Wandelend langs de Zevenhuizer-plas, met de lentezon stralend aan de hemel, leek het water bijna Middellandsezee-blauw. En dan krijg je al gauw het idee dat het “dorp” aan de horizon zich ergens in een zuidelijk land bevindt.
Maar nee hoor, het is gewoon een wijk van Rotterdam. Op loopafstand van ons huis nota bene!
En dan realiseer ik me weer hoe fijn we hier wonen. Met goed openbaar vervoer, winkels en een heerlijke polder met fijne uitzichten. En dan te bedenken dat sommige mensen “hier niet dood gevonden willen worden”.
Ach wat kan het me ook schelen, wij vinden het hier een prima woonstek!
Een tijdje geleden keken we op Duitse zender NDR naar een uitzending over Rotterdam. En nee, dat was geen gebruikelijke touristentour met de Kubuswoningen, Markthal of zicht op de Erasmusbrug.
In deze documentaire werd ingezoomd op allerlei ontwikkelingen en initiatieven die in Rotterdam ontplooid worden.
Grote en kleine projecten, zoals logeren op het ss Rotterdam, de Rotterdamse dakendagen, Floating Farm, de bedrijven in het voormalig Tropicana. Want er heerst in Rotterdam een grote bedrijvigheid, niet alleen van grote en bekende bedrijven, maar ook diverse start-ups van jonge en ambitieuze mensen, die zoeken naar een ander en vooral duurzamer leven.
Wie wil, kan de uitzending nog streamen, dit is de link.
Het winkelcentrum dichtbij onze wijk heeft al lang veel betere tijden gekend. Toen was het winkelaanbod veel gevarieerder. Er was een modewinkel, een grote radio- en tv-zaak, een doe-het-zelfwinkel en een bank. Ook was de drogist veel beter gesorteerd en luxer dan nu het geval is. Er zijn ook winkels gebleven, zoals de banketbakker, Zeeman en met drie supermarkten hoeven we niet te klagen. Sommige winkels staan al weer langere tijd leeg, maar er zijn wel drie kapperszaken.
Bron: Facebook
Maar Toko Sodiro kwam al weer vele jaren geleden erbij en is inmiddels niet meer weg te denken. Klein begonnen, groter gegroeid en ruim voorzien van allerlei tropische levensmiddelen. Het is er vaak druk, roezemoezig en het ruikt er heerlijk. Er heerst een gemoedelijke sfeer.
Ik koop er graag kruiden en specerijen, rijst, kroepoek of mie. En dan snuffel ik even tussen alle onbekende artikelen. Maar we halen er ook zo nu en dan een heerlijk broodje. Daarvoor moet je wel even in de rij wachten. Geen punt, want er is altijd wel iemand in voor een praatje.
Dit gedicht moest leren op school. Er bleef niet veel van hangen. Behalve de eerste zin van het tweede couplet. Toen hoorde ik het op de radio, voorgelezen door Jacques Klöters en stond de complete tekst op Facebook. Nu hoef ik het nooit meer te vergeten.
Bron: Google fotos / Omrop Fryslan
AFSLUITDIJK De bus rijdt als een kamer door de nacht de weg is recht, de dijk is eindeloos links ligt de zee, getemd maar rusteloos, wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken van twee matrozen, die bedwongen gapen en later, na een kort en lenig rekken, onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar ’t een droom, int glas ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken de geest van deze bus het gras snijdt dwars door de matrozen heen. Daar zie ik ook mezelf. Alleen mijn hoofd deint boven het watervlak beweegt de mond als sprak het, een verbaasde zeemeermin Er is geen einde en geen begin aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden, alleen dit wonderlijke gespleten lange heden.
M.Vasalis (ps. M.Droogleever Fortuyn – Leenmans 1909-1998) uit: Parken en woestijnen. Amsterdam: Van Oorschot, 1940
Elk jaar zoekt de Ganzenpas een uitje, dat een beetje buiten onze gebaande paden loopt.
Dit jaar planden we een dagje Dordrecht. Niet met de trein of de bus maar op z’n Rotterdams met de boot, met de Waterbus.
Lekker relaxed gingen we met de metro naar de stad en daarna liepen we over de Schiedamse dijk naar de opstapplaats bij de Erasmusbrug.
En zo’n wandelingetje laat zien hoe snel de stad verandert. Andere winkels, nieuwe hoge en nog hogere gebouwen. Lege complexen zonder duidelijke toekomst en gloednieuwe kantoren.
En vanaf het water werd nog duidelijker hoe Rotterdam zich steeds meer in de hoogte ontwikkelt.
Dat was wat, in 1966. Toen werd gestart met de aanleg van wat nu de A20 is. Met een grote op- en afrit aan de Hoofdweg in Rotterdam. Ik was nog een tiener, autorijden mocht ik nog niet en een auto bezitten was helemaal een ondenkbaar iets.
Nu is die zelfde Hoofdweg een hele tijd lang afgesloten geweest. Omdat de op-en-afrit al lang niet meer voldeed aan het aanbod van verkeer. Dus werd er een nieuwe weg op aangesloten.
Dat hebben we hier in Ommoord van nabij kunnen zien. Technisch een hoogstandje, met een viaduct dat niet klaar aangeleverd werd, maar steeds een stukje verder opschoof.
Zes jaar en ettelijke miljoenen later is de aansluiting met de A16 een feit. Dit weekend gaat ook het laatste stuk open, kunnen we van en naar Breda over de Brienenoordbrug en onder de Rotte door naar Den Haag. Nieuwe tijden.
Er is schoonheid in vele soorten. Wat de een om te gruwen vindt, vindt de ander juist prachtig.
Ik ben redelijk modern in mijn smaak, maar toch kan ik de schoonheid zien in sommige oude dingen. Zoals die grote machines, die we op de Havendagen zagen. Stoer, robuust, niet klein te krijgen en met onderdelen die hun kracht vormen.
Als je ze vanuit een bepaald standpunt bekijkt, wordt het ineens mooi.
En dan de details, zoals dat peilglas. Niet zomaar een rechttoe rechtaan glas, maar fraai gevormd, met een gepoetst deksel.
Het is maar klein, dit beeld van Huib Noorlander en het heeft een bescheiden plekje. Je kunt het vinden op de hoek van de Crooswijksesingel en Linker Rottekade tegenover de Noorderbrug in Rotterdam.
Waarom nou juist daar? Omdat op die plek jarenlang bier werd gebrouwen. Daar stond de Heineken Brouwerij. Jarenlang was Leo één van de vele medewerkers. Niet in de brouwerij zelf, maar op kantoor.
Daarom hier een foto van De bierdrinker. Ik vind gewoon dat dit beeld een plekje op mijn blog verdient.
Ik heb zelf geen mooie foto van het beeld, dus gebruikte ik de foto van deze link, waar ook nog meer beelden en informatie over Huib Noorlander te vinden zijn.
Een culinaire tijdreis – 1000 jaar koken in Rotterdam
Van vriendin Lies kreeg ik een boek te leen: Een culinaire tijdreis – 1000 jaar koken in Rotterdam.
Bij het bouwen van de Markthal werden nogal wat archeologische spullen opgegraven. Dat werd natuurlijk keurig gerubriceerd en bewaard. Want aan de hand van al die vondsten werden we weer wat wijzer hoe de mensen leefden in vroeger tijden.
Toen de Markthal 10 jaar bestond werd dit boek uitgegeven, verlicht met allerlei foto’s en recepten.
Veel van wat destijds werd gegeten, wordt nu ook nog klaargemaakt. En al gebruiken we andere materialen, koken we niet meer op een houtvuur, pannenkoeken en hachee staan ook nu nog op tafel.
Leuk om te lezen en je voor te stellen hoe dat toen gegaan moet zijn, hoe het geroken heeft. En je te realiseren dat wij, moderne huisvrouwen, heel wat minder zwaar werk hoeven doen.
Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen. Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
Overmorgen is het 85 jaar geleden dat Rotterdam gebombardeerd werd. Tot op de dag van vandaag zijn daar de sporen van in mijn stad terug te vinden.
Vandaag geen vrolijk wijsje, maar een voordracht door Guus Hermus over deze afgrijselijke dag in de geschiedenis van Rotterdam.