Zondag liet ik iets zien, waaraan ik geen “kunst”kaartje hang.

Dit is natuurlijk wel Kunst, en met een grote K. Een zelfportret (?) van Jan van Eyck, gemaakt in 1433. Het lijkt of het nog maar kort geleden is geschilderd, maar het dus bijna zes eeuwen geleden dat Jan van Eyck zichzelf portretteerde. En nu nog steeds kunnen wij genieten van dit prachtige werk. De man kijkt ons aan, aandachtig, een beetje dromerig vind ik. Een man van vlees en bloed, waarmee je zonder woorden kunt praten.
Er zijn helaas niet veel werken bewaard gebleven van deze schilder. Nog maar zo’n kleine 20 werken zijn her en der in musea op deze wereld.
Van 1 februari tot 30 april 2020 wordt in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent een tentoonstelling gehouden over het werk van Jan van Eyck. Daar zullen we dan ongeveer de helft van deze werken kunnen zien. Die tentoonstelling staat hoog op mijn lijstje genoteerd.






Gek, deze foto van Erwin Olaf associeerde ik meteen met het valse beeld van een roze wolk. Je weet wel, de gelukzalige staat waarin iedereen soms verwacht wordt te verkeren. De vrouw op deze foto, in haar mooie, glanzende, van alle gemakken voorziene roze keuken, lijkt me juist helemaal niet gelukkig.
Zo’n breed geval, waar je niet in kunt zitten. Of zo’n korset te moeten dragen, met ingesnoerde taille door de wereld te moeten gaan. Nee, ik ben blij dat er ook heel veel vrouwen onze kleding ontwerpen.
Leo en ik genoten van de prachtige prenten met vogels en bloemen. Van een bijna breekbare schoonheid.
Er mochten foto’s gemaakt worden, wat we ook gedaan hebben.