Kawase Hasui

Meteen toen ik de aankondiging voor de tentoonstelling van houtsneden van Kawase Hasui in het Japanmuseum SieboldHuis zag, wisten Leo en ik dat we daar naar toe wilden.

Kawase Hasui (1883-1948) maakte prachtige houtsnedes. Japanse landschappen, tempels, vaak met dikke sneeuw bedekt, dromerige landschappen in de schemering en natuurlijk de berg Fuji.

Maar er is meer te zien. Hasui maakte ook boekomslagen, toeristen posters en kerstkaarten. Een mooie tentoonstelling, waar we soms prenten ontdekten van plekken wij ook bezocht hadden.

Ik maakte een kleine impressie, maar er is veel meer te zien.

Titanic

De tentoonstelling Titanic and Fashion in het Kunstmuseum wilde ik graag zien. Dus gingen we deze week naar Den Haag, want er is nog maar tijd tot en met zondag 25 januari 2026. Dan valt het doek voor deze tentoonstelling.

Niet alleen de mode uit die tijd is het aankijken waard, de hele tentoonstelling ademt sfeer. Want tentoonstellingen inrichten dat kan het Kunstmuseum heel goed. Met veel oog voor details, niet alleen in de dingen rondom het onderwerp. Zelfs de vloeren waren deel van het decor.

Je kon zowat de teer en zeelucht ruiken en de modellen stonden alsof ze meteen aan boord konden gaan. Er was een grote diversiteit aan kleding te zien. Niet alleen damesjaponnen, ook heren in jacquet en kindermodellen toonden wat er in die tijd zoals gedragen werd. Dat alles omzoomd met koffers, hoedendozen, parasols en nog veel meer. Ook was er aandacht voor de kleding van minder rijke passagiers.

Ook werden parallellen met de mode van nu getrokken. De frèle stoffen van Iris van Herpen, schuimend als zeewater, stoere werkkleding en pakken lijkend op duikkleding. Daar heb ik geen foto’s van gemaakt.

Maar ik ben blij dat ik deze tentoonstelling heb kunnen zien.

Smal, smaller, smalst

img_20251218_113403996_hdr6799809614957247171

In december schreef Bettie een stukje over het smalste huis ter wereld. Dat zou in Amsterdam staan. Ik geloof haar op haar woord. Al herinner ik me al eens een filmpje over een heel smal huis in Londen te hebben gezien.

Een paar dagen later was ik met De Ganzen in Dordrecht. En daar zagen we ook een heel smal huis. Weliswaar niet het smalste van de wereld, maar toch het smalst van Dordrecht!

Ik maakte een foto en bedacht dat ik er best een aardig app-berichtje voor Bettie van kon maken. Maar al snel besloot ik er een heel blogje aan te wijden.

Want niet alleen dat huis was het aankijken waard. Ook de deur met daarop de naam van de bewoner trok onze aandacht. Want in het smalste huis woont ene “M. de Groot”.

En zo’n tegenstelling zou nou ook nog goed passen in Bettie’s blogrubriek “Nomen est omen”.

Maandag met muziek

Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen.
Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.

Deze week een song in het Chinees of Tibetaans? Ik weet het niet, maar ook in onze oren klingt dit best aangenaam. En een stukje film erbij, dus even tijd nemen om te kijken misschien?

Als de film niet start, dit is de link

Sneeuwlast

Wij hebben nu last van de sneeuw, maar in Japan sneeuwt het veel vaker. Met name in het noorden, op Hokkaido. Het geeft last voor de bewoners, er is ongetwijfeld last in het verkeer. Maar ook de bomen krijgen de sneeuw op hun takken. En Japanners zorgen met heel veel liefde voor hun bomen.

Ze snoeien ze niet zo als hier, met een grote schaar of zelfs een elektrische heggenschaar. Nee, snoeien gebeurt in Japan met mooie schaartjes, takje voor takje. In blauwe of witte overalls staan de mannen op hoge ladders te snoeien. Nauwlettend houden ze de vorm van de boom in het oog. Het lijkt meer op kunst dan tuinwerk.

En dan komt de winter, met sneeuw. De mooie bomen zouden bezwijken onder de sneeuwlast. Maar daar zijn weer andere trucjes voor. Grote stellages (Yukizuri) worden te voorschijn gehaald. Ze lijken een beetje op een parasol, maar zonder doek. Een lange paal met tientallen touwen worden vanuit het midden over de boom gespannen. De sneeuw wordt zo verdeeld en is minder schadelijk voor de takken.

Als de film niet start, klik op de link

Met of zonder sneeuw, het ziet er fantastisch uit.

Noodweer

Het sneeuwt in Nederland en alle alarmen ratelen, knipperen. Al het nieuws draait rondom de verschrikkelijke sneeuw, de gladde straten.

Het OV ligt op z’n kont, want de treinen kunnen niet rijden, de bussen glijden van de weg en de auto’s ook. We moeten dus maar thuiswerken, raadt Rijkswaterstaat. En dat terwijl we nu beschikken over allerlei handige en verwarmende snufjes. Een moderne auto piept bij elke abnormaliteit, geeft een seintje als je te ver naar links of rechts gaat, heeft zelfs een technisch trukje voor als het glad is en je weg wil rijden. Maar dat werkt wel op modder, maar niet op sneeuw!! Op Schiphol loopt alles in het honderd, want er is een tekort aan anti-ijsmiddel.

Bron: Google fotos / Historiek

En ik vraag me af, hoe deden we dat vroeger? In de barre winter van 1963 zat ik op de MULO. De tram reed, de school was open, er waren voldoende kolen voor de grote kachel in het handwerklokaal. Elke dag was er eten, kookte mijn moeder.

Mijn vader, huisschilder, was “uitgevroren”. Maar hij bleef niet thuis, hij ging de bakker of de melkboer helpen, die met moeite het holletje aan het einde van de straat op konden met hun handkar. Want brood en melk moest er wel bezorgd worden.

In mijn slaapkamer stonden de ijsbloemen op de ruiten. Op mijn bed lagen wollen dekens en ging een rubberen kruik mee. Een vriestemperatuur van -10 was niet ongebruikelijk. Je trok een extra trui aan, deed een sjaal om. Maar we hadden natuurlijk geen thermo-ondergoed of gewatteerde kleding, zoals dat nu te koop is.

Nee, als ik nu naar Nederland kijk, zie ik een beetje zielig volkje. Vastgeroest in regels en procedures, niet meer in staat om zelf oplossingen te bedenken. Een volk van Jan Salie, zou Potgieter zeggen.

Boek

Wim Daniëls – Het dorp

“Het dorp” van Wim Daniëls. Een boek over hoe het was, vroeger in de dorpen, hoe het steeds vaker anders wordt. De nieuwe tijd, net wat u zegt.

Kleine dorpen, waar het leven rustiger is dan in de stad. Waar mensen elkaar kennen, groeten, helpen. Waar nog met paard en wagen werd gereden en dan, langzamerhand de auto en landbouwmachines hun intrede doen.

En de ruilverkaveling zorgt voor nog een grotere verandering. TV en telefoon geven het laatste zetje.

De welvaart wordt groter, het sappelen om het bestaan verdwijnt. Maar ook de gemeenschapszin wordt anders, minder hecht.

De onontkoombare veranderingen brengen het dorpsleven in een andere stemming. Wim Daniëls schrijft er uitgebreid over, met liefde en kennis. Maar soms ook wat al te uitvoerig. Dat maakt dat ik stukken in het boek soms oversloeg.

Orde en regelmaat

Bron: Instgram / @Terra_Formation

Weinig steden zijn zo geordend als het stadje Granmichelle in Italië. Daar moeten in het verleden heel veel mensen gewoond hebben die van orde en regelmaat houden.

Rondom een mooie zeshoek werden steeds in een vast patroon huizen gebouwd.

Het geeft een prachtig gezicht van bovenaf. En dat kunnen we nu goed bekijken met Google Earth.

Zouden de bouwers van toen dat al bedacht hebben? Of is het gewoon toeval dat er zoveel structuur in zit?

Weinig waard

img_20251218_1219409265054912716725816833

Bij één van de talloze bric-à-brac winkeltjes in Dordrecht stonden twee kisten.

Eén was gevuld met allerlei oude en ouderwetse kerstversieringen. We snuffelden er wat in, maar vonden geen dingen die we wilden kopen. Ook al was de prijs maar laag en ging alles voor één euro weg.

En nu, nu de Kerst al weer bijna ten einde is, zal het wel helemaal geen waarde meer hebben.

Ach, het lot van al dit soort spullen.

Fraai huis

Eén van de Ganzen had voorgesteld om een bezoek te brengen aan het West-Indisch huis in Dordrecht. Daar is nu het atelier van Jan van het Hoff gevestigd en hangen talloze schilderen van hem. Wat vroeg werk, zoals bloemstillevens, maar vooral zijn Gospelscenes zijn te bewonderen. Absoluut het aankijken waard, maar niet persé mijn voorkeur.

Toch verveelde ik me niet in dat huis, want het interieur is ook heel fraai. Het barokke 18e eeuwse huis is nu in bezit van Victor Deconinck. Het huis is prachtig gerestaureerd en zo veel mogelijk in de originele staat teruggebracht.

Een schitterende keuken, antieke kasten en andere meubels, mooie haarden en bewerkte plafonds. Er is genoeg te zien, kijk maar naar deze kleine impressie.