En dan zijn we al weer een paar dagen terug van weggeweest. Je kijkt een hele tijd naar de vakantie uit en het is in een zucht voorbij. Nou ja, thuis is ook wel weer leuk. Maar reizen en trekken door prachtig Groot Brittannië heeft wel heel vel charme.

We reden van Harwich naar de Cotswolds en hadden een hotel geboekt in Painswick. De dorpjes in Engeland stralen nog steeds de sfeer van vroeger uit en met een beetje fantasie en het wegdenken van de vele auto’s kun je er zo een detectiveverhaal verzinnen.
Al leek het hotel dat we geboekt hadden in eerste instantie niet wat we verwachtten. Er was een feest gaande, zodat de hoteldame weinig tijd had om ons uitgebreid te ontvangen.

De ingang was geen statige deur, maar een klein houten deurtje, waar Leo regelmatig zijn hoofd stootte. En via via moesten we naar onze kamer. Maar die was goed en comfortabel, dus wat hadden we te klagen? En we boften dat de auto nog een plekje voor de deur vond, want het goot van de regen en dan is sjouwen met koffers helemaal niks.
En al gauw maakten we plannen voor de komende dagen….





Wie Zakynthos zegt, denkt meteen aan schildpadden. Want de Karetaschildpad (Caretta caretta) legt haar eieren op dit eiland. Voornamelijk in een baai in het zuiden, vlakbij Kalamati, de plaats waar wij logeerden. En dan laten we de kans om die dieren in het wild te spotten niet voorbij gaan. Gelukkig 😉 zijn er diverse commerciële mensen die in die behoefte voorzien. Je kunt dus bootjes huren en de zee op gaan of met een grotere boot een excursie maken. Wij kozen voor de laatste optie en gingen met nog vele anderen aan boord van een nogal wiebelend schip. Er stonden grote golven, maar nog net niet groot genoeg om de trip af te blazen. En zo voeren we zo’n 2,5 uur op een prachtig blauwe zee op zoek naar schildpadden. Die moeten boven water ademhalen en dan zijn ze te zien. Schoonzus gilde op een moment “Ja, daar” en wees. Maar toen was Caretta al weer ondergedoken. Zelf geen schildpad gezien dus.
Ik maakte nog een foto van de zee en bedacht dat ik er later een schildpad in zou foto-shoppen. Maar natuurlijk heeft Google foto’s te over beschikbaar, dus dit is hem dan:
Grieken zijn heel trots op hun kinderen. Daarin verschillen ze niet van andere mensen, maar ze laten het vaak heel duidelijk zien. Zoals deze reder, die zijn boten vernoemde naar zijn kinderen. Maar na vijf zonen was er dan eindelijk toch ook een dochter, Stavroula, te vernoemen. Alleen vraag ik me wel af of de fraaie dame, die daar zo languit ligt te liggen, de dochter in kwestie is. Mmm…, meestal wil papa niet dat ze zich zo frank en vrij vertonen. Dat geeft maar kapers op de kust 😉
Lopend langs de haven van Zakynthos stad, met het zicht op een azuurblauwe zee, stuit je ineens op een hoekje van de haven waar je dit vindt. En dan te bedenken dat dit nog maar een piepklein stukje van de hele wereldvervuiling is. Dat er touwvezels in het water liggen, kan ik me wel voorstellen. Zo’n touw gaat weleens stuk. Maar al dat plastic, die flessen, de overige zooi. Bah! Waarom gooien mensen dat nou gewoon over boord? Je hebt het tenslotte vol meegenomen. Dan is het toch simpel om het ook leeg mee terug te nemen? Helaas, zo werkt het dus niet.
Het was een heel gezellige vakantie. We hadden mooie appartementen, er was een gezellig restaurant met een heerlijk kokende Griekse mama. De wijn en de ouzo smaakten voortreffelijk en we hadden een auto gehuurd. Dus konden we het eiland rustig verkennen. Zakynthos is niet zo groot, maar schitterend mooi. Buiten de toeristen-plaatsen waan je je alleen op de wereld.
zien en wilde het ook met eigen ogen bekijken. Helaas, met ons ook busladingen anderen van over de hele wereld. Het schip ligt in een baai, omgeven door rotsen. Alleen vanaf boven kun jet het zien, maar dan moet je op een klein plateautje staan. Aansluiten in nette rijen aub… 😉
Hoefde ik ook niet te griezelen bij de types die op een smal muurtje stonden te wankelen om toch maar vooral die éne superleuke en hoogst originele selfie te maken.
Dit doet me onmiddellijk denken aan “upstairs/downstairs”. Boven wonen de “grote” lui en beneden, in het souterrain, leven de bedienden.