Zielloos

Hoe het leven ook min of meer normaal doorgaat, we kunnen er toch niet altijd omheen. We leven in een vreemde tijd, met vreemde maatregelen. En wanneer je zo op weg naar je vakantiebestemming bent, zie je dat steeds duidelijker.

In alle plaatsen en dorpen lijkt het leven weggevloeid te zijn. Stille straten, lege terrassen, winkels met vreemde plakaten op de ruiten. Je went er wel aan, maar prettig vind ik het nog steeds niet. Maar ja, wie wel?

En als je dan even naar een stadje gaat om iets te kopen, valt het nog meer op. Ik fotografeerde hier in Ommen, maar het kan natuurlijk in elke plaats zijn. En als ik het moet omschrijven, schiet me telkens het woord “zielloos” te binnen.

Winkelen is geen optie meer. Nou ja, de plaatselijke bakker was natuurlijk wel open en daar kochten we krentenwegge. Dat was tenminste nog iets…!

Er even uit…

Het was even zoeken naar de goede parkeerplaats, maar uiteindelijk toch gevonden. Plaats voor tig auto’s, maar er stonden er maar een stuk of wat. Wel een groot waarschuwings-bord. ’s Zomers zal het hier wel drukker zijn. Nu leek het ietsjes overtrokken.

We volgden de pijlen voor een route van enkele kilometers. En dan toch nog de weg kwijt raken…

Tja, dat betekende dus een langere wandeling en zo nu en dan maar hopen dat we de goede pijlen weer terug zouden vinden. Het gebrek aan mede-recreanten maakte het niet makkelijker. Die ene oude meneer wist heg noch steg. Maar we kwamen natuurlijk weer bij onze auto terug 😉 Zo groot is Twente tenslotte ook niet.

In de tussentijd hadden we ontdekt hoeveel hout er hier gekapt wordt en ons afgevraagd waar dat allemaal heen gaat. En in ieder geval nog extra een mooi stuk van dit bos gezien, frisse lucht gesnoven en veel vogels gehoord en vlinders gezien.

Niks mis mee dus. Integendeel, het was weer een heerlijke wandeling.

Er even uit

Naar Twente ging ons midweekje. Even andere horizon, ander huis, andere dingen zien. Niks spectaculair, maar wel fijn.

Het weer was heerlijk, lekker voorjaarsachtig en de omgeving mooi. Dus trokken we er op uit om te wandelen. Broodje mee, drinken mee en wat te versnaperen. Goh, dan is het leven best wel aardig 😉 😉

Kijk hier kozen we onze route. Dwars door het bos en voor ons volkomen onbekend gebied. Maar prachtig en heerlijk ontspannen lopen.

In het begin alles vlak, maar later toch regelmatig heuveltje op en heuveltje af. De winterjas was al gauw een beetje te warm.

We wandelden en waren zo maar gelukkig in een Twents bos. Wat wil een mens nog meer…

Hygiëne

Na het verhaal van Marthy las ik ook het boek van Tim Voors. Niet dat ik van plan ben om zo’n lange wandeling zelf te maken, maar er over lezen kan natuurlijk altijd.

Het las als een trein, al vond ik het teleurstellend dat de natuur, die toch overweldigend moet zijn, minder werd belicht.

Er was echter één ding wat me bijzonder opviel. Hoe ga je in zo’n situatie met hygiëne om? Vanzelfsprekend is het niet mogelijk elke ochtend te douchen. Zo nu en dan een sprong in een meertje of rivier moet je een beetje schoon houden.

In het bijzonder het gebrek aan een toilet zou mij nekken. Nou ja, helemaal alleen in de bushbush zou ook ik wel wat relaxter zijn dan langs een drukke verkeersweg. Maar toch…!

Zo nu en dan is het toch tijd voor een grote boodschap, die je moet begraven. Maar wat doe je verder met papier en zo….? Natuurlijk niet zomaar achterlaten in de natuur. Maar wat dan?

Tim Voors nam het mee, uiteraard netjes verpakt in een zakje. En gek hè, ik kan me die wandelaars nu niet meer anders voorstellen dan met een rugzak en daaraan bungelend een toiletrol en een keurig dichtgeknoopt zakje.

Zo zal het wel niet gaan. Er zijn beslist andere oplossingen. Maar dat beeld hè, dat blijft…. 😉

Tijd

‘T is alweer een paar dagen zomertijd. Altijd ben ik een beetje van slag af door dat uur tijdsverschil.

Ook na een paar dagen kom ik nog niet goed op gang.

Daarom vandaag een laat en kort berichtje. Ik moet nog even wennen 🙂

Hoog, hoger, hoogst

De skyline van Rotterdam is de laatste maanden veranderd. Langzaamaan verscheen een nieuw gebouw tussen de hoge wolkenkrabbers:
De Zalmhaven.

En nu is het hoger dan alle andere gebouwen in Rotterdam. Nog steeds niet uitgegroeid, want nog elke week komt er een verdieping bij. Uiteindelijk moet deze woontoren een hoogte van 215 meter bereiken. Wie er (genoeg) geld voor heeft, kan dan gaan wonen op de 60e verdieping.

Het is spectaculair, beslist. Maar toch niet ons idee van leuk wonen. Helemaal boven heb je weliswaar een schitterend uitzicht, maar mis je het contact met de grond.

En stel je eens voor, de elektriciteit valt uit. Je wilt of moet naar beneden of naar boven. Al die trappen….. wat een nachtmerrie.

Maar ja, er zijn altijd mensen die er anders over denken. Dus zullen de appartementen wel verkocht worden.

Muzikale maandag

Vandaag een uitstapje naar Griekenland. Geen idee waar het is of wat hij bezingt. Maar ik had bij dit filmpje meteen associaties met romantische avonden, donkere stranden, een schommelbank, koele wijn en olijven. Dus… sluit je ogen en droom weg bij Nikos Vertis met “Thelo na me noise”

Sporen

Spoor zoeken, sommigen kunnen dat als de beste. Ik niet, want ik zie geen verschil in een hertehoef of hondenpoot. Ik kan ook geen drollen onderscheiden of determineren.

Maar de sporen van de grootste natuurvervuiler, de mens, die zie ik maar al te veel. Van snoep-papiertjes, blikjes, flesjes tot papieren zakdoekjes of bananenschillen…

Bananenschillen? Ja die ook. Weliswaar afbreekbaar al duurt het lang. Maar dat plastic etiketje blijft zichtbaar en vergaat voorlopig niet. Daarbij is een banaan een exoot in onze natuur, net als sinaasappels.

Ik vind het onbegrijpelijk dat mensen allerlei spullen meesjouwen in hun rugzak. En als de inhoud dan opgegeten is, pletteren ze het afval in de natuur. Je kunt het toch gewoon weer mee terug nemen en thuis in de kliko doen….?

Herinnering

Rotterdam: J.E. Feisser – renehoeflaak.com

Deze foto maakte ik niet zelf, maar vond ik op de site van René Hoeflaak.

Ik heb veel herinnering aan deze muurschildering, die zich bevindt in het gebouw van de GGD in Rotterdam. Een begrip in mijn stad, want je ging naar “de Baan” om doorgelicht te worden.

Als kind kwam ik er regelmatig want om de zoveel tijd moest gekeken worden of alles nog in orde was en of de TBC inderdaad genezen was.

Je moest dan die grote trap op en kwam in de gang met de kleedkamertjes. Stond er een deur open, dan ging je naar binnen en vergrendelde met de uitklapbare houten plank die daar aan de deur zat.

In het gebouw rook het altijd merkwaardig. Ik vond het niet onprettig en ik vermoed dat het een soort desinfectans was. Nu ruikt alles meestal nogal citroenig, toen was het lysol wat de klok sloeg.

Doorlichten (een Röntgen-foto maken) gebeurde op een groot apparaat en het werd bediend door een dokter of zuster met een groot dik schort aan. Je moest tussen de platen gaan staan, armen in de zij en ellebogen naar voren. Er klonken geluiden in het donker, klikklak, en dan was alles alweer klaar. Terug naar het hokje en omkleden. Gek, verder gaat mijn herinnering niet. Maar we zullen vast ook nog wel op de uitslag gewacht hebben.

“De Baan” is nog steeds in gebruik als GGD-gebouw, maar ik weet niet meer hoe lang het geleden is dat ik er kwam. Dat zal toch minstens 60 jaar geleden zijn…

Verandering

Jaren geleden reden wij door een stukje van Rotterdam waar Leo herinneringen had aan bezoeken bij ooms en tantes. De buurt zei mij niks. Toen ik klein was kwam ik nooit “op Zuid”.

De huizen waren oud en werden gesloopt. Maar niet helemaal, want men liet de gevels staan. Tenslotte heeft Rotterdam weinig historie over, dus alles met de grond gelijkmaken was niet logisch. Zo zag het er toen uit:

Een paar weken geleden reden we weer naar deze wijk. De huizen leken onveranderd, maar we wisten dat het slechts schijn was. Want nu straalden ze op mooi opgeknapte gevels, mooi schilderwerk aan de voorkant, maar splinternieuwe woningen erachter.

Zo’n wijk krijgt daardoor weer een heel ander gezicht. Het leek me er fijn wonen. Leuk om dat te zien.