Hiroshige

  De ferryboot brengt reizigers en goederen over de rivier bij Arai. De bootjes zijn klein en worden met de hand geroeid.Nu zullen de toeristen wel in grotere en comfortabele boten stappen. De kleine scheepjes op de foto lijken me vissersbootjes. Ze zien er tenminste niet erg geavanceerd uit, voor een zo modern land als het huidige Japan is.

Hiroshige

Collectie: Tokyo National Museum

  Japan is een eilandenrijk en het is dan ook geen wonder dat Hiroshige vaak zeegezichten als onderwerp heeft gekozen. Reizigers kwamen niet alleen over de weg, maar vaak per boot aan. Bij Maisaka was een controlepost, die nu nog bestaat. Hier werden alle reizigers, via de Tokaido weg of vanaf de boot, gecontroleerd. Niet alleen hun papieren, maar ook de goederen die ze in- dan wel uitvoerden.

En natuurlijk werd daarover belasting geheven, want dat is van alle tijden 😉

Hiroshige

Collectie National Museum, Tokio

In Mitsuke werden de reizigers door een boot gebracht. Het is een vlak landschap en daarin is nog niet veel veranderd.Het zijn niet alleen de prachtige houtsneden van Hiroshige die me boeien, maar ook dat je nu -via Google Earth- die hele Tokaido weg kunt volgen. De foto’s van het hedendaagse Japan vind ik daar ook.

Hiroshige

De prenten van Hiroshige fascineren me niet alleen om hun schoonheid. De reis die hij van Edo (nu Tokio) naar Kyoto in zijn houtblokken laat zien, is ook nu nog te maken. Sommigen doen dat ook te voet, maar met de trein bereis je min of meer hetzelfde traject. En ik doe dat hier door telkens een foto van nu bij de oude prent te zetten.

Collectie: Tokyo National Museum

Deze week zijn we in Fukuroi, waar de reizigers even een kopje thee nemen bij een theestalletje.

Dat oude stalletje is er niet meer. Wie nu iets wil drinken of eten moet even zoeken. Maar vind je zo’n soort gordijn, dan kun je er wel van uit gaan dat daar achter iets te drinken of te eten te koop is.

Hiroshige

Zie de reizigers strompelen op weg naar Kakegawa. In de tijd van Hiroshige bestonden en er nog geen treinen, was iemand zich bewust van het comfort dat er in deze tijd is.
Want nu hoeft niemand meer te voet te sjouwen. Heel Japan is voorzien van prima spoorweg-verbindingen. De trein hier is een goederentrein, maar met de shinkansen is de treinreis een genot, met alle gemakken aan boord.

Straat van duizend bloesems

Ik kende de schrijfster niet, maar dit boek trok meteen mijn aandacht in de bieb. Ik twijfelde, legde het weg maar ben toch weer terug gegaan om het te lenen. En het stelde niet teleur.
Hiroshi en Kenji zijn twee broers, die al jong wees worden en door hun grootouders worden opgevoed. Het boek begint in 1939, als de kinderen al naar school gaan. Hiroshi is groot en setrk en zijn liefste wens is sumo-worstelaar worden. Daar traint hij al hard voor. Zijn broertje is kleiner, geen vechtersbaas, dromerig. Hij kan uren kijken hoe een kunstenaar maskers snijdt en zou dat ook graag willen leren. Door de oorlog komen hun dromen op een zijspoor en na de oorlog moeten zij hun weg in het snel veranderende Japan zien te vinden. Hiroshi pakt zijn sumo-training weer op, Kenji weet nog niet wat hij moet beslissen, studeren of heeft hij toch voldoende talent om maskers te snijden? En past de liefde in hun leven?

Gail Tsukiyama beschrijft in mooie zinnen de hoogtepunten en de tragedies in het leven van beide jongens. Het boek geeft een goed beeld van de diverse tradities in het oude en nieuwe Japan.

Hiroshige

Collectie: Tokio National Museum

Op de Tokaido-weg wisselen de landschappen zich af. Van de drukke stad naar het rustige en bijna verlaten platteland. Het is nog een lange weg naar Shimada, en dan moet ook nog de rivier worden overgestoken.Misschien is er niet eens zo veel veranderd in al die eeuwen, want het landschap ziet er nog steeds verlaten uit en ook de rivier is er nog. In de verte ligt nog steeds Shimada…  

Jeugdsentiment

Sommige dingen vergeet je je hele leven niet meer. Ze zijn vaak diep verstopt in je geheugen, maar een kleinigheid kan ze er zo weer uit toveren.
Dit boek vond ik op de 2e hands boekenkraam, bij ons in het winkelcentrum.

Met één klap was ik weer zo’n jaar of negen, helemaal gek van ballet en vooral van zelf op ballet gaan. Maar ik had nuffig mijn neus opgehaald voor het balletklasje in het buurthuis en lessen bij een echte ballerina vond mijn moeder net iets te veel van het goede. Misschien had ze wel gelijk hoor, je moet klein beginnen. Maar ik wilde toen vooral groots leven. En natuurlijk zag ik alleen de glans en glitter en niet het bloed, zweet en de blaren van het beroepsballet.Mijn dromen gingen niet verder dan buigen voor een enthousiast publiek, in een prachtige roomwitte tutu, met naast me zo’n knappe danser.Maar op een dag kwam mijn vader thuis en haalde uit zijn tas een grote koek en een in bruin papier verpakt boek, dat hij die dag had gekregen. Voor uw dochter, had de mevrouw gezegd.  

“Meisje dans de wereld in” heb ik die avond meteen uitgelezen, al knabbelend aan de koek. Die vooral een bijsmaak van verf en terpentine had, maar dat deerde me op dat moment niet. Helemaal verloren was ik in de wereld van de dans. Het boek stond jarenlang op mijn boekenplank en ik heb het zeker tien keer herlezen. Toen is het met een verhuizing zoekgeraakt, weggedaan of ……?

Maar bij het zien van dat boek, zag ik meteen weer die tas van mijn vader voor me, proefde ik weer die smaak van verf en terpentijn en droomde ik  weer even over die roomwitte tutu.