Over de grens

Sluis ligt in het uiterste zuidwest puntje van Nederland en je hoeft dan ook niet ver te rijden om in België te komen. Het was koud en dus kropen we na een wandeling in Sluis gauw de auto in om wat verder te kijken. Leo had gelezen dat Lissewege een leuk dorpje is. Het is nog allemaal authentiek en de huisjes zijn hel wit geschilderd. In het dorp staat een grote kerk, met mooie ramen en een prachtig gerestaureerd orgel.

De klok van de toren heeft een nieuwe wijzerplaat, maar de oude plaat wegdoen was niet aan de orde. Die staat nog in de kerk naast het orgel.

De omgeving van Lissewege heeft helaas niet de authentieke sfeer behouden. Grote viaducten doorsnijden het landschap en een constante stroom van goederenverkeer dendert er overheen. Ja ja, de nieuwe tijd…. net wat u zegt…!

Slapen in een boek?

Zo nu en dan gaan Leo en ik een paar dagen op stap. En dit keer wilde ik zo graag naar Zeeuws Vlaanderen. Naar een hotel dat “De dikke Van Dale” heet. Die dikke Van Dale gebruikte ik regelmatig bij het scrabble spelen en het leek me leuk om nou es “tussen de bladzijden van dat boek” te slapen.

En hoe was het? Het hotel was gezellig, zeer geriefelijk en gevestigd in een oud klooster. We hadden een grote kamer, maar van dat grote dikke boek merkten we niet veel 😉 Het is natuurlijk ook heel moeilijk te realiseren om te slapen in een boek. Maar Sluis is de geboorte-plaats van Johan Hendrik van Dale, de onderwijzer die ons een uitgebreid woordenboek van onze Nederlandse taal schonk. En dat is dan natuurlijk het draadje naar de hotelnaam 😉

In Sluis staat natuurlijk een borstbeeld van Meneer van Dale. Hij wacht nog altijd op antwoord, zo te zien.

Hij stierf reeds op 44-jarige leeftijd, maakte de grote opgang van “zijn” boek dus niet mee. Maar bijna anderhalve eeuw later pakken we nog regelmatig het boek om een op te zoeken hoe en wat iets betekent.

Hergebruik

Ik schreef er al eens eerder over (klik), maar bij ons laatste bezoek aan het Trompenburg Arboretum was men er weer druk doende mee.

Zo’n tuin vraagt natuurlijk heel veel onderhoud en zo nu en dan moeten de paden en randen weer netjes gemaakt worden. Ik weet niet of het er naast gelegen restaurant nog steeds de wijnflessen ter beschikking stelt. Maar inmiddels zijn het niet meer alleen de flessen die voor de randen gebruikt worden, maar worden klinkers en flessen om en om langs het pad gezet. Dat geeft een keurige rand en is nog steeds het toppunt van hergebruik.

Zelfs de Glühwein-flessen van de afgelopen kerst krijgen een nieuwe bestemming. De etiketten verouderen vanzelf in de grond. En in oude flessen is soms te zien dat planten zich vergisten en er geen groei meer mogelijk was.

Winkeltje

Ergens in Rotterdam-Kralingen kwamen we langs dit winkeltje. Ik kende het al langer. Eerst zat op de hoek van een straat, nu is de zaak verhuisd naar een groter pand.

Het is zo’n winkel waar je altijd wel even moet blijven kijken. Nooit een zelfde etalage, telkens weer wat nieuws. En nu zagen we er die schattige knuffelbeestjes, poppenhuisjes en ander klein spul. Ik werd op slag weer een klein meisje, dat speelde met haar poppenhuisje.

Wat heerlijk om daarmee te kunnen spelen. Het lijkt mij het toppunt, veel fijner en gezelliger dan een Ipad. Maar ja, ik ben natuurlijk geen kind meer.

Misschien zitten kleine meisjes van nu wel naast hun speelgoed muizen-kind en laten ze het YouTube-filmpjes zien…. Is poppenkinderen verwennen helemaal niet meer “cool”.

Nou ja, maakt ook niet uit. Ik heb even een paar minuten voor die etalage staan zwijmelen…. Mijn dag was weer helemaal goed!

Geluk

Het geluk ligt op straat zegt men. Nou, ik weet niet of het daar nog ligt, maar dan moet je wel heel goed zoeken 😉

Maar nu ligt het geluk in de boekenwinkel. Daar kun je, weliswaar tegen betaling, allerlei boeken krijgen waarmee gelukkig worden een peulenschil schijnt. Boeken met Afrikaanse wijsheden, een boek met lijstjes die je in kunt vullen en daardoor gelukkiger wordt (of vrouw van de Amerikaanse president. Al lijkt me dat nou net geen ideaal) dan wel adviezen van mooie dames.

Nee, ik heb er geen een gekocht. Al die ideeën van anderen wil ik niet lezen. Ik ben lekker eigenwijs en zoek samen met Leo het geluk zelf. Soms lukt dat beter dan andere keren 😉 Maar met een tamelijk goede gezondheid, niet te veel pijntjes en een achterdeurtje op de bank (zonder rente) hebben we niks te klagen.

Ik geloof dat al dat gezoek alleen maar stress en narigheid meebrengt. We zien wel wat de toekomst brengt en genieten intussen van wat er op ons pad komt.

Taxi

Natuurlijk kun je in Rotterdam een taxi bestellen. Zo’n gewone, op wielen. Daar is geen bijzonder stukje over te schrijven. Behalve dat het duur is en de chauffeur misschien niet een van de vrolijkste.

Maar je kunt ook een echte Rotterdamse taxi nemen, een watertaxi. En dat is echt andere koek. Je kunt op 50 plaatsen op- en afstappen.

Het is een belevenis, want de kleine bootjes varen met een noodgang over de Nieuwe Maas. Er zijn bootjes voor acht personen en wat grotere voor twaalf mensen.

Het is echt een bijzondere manier van vervoer. Dus heb je zeebenen, ben je niet zo snel bang te maken en hou je van een beetje avontuur, dan is het beslist de moeite waard. En het is natuurlijk echt Rotterdams!

Elk jaar weer

Ik wil het geen traditie noemen, meer een vervelend verschijnsel. Want vaste prik, in januari moeten we allemaal weer op dieet. Kijk maar, het wordt van de weekbladen af geschreeuwd.

En allemaal hebben ze een wonderlijk methode om dat wat er in vele weken is aan gesmuld, in een paar dagen vasten weer af te krijgen. En natuurlijk vergezeld van gezondheidswinsten waar je nauwelijks in kunt geloven.

Ik zie het aan en moet er eigenlijk om lachen. Niet dat ik begiftigd ben met een feeëntaille. Nee, zeker niet. Maar in de laatste maanden van het jaar bezie ik de schappen in de supers met wantrouwen.

Ik koop alle zoete en vette troep gewoon niet en kom dus ook niet in de verleiding om te snoepen.

Zo blijf ik redelijk op gewicht en kan ik ook de rest van het jaar zo nu en dan iets lekkers nemen.

Snel gezien…!

Wij hadden zaterdagmorgen al lang ontbeten, maar misschien was de snelle hap van deze meneer wel zijn ontbijt. Of lunch, ik weet het niet. Wel hapte hij met smaak en een beetje hongerig in een flink brood, waar van alles uit piepte. En dat hadden de meeuwen snel in de gaten.

Met veel gekrijs zette een grote meeuw zich op een lantaarnpaal en waarschuwde zijn vrienden. Hier komt zo meteen wat aan….! Ze waren hondsbrutaal, maar toch ook een beetje angstig voor ons en de andere wachtenden. Maar daar hadden ze ook een trucje voor. Met een luide kreet ontdeed één van de dieren zich van het hoognodige, precies op Leo’s schouder. Ja, toen wilden we wel schuilen voor zo veel viezigheid. En kregen de meeuwen de kans om de kruimels van het maal op te pikken.

En ze hadden het goed bekeken. De metro kwam eraan. De man liet zijn laatste hap in de prullenbak vallen. Straks , als het perron leeg was, zouden ze toeslaan. Maar toen waren wij al weer verder gereden.

Hufterig

Wat kunnen sommigen zich toch hufterig gedragen. Toen wij vorige week wilden wegrijden, bleek de straat versperd door een vrachtwagen. Er werden machines afgeleverd.

Dat kan gebeuren en even wachten is nou ook niet het eind van de wereld. Maar er kwam niemand om de auto weg te rijden. Achter ons kwam de buurman. Die wist te vertellen dat die auto er al een uur stond. Hij had zijn hond uitgelaten en toen werd de wagen uitgeladen.

Ik belde aan bij het betreffende huis. “Hij komt zo hoor, even de zaakjes afronden”. “Maar wij willen weg en kunnen geen kant op”. “Ja, ja, die man moet ook ergens parkeren hè…?” Ik was perplex. Natuurlijk, maar ga dan even afleveren en daarna snel de straat vrij maken. Pas dan kun je machines monteren of afrekenen.

Inmiddels stonden er nog twee buren achter ons en ook zij vonden het maar niks. En dan praat ik nog niet eens over een noodsituatie, want ambulances of brandweer konden er ook niet langs natuurlijk. Onbegrijpelijk dat men dat dan niet snapt. Hufterig gedrag.

Glans en glitter

Afgelopen week ging ik met schoondochter naar De Hermitage om de tentoonstelling van de Russische juwelen te bekijken.

Ongelofelijk wat hadden die Russische tsaren en hun familieleden een goud en juwelen. Meteen al bij binnenkomst kun je vergapen aan glans en glitter, al viel me op dat het soms ook niet was wat het in eerste instantie leek. Een armband waarvan de cameeën bleken te bestaan uit papiermaché. Prachtig gemaakt, levensecht, maar toch…. Het was overweldigend. Dan vraag je je af hoeveel tijd de mensen toen besteedden aan zich kleden. Daar moeten uren mee zoet gebracht zijn.

En dan de kleding zelf. Vele meters stof verwerkt in enorme queues, tailles die zo smal waren dat het bijna onwerkelijk leek. Maar of het allemaal ook prettig droeg…? Hoe moet je in hemelsnaam gaan zitten met zo’n groot gevaarte op je bibs? Zelfs de kinderkleding was versierd met schitterend borduurwerk en ook daar behoorden prachtige juwelen en zilveren rammelaars bij.

Op elke vitrine was duidelijk te zien wat er allemaal lag en zo konden we ons een mooi beeld van die tijd vormen. En alles ook sfeervol maar duidelijk verlicht.