Zonder papier

We gaan op vakantie en kunnen per internet inchecken. Dat is fijn. Voor de zekerheid toch maar een printje maken. Net zo als van het lijnenplan van het openbaar vervoer ter plaatse.
Zo’n leuk artikeltje over de vakantiebestemming wordt natuurlijk gescand en.. uitgeprint.
De giro is gestopt met het sturen van dagafschriften. Maar voor het zoeken naar een betaling heb ik toch graag een papier in handen. Dus printen we de overzichten elke maand uit.
De nota van het energiebedrijf, vroeger niet meer dan één kant op een A4-tje, is nu vele pagina’s lang en wordt begeleid door folders, kaarten en formulieren. Bij het recept van de apotheek zit een bijsluiter. Wat zeg ik. het is bijna een boekwerk, wel vier A4-tjes dik.
Het pak reclamefolders wordt steeds dikker. Magazines zijn bijna niet te tillen van al het glossy papier.

Ik weet niet zo goed wie het me destijds voorspelde, maar binnen 10 jaar zouden we een papierloos kantoor hebben. Ik zal wel heel erg sceptisch gekeken hebben. En nog steeds geloof ik er niet in. In tegendeel, het lijkt wel of er steeds meer papier verbruikt wordt.

Baas boven baas

We houden van reizen en hebben al veel landen bezocht, China, Japan, Vietnam, Birma, maar ook in Europa: Italie, Frankrijk, Engeland, Spanje, Duitsland, Polen, de Baltische Staten, Griekenland. De reis van onze jongste zoon naar India, maar dan over land, was ook niet zo maar iets.

Maar deze reis is echt de over-overtreffende trap van een reis. Vanaf 1989 tot 2012. En dat allemaal met één en dezelfde auto. Ach ja, er is altijd baas boven baas.

Verkiezingen

Vandaag moeten we gaan stemmen. Ik weet het nog steeds niet helemaal op welke partij en op wie ik mijn stem zal gaan uitbrengen. De laatste weken werden we overspoeld met debatten en hoorden we telkens weer alle beloften over meer werk, meer dit en meer dat en vooral minder zus en zo….. Er kwamen ook zo nu en dan wat tegeltjeswijsheden voorbij.
Maar deze waren de allerbeste. Van wie? Niet van een politicus, maar van een slimme marketingman bij een grote supermarktketen.

Een opvallende advertentie (over twee grote kantenpagina’s). Leuk, Hollands en met humor. Helaas Dirk zit niet in de politiek 🙁

 

Kraagjes

Vele malen heeft mijn schoonmoeder het verhaal verteld. Hoe ze in haar eerste baantje bij de Bijenkorf netjes voor de dag wilde komen. Maar ze had maar één net truitje en rokje. Dus haalde ze elke avond het losse boordje van haar truitje en naaide er een nieuw op, andere knoopjes erbij, een lintje of een kantje, en voilà daar had ze een nieuwe creatie.

En nu zijn afneembare kraagjes weer helemaal de mode top. Als je ze dat nog eens zou weten…

 

Gigantische klus

Het tweede weekend van september is traditiegetrouw bestemd voor de Rotterdamse Wereldhavendagen. Rotterdam staat dan helemaal in het teken van alles wat met de haven te maken heeft.
Dit jaar maakten we een excursie naar de Maasvlakte-2. Een gigantisch project waarover we al veel gelezen hadden, maar bij het in werkelijkheid zien, wordt de omvang ervan pas echt duidelijk.

We reden met de bus naar  Futureland, het informatiecentrum waar maquettes en foto’s het begin en de voortgang van deze gigantische klus .Toen aan boord van de Navigator voor een rondvaart langs de nieuwe kades. Bij de uitleg uiteraard enorm veel cijfers, maar ook welke logistiek gevolgd werd. Het uitdenken van zo’n plan is natuurlijk het werk van een groot team. En dan zijn de ingenieurs en wetenschappers belangrijk, maar ook de arbeiders en ambachtslieden die het werk uitvoeren.
Wat ik zelf er leuk vond om te weten, was dat de zinkstukken nog altijd min of meer op de traditionele manier worden gemaakt. Dus ondanks de moderne techniek gewoon met wilgentenen en zware menselijke arbeid. Heel indrukwekkend.
Straks meren hier de grootste schepen ter wereld aan.

Levertraan

Omdat het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam 150 jaar bestaat, vroeg de Oud-Rotterdammer om herinneringen op te schrijven.
En hoewel ik toen pas drie jaar was, herinner ik me daar nog wel iets van. Met name mijn ervaring met het innemen van levertraan.
Dus stuurde ik mijn stukje in en verwachtte dat het tussen de gewone ingekomen post zou staan. Maar nee, het had de hoofdredeacteur behaagd mijn stuk apart en in zijn geheel te plaatsen, met een illustratie.
Ach, ik ben altijd al een laatbloeier geweest, dus misschien komt mijn schrijverscarrière nu pas echt op gang 😉 Maar natuurlijk ben ik echt wel een beetje trots, dus publiceer ik het stuk hier ook nog eens:

Levertraan
In 1952, ik was toen drie, moest ik worden opgenomen in het Sophia Kinderziekenhuis aan de Gordelweg.
Mijn moeder had al lang gedacht dat ik iets onder de leden had, maar de dokter vond dat ze zich zorgen om niets maakte. “Dit is een tenger poppetje, niet die stevige andere dochter van u”, gaf hij te kennen. Nou was mijn enige zus 18 jaar ouder, en dat is nogal een verschil. Tja, daar stak die magere driejarige schriel tegen af.
Maar toen de huisarts op vakantie was, rook mama haar kans. De vervanger liet me testen. Binnen no-time was er geen twijfel mogelijk. Ik had TBC, nog wel in een beginstadium, maar toch. Van alle commotie hierom herinner ik me niks meer. Wel dat ik onmiddellijk moest rusten. En hoewel ik nog maar klein was, kan ik me die dag wél herinneren. Dolgelukkig was ik, omdat ik met knuffel in mijn bedje mocht gaan liggen.
En om aan te sterken moest ik levertraan slikken. Bah, de lucht alleen al stond me zo tegen. Als mama de fles pakte, begon ik al te kokhalzen. Of ze me nou lief, boos, of quasi zoetsappig behandelde, niets kon me over halen dat smerige spul in te nemen. Daar begreep de huisarts helemaal niets van. Had moeder dan helemaal geen gezag?
Maar de rust thuis bleek niet voldoende, ik moest naar het Kinderziekenhuis aan de Gordelweg. En daar zouden ze wel raad weten met zo’n klein tegendraads mormeltje. De eerste avond meteen na het eten (dat ik natuurlijk had laten staan) stond de zuster opeens voor me. Ik herinner me vaag een groot stijf wit schort over een enorme boezem, een ernstig gezicht en een sonore basstem. “Zo, nu nog even een lepeltje levertraan!” De lepel kwam met vaste hand richting mijn mond. Ik klemde mijn lippen op elkaar en was absoluut niet van plan ook maar een druppel van dat vunzige goedje tot me te nemen. Maar ja, zuster had daarmee wel ervaring. Met haar vrije hand kneep ze hardhandig mijn neus dicht. Al snel kreeg ik het benauwd, moest wel even naar adem happen. Dat was het moment, waarop de zuster had gewacht. Behendig schoof ze de lepel in mijn mond en liet mijn neus los. “En nou meteen doorslikken!”, gebood ze met strenge stem. Met alle boosheid van een opstandige driejarige spoog ik met kracht de levertraan weer uit. Recht in haar gezicht. Spetters vettige troep dropen over haar schort en de ranzige lucht kwam in mijn neus. Ik kokhalsde en walgde van de vettige smaak in mijn mond.
Resoluut draaide zuster zich om. Het was de eerste maar ook de laatste keer dat ik levertraan te slikken kreeg. Al op de eerste dag was ik veroordeeld tot een hopeloos geval. Voortaan kreeg ik vitamine A-D druppels. Die smaakten ook niet lekker, maar dat waren er maar een paar. Niet de moeite om ze uit te spugen. En later, toen ik weer thuis was, maakte moeder het zich gemakkelijk en deed ze op een lepeltje suiker. Dat nam ik zonder tegenstribbelen.
Ik moet aan de Gordelweg op een zaal op de begane grond gelegen hebben. Want elke avond stond voor het raam de schoonvader van mijn zus en zwaaide naar me. Hij kwam op zijn Solex-brommertje en met zijn leren jas aan altijd even kijken hoe zijn oogappeltje het maakte. Het zal wel het hoogtepunt van de dag geweest zijn, want ik geloof niet dat er veel te doen was. Ik was te klein voor school, er was weinig speelgoed en ik denk niet dat ik mijn bedje uit mocht.
Drie maanden later werd ik door mijn moeder opgehaald. Niet om naar huis te gaan, maar om naar het Zeehospitium in Katwijk te worden gebracht. Maar dat is een heel ander verhaal, dat ik al eens hier heb gepubliceerd

Pinterest

Wie veel reist, kan veel verhalen. Een nieuw gezegde zou kunnen luiden: Wie veel surft op internet, kan veel ontdekken.
Sinds kort heb ik me aangemeld bij Pinterest en ben ik te volgen. Maar natuurlijk volg ik ook anderen en kom ik regelmatig “internetkennissen” tegen.
Van alles is er te vinden, van handige gadgets tot prachtige taarten, recepten, haakpatronen of super-de-luxe ingerichte huizen.
Zoals met zoveel nieuws op internet, moet ik nog een beetje wennen en mezelf eigen maken hoe en wat ik er mee moet. En wat anderen er mee doen. Maar het is vooral een leuk (maar tijdrovend) tijdverdrijf. Heerlijk om al surfend te verdwalen en te weten dat, hoe ver je ook bent, je gewoon de computer uit moet zetten om meteen weer veilig thuis te zijn.
 

 

Nog eens de Eiffeltoren

Laatst stond hier een stukje over ons bezoek aan de Eiffeltoren.
Bij het zien van de enorme constructie vroegen wij ons af hoe hij in die tijd gebouwd was. En hoewel er toen natuurlijk nog geen You Tube was, heeft iemand toch foto’s gemaakt van de opbouw en werd hiermee dit filmpje gemaakt:

Hier nog een een paar getallen :
De Eiffeltoren werd in 1889 ingehuldigd. De 7300 ton zware metalen constructie, bestaande uit 18.000 stukken metaal, wordt bijeen gehouden door 2,5 miljoen klinknagels.

Het schilderwerk beslaat 2000.000 vierkante meters. Een complete verfbeurt duurt ongeveer 2 jaar, waarbij 60 ton verf wordt gesmeerd.
Daarbij verbruiken de schilders 50 kilometer “levenslijn”om zich te zekeren, 2 hectare netten om de verfschilfers op te vangen en 2.000 paar handschoenen.

Handig??

Nooit geweten dat er bananensnijders, paprikasnijders, aardbeienschijfjesmakers, avocadoverdelers en nog veel meer “handige” gadgets zijn, zelfs in diverse uitvoeringen. Waar je hele zooi laat, staat niet in de beschrijving. Ik neem aan dat je dan een keuken met 17 ladenkasten moet hebben. En dan zoek je je weer helemaal suf omdat je niet meer weet waar je de aarbeienschijfjessnijder hebt gelaten. Ik hou het dus maar gewoon bij dat handige keukenmesje.  

Maar kijk toch maar eens even op deze site, al is het alleen al om de hilarische commentaren op de bananensnijder.

 

 

Oneerlijk verdeeld

De ene mens trapt aardig tegen een balletje en verdient daar een fenomenaal salaris mee, de andere sappelt al zijn leven lang voor een armzalig loontje. Nee het is niet eerlijk verdeeld in deze wereld.
Dat een voetballer een behoorlijk salaris kan verdienen als hij goed speelt en daar vele honderdduizenden plezier mee doet, vind ik nog wel te begrijpen. Maar de salarissen die nu worden betaald, zijn naar mijn gevoel totaal buitenproportioneel.
De schoonmaker, die het spelershonk en de toiletten schoonmaakt, moet voor zo´n bedrag vele jaren werken.