Levenskunst

Er zijn mensen die overal een positieve draai aan kunnen geven.

Bron: Google

Zelf ben ik beslist geen pessimist, maar hoe ik me zou voelen in een rolstoel…? Ik kan me er geen voorstelling van maken. Altijd enigszins afhankelijk…., met dagelijks niet te slechten barrières…. Mwah……..!

Maar een paar weken geleden stuitte ik op een Instagram-account van een jonge vrouw in een rolstoel. Ze merkte dat veel mensen haar maar zielig vonden. Maar ze straalde en lachend merkte ze op dat zo’n rolstoelleven ook positieve kanten heeft.

“Als ik naar een feest ga, kan ik altijd de mooiste schoenen aan, hoe ongemakkelijk ze ook zijn.”

Tja, dat is ware levenskunst.

Favorieten

Elisabeth van het blog BussyBessy vraagt ons een jaar lang onze favorieten op te geven. Dat loopt van je favoriete muziek naar je favoriete seizoen en alles wat daartussen kan liggen. Kijk eens op haar blog. Misschien wil je alsnog aansluiten.

Deze maand wil Elisabeth weten welk vertrek in ons huis favoriet is. Nou, dat is in elk geval niet de zolder, want daar hang ik soms de was op en strijk ik. Verder staat er van alles en nog wat en zou er dringend opgeruimd moeten worden.

Ik heb nog even getwijfeld over mijn keuken, want koken en bakken vind ik nog steeds leuk om te doen. Maar het liefst zit ik toch wat te knutselen in mijn werkkamer. Daar staat ook mijn laptop, waarop ik meestal mijn blogjes schrijf.

Het is een heerlijke kamer, met alleen vroeg een beetje zon. Maar met een raam over de hele breedte is het er licht genoeg. Aan de muur een aantal boekenplanken, twee tafels met hobbyspullen, nog wat andere kastjes en dozen om stempels, inkt, papier en verdere materialen in op te bergen. Een oude Lundia kast propvol met van alles wat ik beslist niet kan missen, maar regelmatig op zoek naar ben.

Dan een tafel die voor de helft is ingeklapt, maar nog langer gemaakt kan worden. Die gebruik ik om te naaien. Al moet ik bekennen dat ik daar niet vaak meer mee bezig ben.

Leo kijkt soms met afgrijzen naar de wanorde op die tafels. Maar ik weet waar alles ligt en voel me er gewoon senang.

Sparen

Zo na de vakantie zijn mensen weer in de weer met opruimen. In de wijk-app zie ik dan ook allerlei dingen die gratis of voor een paar euro aangeboden.

En het zijn niet alleen de ouders, ook kinderen nemen hun spulletjes eens onder de loep.

En dan blijkt al gauw dat ze nu toch te groot zijn voor kinderspelletjes. Dus weg ermee! Gratis?

Hé… wacht eens even…! Daar kan het spaarvarken mee gevuld worden.

Autorijles is duur, dus waarom zou je het niet proberen. Tenslotte helpt elke euro om dat roze kaartje dichterbij te brengen.

En er komt ruimte in de kast. Kind blij, pa en ma ook. Goed plan toch?

Zuster Agnes

We aten in Lier bij een zaak die “Zuster Agnes” heet. Een toepasselijke naam voor en restaurant naast het Begijnhof. Maar Zuster Agnes blijkt echt te hebben bestaan. Zij was het laatste begijntje in Lier.

Bron: Google/Martin Brink

Deze tekst kopieerde ik uit het stadsmagazine van Lier,
De Peperbus (mei-juni 2025)

Zuster Agnes wordt als Victorine Emmanuelle Van der Streeck in 1899 geboren in Oudegem bij Dendermonde. Ze legt haar kloosterbelofte af in Turnhout als ze 29 is.
In 1936 verhuist ze naar het begijnhof van Lier, waar op dat moment nog 9 andere begijnen verblijven. De eerste jaren verzorgt ze oude begijnen, later draagt ze als portieres de verantwoordelijkheid over het openen en sluiten van de begijnhofpoorten. Daarna wordt ze, 45 jaar lang, kosteres in de begijnhofkerk en is zo verantwoordelijk voor het luiden van de klokken. Een taak die ze minutieus vervult. 
Ze neemt haar intrek in het huis “Heilige Cornelius”, aan de Sint-Margaretastraat 5, tegenover de kerk. Ze leidt bezoekers rond in haar kerk, deelt op Palmzondag palmtakjes uit aan de bewoners van het begijnhof.
Vanaf de jaren ’60 is ze nog de enige begijn in het begijnhof. Op haar 85ste gaat ze op rust in een klooster in Hamme, waar ze op haar 95ste in 1994 overlijdt.
Haar uitvaartplechtigheid vindt plaats in de begijnhofkerk.

Of de echte Zuster Agnes lekker koken kon? Waarschijnlijk wel. Ons smaakte het stoofvlees naar haar recept heerlijk, net als de Hemelse rijstepap!

Koffie met lekkers

Normaal drinken wij ’s morgens gewoon koffie, zonder iets erbij. Niet omdat we dat niet lusten, maar dat is nou eenmaal beter voor onze lijn.

Op vakantie laten we die regel vaak maar voor wat het is. Zo ook in Lier, waar we na een wandeling over het Begijnhof neerstreken op het terras van “Zuster Agnes”.

En daar namen we naast ons kopje koffie een Liers vlaaike. Dat is de plaatselijke lekkernij. Bescheiden van formaat, maar erg lekker en zeker niet bescheiden in calorieën. Maar we konden ze niet weerstaan. Zacht, zoet, met een hint van kruiden als gember, kaneel en kardemom.

We vonden ze zelfs zo lekker dat we op zoek gingen naar bakkerij Roxanne Kesselaers, die ze volgens oud en origineel recept bakt. We moesten wel even zoeken naar deze bakker in de Lisperstraat. Maar zo konden we later die week nog een keer genieten van dit echte en originele streekrecept.

Somber

Het is altijd weer een verrassing hoe een hotelkamer eruit zal zien. De kamer die we kregen toegewezen was prima. Ruim, schoon, mooie badkamer, prima bed.

Maar wat misten we een kleurtje in die kamer. Alles was zwart, de muren, de kasten, de stoelen. Gelukkig lagen er twee kleurige kussentjes en was het beddengoed wit, anders was ik gillend weg gelopen.

Het hotel was verder uitstekend en we hebben er prima geslapen, dat wel. Maar voor ons hoeft zo’n donkere kamer niet. Geef ons maar een pittig kleurtje op de muur, desnoods een ratjetoe van kleuren en stijlen.

Maar ja, smaken verschillen.

Begijnhof

Het Begijnhof van Lier is tamelijk uitgebreid. Het is in de dertiende eeuw ontstaan, maar de meeste huizen dateren uit de zeventiende eeuw. Het beslaat 11 straten met 162 huizen. Nu hebben de meeste huizen een huisnummer, maar vroeger werd elk huis vernoemd naar een heilige of een bijbels tafereel. En dat vind je heden ten dage nog op sommige deuren terug.

Een groot deel van het begijnhof is al gerestaureerd, maar er worden ook nog steeds renovatie-werkzaamheden uitgevoerd. Het is geheel omsloten en je komt er binnen via een van de twee poorten. Het begijnhof staat sinds 1998 op de lijst van werelderfgoederen en behoudt dus zijn oorspronkelijke vorm.

Het is een oase van rust. Er is nauwelijks gemotoriseerd verkeer, dus kun je er prima wandelen. Al maken de ongelijke kasseien je dat niet erg gemakkelijk. Stevige schoenen zijn aanbevolen. Wij hebben er een heerlijke rustige morgen doorgebracht, bewonderden de tuintjes en keken bij de huizen soms stiekem maar niet te opvallend naar binnen.

Omdat het begijnhof nog heel authentiek en middeleeuws aandoet, zijn er al diverse malen films opgenomen. Het is en blijft een prachtig decor.

Bier

Op weg naar Lier wilden we niet door Antwerpen, hoewel de navigatie dat aangaf. Maar wij namen de afslag bij Brecht en reden binnendoor naar onze bestemming. Maar niet voordat we een bezoekje brachten aan de Abdij van Westmalle.

De Abdij zelf is helaas een klein aantal dagen in het jaar te bezoeken. De ommuurde gebouwen stralen rust uit, maar zijn ook zeer gesloten. Toch hebben we er heerlijk gewandeld, want het ligt erg mooi.

De monniken behoren tot de orde der Cisterciënzers, maar worden vaak Trappisten genoemd. Nog steeds worden er mannen opgeleid om monnik te worden. Zo’n opleiding is zwaar en duurt drie tot vijf jaar.

In de Abdij wordt al sinds 1836 bier gebrouwen, eerst voor eigen gebruik, later ook voor de verkoop. Het is een heerlijk biertje, dat in drie variaties te koop is. In 2005 werd Westmalle bier uitgeroepen tot het beste bier ter wereld. Sinds kort is er een vierde soort te verkrijgen, maar voorlopig slechts in een heel beperkte oplage.

Bij de Abdij stonden een aantal koeien stil te grazen. De Trappisten maken ook een speciaal soort kaas, Hervé kaas, gerijpt met trappistenbier. Dus misschien waren het wel de koeien, die de abdij van melk voorzien.

Haags

Onze oudste is al heel lang het huis uit. Net 18 was ie toe hij in Groningen ging studeren. En van dat ogenblik werd hij een beetje een Grunneger.

Daarna ging hij in Den Haag wonen. En van lieverlee werd dat zijn stad. Het knaagt een klein beetje dat hij Rotterdam met een schuin oog bekijkt. Maar ja, zo gaat dat. Het is niet anders.

Als hij komt brengt hij vaak iets lekkers mee, van een slager op de Fred, van een Haagse bakker.

Zoals laatst, toen hij met deze onmiskenbare Haagse Harry-doos aankwam. Er zat een Haagse poffert in, of zoals ’t op z’n plat Haags heet “uhn poffah”.

Onbekend voor ons Rotterdammers, maar erg lekker. Het lijkt op een enorme krentenbol, met een laag zoete vulling.Haagse Harry houdt zo te zien van een stevige hap.