Daar gingen we vorige week heen, naar Venlo naar het Limburgs museum. Om er de tentoonstelling De Bourgondiërs te bekijken.
Maar eerst even een kopje koffie met een stuk Limburgse vlaai in het museumcafé.
En eerst ook even rondkijken, want dit museum bezochten we voor de eerste keer. Groot, mooi van buiten om te zien. Met een grote gebogen lijn en een rechte er tegenaan. Mooi om van binnen naar buiten de groene omgeving te bekijken.
De architecte, Jeanne Dekkers, wilde dit moderne gebouw in de historie van Venlo en Limburg plaatsen. Daarover kun je hier meer lezen.
En we moesten ook eens goed rondom ons kijken, ook eens even onze blik naar boven richten. Dan ziet alles er ineens heel anders uit. Er was al veel te zien voordat we de tentoonstelling betraden.
Bij het inchecken hoorden we dat we onze jassen uit moesten doen en rugzakken of tassen (hoe klein ook) in een kluisje moesten opbergen. Dit in verband met de veiligheidseisen. Wij vonden het geen probleem. Een bankpasje past wel in een broekzak, net als een mobieltje. Maar voor mensen die medicijnen mee moeten nemen, zijn er geheel doorzichtige tasjes te leen. Daar kan dan alles in. Hou daar dus rekening mee.
Deze tekst van Geert de Kockere las ik een tijdje geleden. Ik vond het mooi aansluiten bij mijn blogmotto, dat ik weer van Picasso leende: It takes a lifetime to become a child.
Maar ik twijfel toch nog. Wordt het die stoere buffelmuts of zal ik voor hem die fris ogende hersenmuts haken. Of misschien die extra warme, met snor-en baardbeschermer….?
Zou hij die echt gaan dragen? Ik blijf een vaag vermoeden houden dat ik toch beter een wat minder opvallend patroon moet zoeken 😉 😉 😉
Je zou denken dat deze foto ergens in Italië was genomen. In zo’n gezellig stadje met mooie doorkijkjes, waar iedere toerist met fototoestel of telefoon staat te kieken.
Maar nee, dit is vlak bij mijn huis op (bijna) loopafstand. Maar ik weet niet precies waar.
Het was in Rotterdam, in Hillegersberg waar Feliciano Fortunato deze foto maakte en op Facebook zette.
Wie goed kijkt, kan overal iets moois ontdekken. En het loont dus om zo nu en dan stil te staan en een foto te maken.
We kennen allemaal de verkeerslichten voor voetgangers. Die lichten waar je -natuurlijk- veel te lang moet wachten en veel te weinig tijd hebt om over te steken. Je zou denken dat die lichten overal ter wereld hetzelfde zijn. Maar nee, er is variatie genoeg.
Bron: Instagram / Ampelmann_Berlin
Alleen al in Duitsland zijn er verschillende lichten in verschillende steden. De “Ampelmännchen” in Berlijn zijn al redelijk bekend. Zo bekend zelfs, dat een snoepfabrikant winegums in hun vorm op de markt heeft gebracht. Tja, weer eens wat anders dan beertjes, nietwaar?
Zo vind je in Dresden “Ampelfrauen” bij de oversteekplaats, geven in Schleswig Vikingen het sein tot wachten of naar de overkant gaan en in Hanau geven de Gebroeders Grimm het wel of niet oversteken aan.
Gek, ik weet niet hoe de lichten er in andere wereldsteden uitzien. Maar in Japan hoef je ook niet te kijken, daar geeft een vogelgeluid aan of je lopen of stilstaan moet.
Toen ik vanmorgen wakker werd, was de wereld grauw en grijs. Een beetje kleur zou helpen, dus zocht ik een foto met veel kleur en een beetje humor.
En dit is wat ik vond in mijn archief. Een vrolijke VW Kever. Misschien een beetje roestig geworden, hier en daar een klein deukje opgelopen wellicht? Dan haak je gewoon een hoesje. Een stevige haakster zo te zien, want er waren een heleboel restjes te verwerken.
Maar het resultaat mag er wezen. Een opvallend karretje, dat zeker een glimlach tovert op de gezichten van de voorbijgangers.
Nu bijna geen mens meer lijkt te roken, zie je ook steeds minder aanstekers. Vroeger had elke man die wel in zijn achterzak zitten. Of hij had tenminste een doosje lucifers bij zich.
Bron: Facebook / Kees Pootjes
Mijn vader had er zo een als deze. Er zat een prop katoen in en als ie leeg was, moest er benzine in.
Dat hadden wij altijd in het gootsteenkastje staan. In een gewone fles, met een kurk erop.
En als die aansteker dan gevuld moet worden, druppel voor druppel, brak mijn vader een lucifer half doormidden, hing hem in de flesopening en druppelde zo voorzichtig de benzine in de houder. Al ging er ook wel eens iets naast.
Aansteker dicht en dan proberen of hij het deed. Ik hoor nog het geluid dat dat maakte. Soms lukte dat niet erg en moest de hele procedure opnieuw. Hij had engelengeduld daarvoor.
Soms deed de vlam het juist iets te goed. Dat was beslist een beetje gevaarlijk, met die fles in de nabijheid. Maar gelukkig is altijd alles goed gekomen. Brand hebben we nooit gehad.
Later kreeg mijn vader een mooie gasaansteker, maar of hij dat echt ook beter vond….? Ik betwijfel het.