Korset

Het schoonheidsideaal van vroeger was een wespentaille. En om die te bereiken hesen vrouwen zich in corsetten, die met lange veters werden ingeregen. Ik zie het korset van mijn moeder nog liggen in het kleine slaapkamertje. Van oudroze katoen, met een lange rij gaatjes en lange veters…. Erg sexy zag het er niet uit. Integendeel, ik heb sindsdien een afschuw van dat soort roze.

Later kwamen de stepins, met jarretelles eraanvast. Als tiener droeg ik er  ook een. . Maar na een tijdje ging hij de vuilnisbak in. Liever natuur dan zo’n onding!

Nu zie ik op de TV en in allerlei reclameblaadjes weer zulk soort dingen opdagen. De fabrikanten verzinnen er mooie namen voor, maar het blijft toch een benauwend, ingebakerd te zijn.

Maar alleen voor vrouwen. Waarom? Er zijn toch ook zat mannen die hun (bier)buikje zouden kunnen verhullen met zo’n elastieken koker.

Boeken

Bij De Slegte zag ik vorige week bij de tweedehands boeken Dr. Doolittle staan. Meteen was ik weer kind, thuis op de grond naast de kachel. Helemaal verdiept in het verhaal van de man die praten kon met dieren.

Ik vond lezen heerlijk. Eerst huurde ik boeken uit het kleine bibliotheek-winkeltje tegenover ons. Elke week één deel. Dat leverde de eigenaar de bijnaam “Perdeel” op. Er was een serie over een Engels kostschoolmeisje, maar haar naam is me ontschoten. Toen Joop ter Heul, de boeken van Top Naeff, die zo triestig konden zijn. En niet te vergeten de boeken die mijn zus nog had, zoals “Stans van de vijfjarige”. Later in een opruimbui verkocht, jammer!

Maar al gauw was me dat niet genoeg en kreeg ik een abonnement op de Gemeentelijke Jeugdbieb.

Daar ontdekte ik de boeken van Jean Plaidy, over historische figuren zoals Catharina de Medici, Isabella van Castilië en Hendrik VIII. Urenlang kon ik me verliezen in de geschiedenis. Ook las ik graag biografieën over schilders en zo.

Inmiddels kan ik me een leven zonder boeken niet meer voorstellen. Op vakantie gaan er altijd een paar mee. Nu vooral detectives, maar ook nog steeds historische romans. Zoals de boeken van Tracy Chevalier. En boeken over het leven in China of Japan. Er is genoeg te vinden, dus vervelen hoef ik me niet.

Yoga

Wie er niets voor voelt om zich wekelijks in allerlei bochten te wringen op een yogamatje, kan nu deze koekjes bestellen.

Ze moeten uit Amerika komen, stonden in het blad van Oprah Winfrey en zullen dus wel een hit zijn.

Dik zul je er wel niet van worden, want een doos met deze 10 stuks kost maar liefst $ 35,00. Die eet je dus niet hap-snap achter elkaar op.

Wie ze wil proeven, hier kun je ze bestellen. Maar ik wacht nog even 😉

Ik ga morgen wel weer gewoon naar yogales!

Codering

Een kennis vertelde dat er op zijn werk een onnoemelijk aantal formulieren met elk hun eigen code werd gebruikt: P45, P60, P11D en nog veel meer.

Op een dag stond hij in de kantine en bestudeerde het lunchmenu. “Goeie genade, ze hebben nu ook al codenummers aan het eten gegeven. Wat in vredesnaam is een “P122A”?

Een behulpzame collega legde het uit: dat heet een PIZZA.


iPod of eiPott?

De firma Koziol brengt een nieuw eierdopje op de markt en wilde het eiPott noemen. Maar dat mag niet van Apple, die de naam teveel op iPod vindt lijken.

Eerst dacht ik, wat een onzin. een muziekapparaat lijkt in de verste verte niet op een eierdopje. Maar toen zag ik de foto en ja…..

Maar als ik directeur van Apple was geweest, had ik een superorder geplaatst en bij elke iPod een eiPott cadeau gegeven. Veel positievere reclame, toch?

Vakantiewerk

Morgen beginnen de lessen op de Rotterdamse Snijschool weer.

Voor deze zomervakantie had ik mezelf voorgenomen om het denim jasje af te maken. Erg vlotten deed het niet. Maar vanmiddag, om kwart over vijf, dus nog net op tijd, was het dan toch klaar.

Helemaal op eigen kracht gemaakt en ik ben er niet ontevreden over. Nu nog de keuring van de professionals…

Waterstoker (2)

Dat de waterstoker zo onbekend was, heeft me verbaasd. Was dat alleen iets van de grote stad, of zelfs specifiek Rotterdams? Geen idee.

Maar die waterstoker (althans die bij ons in de straat) had op mij nog  een bijzondere aantrekkingskracht. Er was daar een snoeptafel. Een kleine vitrine, met daarin potten waarin allerlei lekkers zat, zoals spekkies, duimdrop, zuurballen. Alles te koop per stuk. Ik neem aan voor een stuiver, maar misschien ook wel voor een cent.

Naast al dat snoep lagen er ook ‘”verrassings-zakjes”. Witte zakjes, met een groot rood vraagteken erop. Daarin zat meestal wat snoep en een aardigheidje, een plastic beestje, een potlood of zoiets.

Op een dag zag ik dat er een heel bijzonder zakje lag. Niet plat, maar goed gevuld. Wat zou er in zitten?  Mijn fantasie sloeg op hol. Het zou vast iets heeeeel moois zijn. Helaas, ik had niet genoeg geld om het zakje te kopen, want dat kostte meer dan een zuurbal of zoiets. Dus bedelde ik bij mijn moeder.  Tevergeefs. Bij mijn vader hoefde ik het niet te proberen, dat was al op voorhand beslist. Nee! Dus probeerde ik het bij mijn zus. Die was een flink stuk ouder en werkte en had had geld zat, dacht ik. Ik kon een aardig potje breken bij haar en ja, dat kwartje had ik niet al te lang daarna binnen. Het brandde in mijn jaszak.

De volgende dag ging ik naar de winkel. Het zakje lag er nog. Nog even dreigde de mevrouw achter de toonbank mijn verzoek om dát, dat dikke zakje, niet te horen. Maar uiteindelijk hield ik het dan toch in mijn handen.

Thuis bleek de aankoop een grote teleurstelling. Geen snoep, geen fraaie…., ja wat had ik me voorgesteld? Nee, een grauwe grijsgroene soldatentas zat er in. Ik vond het niks en moeder en zus bestempelden het onmiddellijk als “Uhh, wat een vies ding”. En met een grote zwaai belandde hij meteen in de vuilnisbak.