Deze reclameboodschap voor Lays chips vond ik zo leuk, dat ik hem graag wil delen.
Niet erg fijngevoeligheid, maar wel heel verrassend.
Deze reclameboodschap voor Lays chips vond ik zo leuk, dat ik hem graag wil delen.
Niet erg fijngevoeligheid, maar wel heel verrassend.
Al wat weken terug zag ik een recensie over de film “The quiet girl”. Het leek me wel wat en toen ook Bettie er positief over schreef, besloten Leo en ik maar weer eens naar de bioscoop te gaan.
We werden niet teleurgesteld. Wat een prachtige en ingetogen film. Met mooie beelden van Ierland, maar vooral ook om het verhaal van Cait, het zo stille meisje.
Thuis is ze een buitenbeentje, op school ook en vaak het mikpunt van plagerijen. Haar moeder heeft het te druk, nu ze alweer een baby krijgt. En vader…, tja , die is niet erg geïnteresseerd in zijn gezin, heeft zo andere interesses en laat het liefst de boel de boel.
Dan mag Cait naar een ver familielid, die haar liefdevol opnemen. Ze ondergaat het -zoals altijd- heel stilletjes. Maar langzamerhand zie je haar opbloeien. En hoort ze het “geheim” van een roddelgrage buurvrouw.
En dan komt de dag dat ze weer naar huis gebracht wordt…
Het plan om alle straatnamen van mijn wijk onder de loep te nemen is niet helemaal uit de verf gekomen. Deels komt dat doordat ik weer verse en andere onderwerpen als inspiratie kreeg. Voor een deel ligt het eraan dat er niet zoveel bekend is over sommige planten of bomen. En om nou iedere keer Wikipedia te kopiëren lijkt me ook niet zo geslaagd.


Maar vorige week zag ik een foto van deze bloem. Zij was op diverse plaatsen gesignaleerd en mensen vroegen zich af wat voor plant het was. Het bleek te gaan om de Inkarnaatklaver (Trifolium incarnatum).
Inkarnaatklaver is een leuke bijen- en vlinderplant die uiterst geschikt is voor natuurlijke tuinen. De donkerrode bloempluimen van deze behaarde klaver worden ongeveer 4 cm lang. Het zaad is onder andere te koop bij Bolster Biozaden. Dit bedrijf verschafte me via internet ook de info.
Het is een natuurlijke groenbemester en trekt veel bijen en andere insecten aan.
Ik heb geen idee of Inkarnaatklaver ook te vinden is in de tuinen van de straat met deze naam hier in de wijk. Zou overigens wel erg leuk zijn.
Niet iedereen houdt van koken. Toch moet er elke dag iets eetbaars op tafel komen en dat kan best wel eens problemen opleveren.
De industrie heeft daar natuurlijk handig op ingespeeld en ons voorzien van talloze pakjes en zakjes, die van niks iets weten te maken.
Maar toen ik laatst dit in de super zag liggen, vroeg ik me af waarvoor het diende…? Spinazieschotel, voeg toe… spinazie, aardappel, room en oh ja, dat pakje.
Maar dan moet je dus toch eerst die spinazie koken, de aardappelen schillen, koken. Alles door elkaar roeren, room toevoegen in een ovenschotel doen, Dat pakje is alleen maar smaak: zout, peper, wat nootmuskaat en misschien nog wat andere kruiden. Die heb je toch ook zo zelf in die pan gemikt….? En ook nog geheel naar eigen smaak.

Nou ja, ik hoef het niet…. maar het gemak zie ik er ook niet van in.
Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen.
Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
Dit maal een Spaans lied, “Distinto”, gezongen door Terasa Parodi

Weer een boek over gewone vrouwen, in het Duitsland van net na de 2e wereldoorlog.
In 1953 woont Luise met haar man in Sternberg in Beieren. Ze droomt van een eigen winkel. Maar hoe moet ze dat voor elkaar krijgen?
Helga woont nog bij haar ouders en zit in de eindexamenklas. Ze wil arts worden, maar wordt onder druk gezet om toch maar snel met een nette jonge zakenman te trouwen, zodat die de opvolger van haar vader kan worden.
Marie heeft betere tijden gekend en werd van huis en haard in Silezië verdreven. Nu zoekt ze werk in dit Beierse dorp. Ze
En dan is er nog de doktersvrouw Annabel, die alles doet om het haar man naar de zin te maken. Maar of hij die pogingen allemaal wel opmerkt, blijft ongewis.
En dan zijn er natuurlijk nog de oude vriendinnen van Luises schoonmoeder, de roddelgemeenschap die zo’n dorp natuurlijk ook heeft.
Het zijn de elementen in dit boek, dat allerlei verwikkelingen beschrijft, waardoor de vier vrouwen tot elkaar komen.
Ik hou van dit soort boeken. Ze geven een indruk van hoe de mensen in die tijd leefden, hun dromen, hun geluk en hun mislukkingen. Ik kan niet wachten tot ik het volgend deel uit de bieb kan halen.

In Rotterdam staan heel veel bomen. Die met elkaar de lucht zuiveren, schaduw brengen en grijze straten een beetje levendiger maken. Helaas, niet allemaal staan ze er even florissant bij. Voor de afdeling Groenbeheer is het een flinke klus om alles netjes en gezond te houden.

Soms is een boom ziek of verzwakt en moet ie gekapt, omdat er ongelukken zouden kunnen gebeuren als hij omvalt. En al is niet iedereen het daar dan mee eens, het is onvermijdelijk. Je wilt toch graag weten waarom zo’n grote boom moet worden omgehakt en of er dan ook weer een voor in de plaats komt.
Tegenwoordig krijgt zo’n boom een bordje met een QR-code. Kwestie van even scannen met je telefoontje en je weet wat er mee gebeuren gaat. Zoals deze boom, een paardenkastanje.
Volgens de code is hij ziek. Hij ziet er ook een beetje kwakkelend uit. Wat er precies aan de hand is, weet ik niet. Wel dat hij waarschijnlijk vervangen wordt door een witte moerbei.
Even verderop staan nog meer bomen met een code. Ook die moet omgehakt worden en later zal er een andere boom voor in de plaats komen.
Het blijft jammer dat die bomen verdwijnen, maar met een beetje geluk staan er binnenkort weer andere exemplaren met groeipotentie.
Toen ik een jaar of negen was, ging ik met mijn ouders op bezoek bij een oom en tante. Ze hadden twee kinderen van mijn leeftijd. De volwassenen dronken natuurlijk koffie en kregen er een koekje bij.

Mijn neefje en nichtje kregen dat niet, maar ze kregen ook geen limonade. Ze brouwden zelf iets in de keuken wat een “spoetnik” genoemd werd. En ook ik werd verrast met zo’n drankje.
Het was een mengsel van suiker, koffiemelk en priklimonade of cola, dat in een glas werd gemaakt. Er ontstond een bruisend mengsel, dat dan bruisend omhoog kwam.
Waar smaakte dat naar? Mierzoet, vettig, wollig en prikkelend. Ik vond het geen succes en heb het dus ook maar één of twee keer gedronken.
Geen ervaring om nog lang over na te denken, zij het dat ik het drankje weer tegenkwam op de kalender in onze keuken. Even googlen leerde me dat het ook nu nog wordt gemaakt. Niet door mij, want ik vind vooral die koffiemelk een afschuwelijk bestanddeel.

Afgelopen maandag waren we bij een concert in Dordrecht, dat georganiseerd was door de Dordtse afdeling van de Alliance Française.
Het werd gehouden in de Trinitatiskapel, een mooi, klein Luthers kerkje in het centrum van de stad. We werden hartelijk ontvangen en genoten van een leuke avond met Fréderic Dorfmann, die diverse Franse chansons van diverse auteurs ten gehore bracht.
Vooraf was er koffie en in de pauze stonden glazen wijn en frisdrank voor de toehoorders klaar. En al nippend aan mijn glas zag ik dit plaatje. Ik moest meteen aan een spreekwoord denken.
Net als in het dagelijks leven moet er in de kerk (koffie) gegeven en (donaties) genomen worden.

Vorige week lag in de haven het grootste houten zeilschip ter wereld, de Götheborg of Sweden. En dat wilden we natuurlijk even bekijken. En zaterdagmiddag, met een lekker zonnetje en een beetje wind, liepen we langs de Holland-Amerikakade.

Oh, is dat hem? Ik keek een beetje verbaasd naar dat notendopje. Tja, er liggen aan diezelfde kade vaak moderne cruiseschepen. Die hebben meer weg van een varende flat. Dit schip leek even een beetje op een speelgoedbootje. Maar van dichtbij was het toch bepaald indrukwekkend.
Een mooie replica van een 18e eeuws koopvaardijschip, dat in 1745 gezonken is. Heel wat anders dan de kille stalen reuzen, die met een handjevol mensen varen. Hier moeten wel vele mannen en vrouwen aan te pas komen, wil het van de een naar de andere bestemming gaan.
Ik keek met bewondering naar al die touwen en vroeg me af hoe je er wijs uit zou kunnen worden… Een staaltje vakmanschap, met een prachtige leeuw als boegbeeld, grote masten met ontelbare touwen, katrollen, ladders en netjes opgerolde zeilen.
We gingen niet aan boord, maar zochten een plekje in de zon om rustig te kunnen kijken. Met zulk weer zou ik nog een eens een tochtje willen maken. Maar ik moet er niet aan denken als het gaat stormen. Nee, ik blijf toch maar aan de wal.