Maar gelukkig is dit nummer weer opnieuw voor het voetlicht gebracht. Jenny Arean zingt “De ouwe kat” uit de musical “Madam”. Tekst van Annie M.G. Schmidt en -natuurlijk- met muziek van Harry Bannink.
Gezegdes
Onze taal kent heel veel gezegdes. Maar er zijn ook van die uitspraken die alleen in je eigen kring te pas en te onpas opdoemen. Die alleen maar in jouw huishouden of familie worden gebezigd.

Van die opmerkingen die je altijd maakt wanneer er iets gebeurt. Bij ons is dat als Leo of ik mors met het eigeel van ons zachtgekookte eitje. Er druppelt wat dooier over het randje van het eierdopje en de ander zegt: “Daar zou oom Paul heel boos over worden”. Ach, oom Paul is al heel lang dood. Hij was een lieve man, maar knoeien met eten was hem een doorn in het oog.
En als je iets moet doen en er niet het juiste gereedschap voor hebt of te lui bent om het te pakken. Zo gebruik ik soms een mesje in plaats van een schroevendraaier. Wanneer er dan een opmerking wordt gemaakt, citeer ik mijn zus “In geval van nood, schil je aardappelen met een bijl”.
Ik ben benieuwd of jullie ook van die vaste uitdrukkingen hebben. Misschien zijn er wel zoveel, dat ik er nog een blogje aan kan wijden. Dus kom maar op met jullie verhalen….!
Glazen bol
Het nieuws over het virus begint een beetje af te nemen. Of zijn we murw van alle statistieken, cijfers en narigheden? Ik volg het nieuws al langere tijd niet meer op de voet.
Maar nu komen anderen met hun berichten. De betweters, de “ik had het al voorspeld”roepers, de beste stuurlui, die aan wal staan en oh zo goed weten hoe het allemaal geregeld had moeten worden.
Dat er zo’n enorme pandemie aan zat te komen, verbaasde me niks. Op de een of andere manier moet er weer een nieuw en beter evenwicht in de natuur komen. De Spaanse griep maakte meer dan 50.000.000 (vijftig miljoen) slachtoffers. En dat is nog maar een vrij bescheiden schatting. Het kunnen er ook twee keer zoveel zijn geweest. Hoeveel slachtoffers zullen er dan nu vallen? Is het nu nog maar een schijntje en zal er in de toekomst met nog veel grotere getallen gerekend moeten worden? We zijn geneigd te geloven dat de wereld maakbaar is, maar of dat ook zo is…?
Niemand die het weet…! Toch hoor je nu al mensen beweren dat het allemaal van te voren bekeken had moeten worden. Zo lees ik vaker dat er veel meer IC-bedden hadden moeten zijn. Ik vraag me dan altijd af of ze wel enig idee hebben hoe een IC-kamer er uit ziet. Welke apparatuur er aanwezig is en vooral welk prijskaartje er aan zal hangen. Ik schat dat je met 100.000 euro niet erg ver van de waarheid bent, maar ik weet echt niet of dat een redelijk bedrag is. Misschien is het zelfs hoger. Maar dat je met een paar IC-bedden al gauw richting een miljoeneninvestering gaat, lijkt me wel. Laat staan dat je eist om honderden meer bedden….!

Geloof me, ik weet heus wel dat de bezuinigingen in de zorg niet altijd helemaal terecht waren. Het had echt beter gekund en ik hoop dan ook dat we in de toekomst meer geld voor de zorg zullen uittrekken. En meer waardering zullen hebben voor de handen aan het bed.
Dat de managers zich wat bescheidener gaan opstellen bij de salarisvaststelling.
Maar laten we asjeblieft ophouden met het allemaal beter te weten. Niemand beschikt over een goed werkende glazen bol en achteraf praten is zo gemakkelijk. Wie alles van te voren weet, komt met een euro de wereld door.
Zin of onzin?
Dat we dat nare C-virus het hoofd moeten kunnen bieden, lijkt we vanzelfsprekend. Al blijkt het een taaie rakker. En wat moeten we daarvoor dan uit de kast halen?
Vaker je handen wassen, geen bezwaar. Geen handen schudden, maar het “namaste” gebaar maken, ook geen al te grote opgave. Thuisblijven, geen contacten met anderen, we houden ons eraan maar moeilijk vind ik het wel. Ik mis de sociale contacten, de afspraken en vooral mis ik het fysieke contact met de kinderen. Maar we houden het voorlopig dus maar bij Whatsappen, Zoomen of gewoon telefoneren.
Maar sponzen jullie de boodschappen af? Bij voorkeur met een desinfecterend middel? Nee, ik doe dat niet. Net zo min als ik handschoenen draag of een mondkapje. Want we zijn altijd al omgeven door allerlei bacteriën, bacillen en virussen. Alleen worden we daar niet altijd zo ziek van. Ik herinner me dat bij de introductie van de nieuwe VIM (doodt 99% van alle huishoudbacteriën) een professor waarschuwde. Je gooide met die 99% ook alle goede bacteriën weg. En hij vond dat heel dom. Want wanneer alles steriel was, zouden we juist geen weerstand kunnen kweken.

Nee, ik onderschat het C-virus niet. Het is heel gevaarlijk en daarom blijven wij ook zoveel mogelijk thuis. Zodat we niet constant en in hoge mate in aanraking met het virus komen. Maar willen we die zo gewenste immuniteit krijgen, zullen we toch een keer met meneer of mevrouw Corona kennis moeten maken. Eerst maar op flinke afstand en dan langzamerhand steeds dichterbij. Net zo’n draak uit enge sprookjes. Heel, heel voorzichtig benaderen. En dan, als wij ons hebben kunnen bewapenen, ons immuunsysteem op scherp staat, kunnen we confrontatie misschien aan en wordt het beest getemd.
Maar voorlopig nog even wachten. Dus thuis blijven is nog altijd het devies.
Toeval?
De kalender die wij vorig jaar in Engeland kochten, heeft oude reclameborden bij de maanden. En allemaal hebben ze iets met bier te maken.

Maar ineens viel me deze maand iets op. Oude reclame? Wat nou… dat is toch helemaal van deze tijd? De tijd van thuis werken, digitaal vergaderen en je kop bij je werk houden ook al lopen de kinderen te krijsen.
Dat wij er zelf niks meer mee van doen hebben, dat wil nog niet zeggen dat anderen geen “werkuren” thuis maken.
En wat staat er op dat bord? Juist, tijdens “drinkuren” niet werken. Even de boel de boel laten en ontspannen. Dus zo tegen half zes de computer uit, rapporten in de la en werkkamer op slot. Even een loopje naar de keuken voor een glaasje fris, bier of wijn. Morgen is er weer een dag.
Dat zo’n oude plaat zo up-to-date kan zijn. Ik blijf het toevallig vinden 😉
Muzikale Maandag
Fijne Paasdagen

Het wordt thuis zitten, werken in de tuin, opruimen.
Alle kranten met het C-nieuws doorbladeren of het nieuws het nieuws laten en een heel ontspannend boek lezen in je luie stoel.
Wat het ook wordt, maak het gezellig met elkaar en geniet van de het mooie weer.
Ook in de rare C-tijd, wens ik iedereen heel gezellige Paasdagen.
Wit goud
Vroeger, toen ik nog aan de hand van moeder en vader, op vakantie naar Brabant ging, was het altijd vaste prik. Eerst asperges eten. Als ze erg duur waren in die tijd, kreeg ik alleen aspergesoep. Maar soms lagen de witte stengels in het gelid op mijn bord.
Asperges zijn er maar kort en dus moet je ze eten als ze er zijn. Vorige week kocht ik ze bij de grootsuper. Vraag me nou niet hoeveel ik daarvoor betaalde, want in deze vreemde tijd doe ik mijn boodschappen met een lijstje in mijn hand. Geen acht slaand op bonus of reclame, leg ik mijn zaken in de boodschappenkar. Ons geld besteden we nu aan niet veel meer dan de dagelijkse boodschappen.
Maar donderdag waren de asperges bij Appie uitverkocht. Pas ’s middags zouden nieuwe komen. En nog een keer in die rare boodschappenmodus, nee… Dan maar een alternatief voor de zondagse maaltijd.
Toch moest ik gisteren nog een keer naar het winkelcentrum en dus keek ik nog even in de supermarkt. Weer niks, maar verderop zit een groenteboer. Die bezoek ik zeer zelden, want hij is nogal aan de prijzige kant. Ik vroeg even, op de juiste afstand uiteraard, of hij asperges had. Jazeker, natuurlijk mevrouw. Dus wachtte ik netjes voor de winkel op mijn beurt om binnen te mogen. Ja, daar lagen ze. Mooie dikke roomwitte asperges. Hoeveel wilt u? Nou ja, een stuk of eh…. toen zag ik de prijs. Of ik even ook roomwit uitsloeg weet ik niet, maar slikken deed ik wel. Doet u maar… even aarzelde ik. Doet u er maar 8, zei ik resoluut. Het totaal bedrag benam me nog even de adem.

Er komen straks nog vele dagen met genoeg vrije tijd om over die exorbitante prijs na te denken. Maar mijn schoondochter heeft gelijk, dat is geen groenteboer, dat is een groentenjuwelier.
Pareltje
Dit nummer kennen we vast nog wel, want het wordt nog wel eens gedraaid. En in deze gekke tijd, waarin thuis blijven het hoofdmotto is, willen we misschien allemaal wel heel even “Aan de trapeze” uit Ja Zuster, Nee Zuster.
Sluit je ogen, klim in de touwen… ga helpen sjouwen….
Arrangement / orkestratie: Ferdinand Boland
Tekst: Annie M.G. Schmidt
Terugkijken
Nu we zo veel minder te doen hebben, teruggeworpen op onszelf, denk ik vaak terug. Aan de verhalen van mijn moeder, uit haar jeugd en hoe het toen was. Nu heb ik spijt dat ik niet veel meer gevraagd heb, want ik weet slechts wat vage herinneringen.
Mijn moeder kwam uit een groot gezin, acht kinderen. De meeste heb ik niet gekend, zij waren al overleden voor ik geboren werd. Van sommigen had ik zelfs nooit gehoord. Dat waren de kinderen die slechts enkele maanden oud waren geworden. Over hun bestaan las ik in het Gemeentearchief van Rotterdam.

Mijn oma stierf in 1919, kort na de 11e verjaardag van mijn moeder. Of mijn moeder de Spaanse griep toen al had gehad of later kreeg, weet ik niet. Haar verhalen daarover waren vaag en kort: het was heftig, ze had het zo benauwd gehad dat ze uit het raam hing om lucht te krijgen.
Wel kan ik nu reconstrueren dat van dat gezin er nog vijf andere kinderen en mijn opa die griep hebben overleefd. En dat in een klein huisje, waar meerdere kinderen op een klein kamertje lagen. Waar geen badkamer was, misschien zelfs geen wc. Waar armoe heerste, zeker na het overlijden van mijn oma. Opa was schoenmaker en verdiende ook nog wat bij als kelner in een groot Rotterdams café. Soms speelden mijn moeder en haar zusje daar onder het biljart, want een oppas was er niet.
Opa ging met zijn gezin in de kost, wat toen der tijd gebruikelijk was. De verhalen die moeder en tante er over vertelden, logen er niet om. Gierige hospita’s, weinig te eten, geen privacy. En al gauw moest moeder gaan werken. Niks verder leren, maar lange dagen trappen en stoepen boenen voor een habbekrats en een schrale boterham.
Wat heb ik hieruit geleerd? Dat wij, in deze moeilijke, maar toch nog luxe tijd, niks te klagen hebben. Dat we voldoende kunnen eten, de gezondheidszorg nu zo vele malen beter is. Ook al hebben velen er wat op aan te merken. Dat klagen niks helpt, maar dat je beter je schouders er onder kunt zetten. Tevreden blijven en de tering naar de nering zetten.
Maar betere tijden komen er beslist. Misschien duurt het langer dan we willen of denken, hopen. Maar hoe dan ook, ook deze tijd gaat eens voorbij.
