Ja, zo voelt dat een beetje, want we gingen naar de tentoonstelling “Nieuw Parijs” in het Kunstmuseum in Den Haag. En die is sinds gisteren gesloten. Dus wat zou ik er nu nog over moeten vertellen?
Maar ik wilde die tentoonstelling heel graag zien, omdat ze zo mooi aansluit op het boek dat ik gisteren besprak.
De tijd dat heel Parijs op de schop ging, dat baron Haussmann de grote boulevards aanlegde en de stad maakte tot wat het sindsdien is. De stad van mode, elegantie, brede straten, drukke pleinen.
Maar het was ook de stad van de opstand, de Commune. Bij vlagen kwamen scenes uit het boek van Wagendorp voorbij. Zo zag ik een portret van Louise Michel en foto’s van Nadar.
Maar er waren ook prachtige impressionistische schilderijen van Monet, Renoir, Morisot en vele anderen.
Je kon affiches uit die tijd bewonderen en zo zien dat wat wij nu nog aan reclame en marketing te zien krijgen in die tijd is ontstaan.
De zalen zijn nu gesloten en een nieuwe tentoonstelling staat al weer op de rol. Maar dit wilde ik nog even kwijt.
Vandaag een gedicht van Jan Hanlo, dat ik vond op Facebook / Daggedichten. En daar past een werk van Dvid Hockney toch uitstekend bij…
Bron: Google foto’s / David Hockney “Yves-Marie in the rain
Regen regen Allerwegen Rechte stralen Water water Langs de muren Langs de palen Vallen vallen Langs de bomen Natte auto’s Gaan en komen Loodrecht op de Druppelzegen Overal is Regen regen
Plastic broodclips zijn er in soorten en maten en natuurlijk worden ze niet alleen gebruikt om de broodzak af te sluiten. In mijn keukenla liggen er altijd wel een paar en ze worden regelmatig hergebruikt.
Tegenwoordig zijn ze niet meer van plastic, maar van karton. Zelfde ontwerp, maar veel minder stevig. Die gooi je na de eerste keer weg.
Maar dat er zoveel soorten en maten waren, dat had ik niet gedacht. Gelukkig is er altijd wel iemand die zulke kleinigheden op waarde weet te schatten en ze dus bewaart voor de toekomst. Er is zelfs een naam voor “occlupanids”.
Vele decennia later kunnen onze nazaten zien hoe handig, universeel inzetbaar en leuk ze waren.
Het dagelijks nieuws wordt ons met regelmaat doorgegeven. Van alles wat. De meningen van mensen, de oordelen van anderen, hoe het wel zou moeten en hoe niet. Wat er allemaal g3ebeurt op de weg, de files, de auto’s. Eigenlijk veel te veel om dagelijks te consumeren.
Maar soms ontdek je ineens iets waar je even bij stil wil blijven staan. Zo zagen we op FB of Insta een verkeersongeval. Een elektrische auto was gebotst. Gebeurt vaker, maar dit keer was er geen tegenligger geweest. De bestuurder was tegen een object gebotst: tegen een Rimpelbuisobstakelbeveiliger.
Bron: Wegenwiki / Chris
Ik dacht dat Leo het woord ter plekke verzonnen had, maar nee, het is een officieel bestaand woord. Weliswaar in het dagelijks gebruik afgekort tot RIMOB. Duitsers, in het algemeen nogal op lange woorden gesteld, noemen het Aufpralldämpfer, botsbeveiliging dus.
Maar wat is een Rimpelbuisobstakelbeveiliger. We hebben er allemaal wel eens een gezien, kijk maar.
Veel mensen hebben tegenwoordig een slimme deurbel. Zo’n bel die registreert wie er voor de deur staat en daar een filmpje van kan maken. Ik geloof dat het ons leven niet veel veiliger zal maken, noch dat het leven rustiger wordt. Leven in een super beveiligd huis zou me benauwen.
Bron: Google foto’s / AD
Dat openbare plekken beveiligd worden met camera’s vind ik weer wel een goed idee. Je kunt tenslotte niet bij elk object 24 op 24 uur een diender plaatsen. Dan hebben die camera’s wel degelijk nut.
Maar toch…..! In Prinsenbeek werd in de nacht van zaterdag op zondag een bijna compleet glazen afdak boven de fietsenstalling naar de gallemiezen geholpen. Puur vandalisme. Schade loopt in de tienduizenden euro’s.
Ik vraag me dan af: Heeft niemand dat gezien, gehoord, melding van gemaakt? Geeft de beveiligingscamera dan geen seintje aan de politie? Of is er geen cameratoezicht en waarom niet?
Of sussen we onszelf in slaap met het idee van veiligheid. En zijn we intussen nog net zo ver als vroeger. Toen stelde men ook pas ’s morgens vast wat ’s nachts gebeurd was.
Afgelopen maandag begon ik de week met muziek, maar nou niet meteen met een vrolijk nummer. Het lied beschreef het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Dat bombardement sloeg het hart uit mijn stad.
Maar in Rotterdam blijft men niet bij de pakken neer zitten. We stropen de mouwen op en gaan aan de slag. En anno 2025 is Rotterdam levendiger dan ooit. Grootser, hogere gebouwen en het heeft inmiddels een plek gevonden tussen de hotspots van de wereld.
Daarom vandaag nog een muziekje, ook over Rotterdam. Een beetje gedateerd, met die strippenkaart. Maar het swingt en maakt je vrolijk. Joke Bruijs en Gerard Cox in “Neem de metro mama”. En dat ga ik vandaag ook doen. Fijne dag!