalemmer. Een inmiddels onmisbaar voorwerp in onze huishoudens.
Lilian en Frank waren ook de ouders van 12 kinderen. In hun huishouden zou alles op rolletjes gelopen moeten hebben, maar of dat ook echt het geval was…?
Wie dat wil weten, zou “Voordeliger per dozijn”, geschreven door Frank Gilbreth Jr. moeten lezen. Absoluut leuke lectuur.
Het is komkommertijd want de nieuwsdienst en hebben nog maar één onderwerp hoe warm het is.
En ik denk terug aan mijn vader, huisschilder tot aan zijn pensionering in 1968.
Bron: Pinterest
Hij ging zomer en winter gekleed in lange onderbroek, borstrok en driedelig pak en stropdas naar zijn werk. Overhemden met korte mouwen had hij niet, al zal hij zijn mouwen wel eens opgestroopt hebben.
Op zijn werk ging zijn jasje uit en verruilde hij dat voor een ketelpak. En dan ging hij aan het werk. Ladder op, ladder af met een pot verf en zijn kwasten.
Natuurlijk zocht hij de schaduw op, maar als het niet anders kon dan stond hij ook in de volle zon. De hele lange 8-urige werkdag schilderde hij ramen en deuren of muren. En nooit hoorde je hem klagen over de warmte.
In zijn tas zat een halve liter melk en zijn boterhammetjes. Als hij geluk had, schonk men wel eens koffie, thee of limonade.
Nu loopt men al bij 20 graden in korte broek en hemd, worden ijsjes en water uitgedeeld. En toch klaagt men nog steen en been. We zijn een beetje watjes geworden.
In het Barnevelds Pluimveemuseum was ook een deel ingericht met dingen uit de nalatenschap van Evert Bouw. Dat klinkt heel wat, maar Evert was geen rijke man. In tegendeel, hij leefde heel eenvoudig, bewerkte zijn lapje grond ergens tussen Barneveld en Voorthuizen. Zomer en winter, onder alle weers-omstandig-heden.
Hij was -wat we nu noemen- zelfvoorzienend. Hij hield er een geit en wat kippen, die niet geslacht werden, maar rustig oud mochten worden. Verbouwde zijn eigen aardappelen en groenten, had wat fruitbomen en leefde rustig in zijn eigen ritme. En wat hij verbouwde, at hij zelf ook op.
In deze tijd, waarin we zo bezig zijn met duurzaam leven en toch zo verspillend omgaan met wat de aarde ons levert, valt veel te leren van dergelijke mensen. Een eigenzinnig man, gelukkig op zijn eigen manier.
Ik vond het ontroerend te zien hoe een mens zo onafhankelijk op zichzelf kan leven en zorgen.
Het loont vaak de moeite om eens vanuit een andere hoek te kijken. Niet alleen dat leuke poortje, maar ook even omhoog. Naar een ander soort doorkijkje.
Deze foto werd genomen in Bologna, de stad die bekend is om zijn vele arcades. Maar dat is hier helemaal niet in beeld. De kleuren, de lijnen maken de foto.
Ik vind zoiets fascinerend en bewonder de fotograaf die daar oog voor heeft.