Varende supermarkt

Vorige week maakte ik deze foto tijdens de Havendagen in Rotterdam. Ik kan me zo’n bootje nog wel herinneren. Een parlevinker, oftewel een varende supermarkt. Nou ja, het assortiment zal wel wat beperkter zijn geweest, maar voor de klanten was er toch van alles te koop.

Dagelijks voeren de bootjes langs de binnen-vaartschepen en bezorgden hun waren. Het moet voor de schippersvrouwen een hoop gezeul bespaard hebben. De boodschappen werden meteen over bak-of stuurboord geleverd en betaald.

Maar niet alleen schippers gebruikten de diensten van de parlevinker. Ook toeristen, in Friesland vooral, vonden de service wel erg prettig.

Het beroep van parlevinker is al jaren uitgestorven. Dit scheepje behoort dan ook tot het Maritiem Museum en voor deze gelegenheid was er van alles te eten en drinken te koop. Een klein terrasje maakte het deze dag compleet.

Sparen

Zo na de vakantie zijn mensen weer in de weer met opruimen. In de wijk-app zie ik dan ook allerlei dingen die gratis of voor een paar euro aangeboden.

En het zijn niet alleen de ouders, ook kinderen nemen hun spulletjes eens onder de loep.

En dan blijkt al gauw dat ze nu toch te groot zijn voor kinderspelletjes. Dus weg ermee! Gratis?

Hé… wacht eens even…! Daar kan het spaarvarken mee gevuld worden.

Autorijles is duur, dus waarom zou je het niet proberen. Tenslotte helpt elke euro om dat roze kaartje dichterbij te brengen.

En er komt ruimte in de kast. Kind blij, pa en ma ook. Goed plan toch?

Lekker

Zelden of nooit koop ik chips. Niet omdat we ze niet lusten, maar staat zo’n schaaltje op tafel blijven we ervan eten. En dat is niet goed, te zout, verslavend, te vet…!

Daarbij komt dat ik “echt” eten wil. Dus met echt paprikapoeder, niet met een fancy smaakje uit een chemische fabriek. Maar goed, al die grote zakken chips kopen we dus niet.

Maar vorige week waren we in Piershil. We reden er naar toe na afloop van het fysiobezoek. We wisten een plekje aan het water met een lekker bankje, waar we onze boterhammetjes opaten. Zonnetje, windje, nog wat meer lekkers in de knapzak. Net een beetje vakantie.

We keken ook nog even in de plaatselijke supermarkt. En toen zagen we deze Hoeksche chips. Helemaal natuurlijk, geen gekke ingrediënten, geproduceerd in de buurt. Bijna een echt vakantie souvenir 😉

En lekker dat die chips zijn. Internet leerde ons dat we niet helemaal naar Piershil hoeven rijden, want ze zijn ook hier in de buurt te koop.

Recept

Van Lies kreeg ik een recept van een Ierse cake. Niet gemaakt met melk en boter, maar met thee en slechts één ei. Dat moest ik eens proberen.

Irish Barmbrack
225 gr. rozijnen (of een combinatie van rozijnen en ander gedroogd fruit)
240 ml. koude sterke zwarte thee
120 gr. zachte bruine suiker (ik gebruikte 110 gr.)
1 losgeklopt ei
225 gr. zelfrijzend bakmeel
snufje zout en eventueel een theelepel speculaas- of kruidkoekkruiden)

Doe de rozijnen met de thee en de suiker in een schaal.
Laat het minstens 4 uur, maar liever nog de hele nacht staan zodat de suiker goed oplost en de rozijnen de thee kunnen opzuigen.
*****
Verhit de oven voor op 160 graden Celcius.
Vet een cakevorm (ongeveer 21 x 11 cm) in met boter of olie.
Voeg bloem, ei, zout en eventueel kruiden toe aan het fruitmengsel.
Roer tot alle bloem is opgenomen en een stevig deeg/beslag ontstaat.
Doe het deeg in de ingevette cakevorm, strijk glad en bak de cake ongeveer 1,5 uur.
Test de cake met een satéprikker. Komt die er droog uit, dan is de cake gaar.

Natuurlijk vond ik op internet nog diverse variaties, vrijwel allemaal gelabeld als “echt” en “origineel” Iers. Soms iets luxer, vaak zelfs veel luxer, met bier in plaats van thee, met extra whiskey, met een keur aan allerlei gedroogd fruit. Maar dit lijkt me wel een oigineel recept, dat van moeder op dochter werd overgegeven.

Oh ja, de Barmbrack smaakte heerlijk!!! Je kunt de plakken met wat roomboter besmeren, maar dat vind ik niet echt noodzakelijk. Ik haalde er ruim 12 stevige plakken uit. En vanzelfsprekend kreeg Lies er ook een paar.

Speelgoed

Bron: Facebook

Sociale media zijn soms een bron van ergernis, maar ook een goudmijn aan leuke vondsten.

Op Facebook vond ik dit grappige speelgoed fornuis. Je kunt je zo voorstellen hoe kleine meisjes (en misschien ook wel jongetjes) hier uren mee hebben gespeeld. Vader en moedertje waren, eten moesten koken of vieze soep wilden maken voor die vervelende visite-mevrouw.

Nu hebben kinderen heel ander speelgoed. Soms is het van tandenknarsende zoetheid in roze of hemelsblauw, maar vaak zie ik speelgoed dat me iets te veel de werkelijkheid benadert. Pistolen, tanks, akelige voorwereldlijke dieren, ik zou het niet graag kopen.

Maar zouden kinderen van nu nog met zo’n fornuis willen spelen? Is het niet te bepalend, vastgepind op koken en zorgen…? Ik zou het eigenlijk niet weten.

Even kijken

Facebook / Harm Geerligs / Natuurfotografie in Nederland

Niet alleen wij vinden de prijzen tegenwoordig de pan uit rijzen, maar ook de dieren bedenken zich wel even voordat ze beslissen wat ze zullen nemen.

Tenminste, dat lijkt zo op deze foto, die ik vond op Facebook. Die reiger lijkt zich te bedenken of hij nou wel of geen kibbeling zal kopen. Het is wel kabeljauw en geen goedkopere vis, maar toch… Best een flinke prijs voor een portie. Een beetje reiger schrokt dat in no time op.

Misschien toch maar even wachten tot er een aardig mens zijn portie met mij wil delen….

Nog altijd handig

De naam Lilian Gilbreth zal niet direct een belletje doen rinkelen. Maar Lilian, samen met haar man Frank Gilbreth, was een van de eersten de “arbeidspsychologen”. Zij analyseerde het werk en de bewegingen en zorgde dat alles zo efficiënt mogelijk gedaan werd. Niet alleen omdat je dan beter werkte, minder moe zou worden, maar vooral omdat je dan meer werk in kortere tijd kunt doen.

Bron: Google foto’s

Toen Frank op 56-jarige leeftijd kwam te overlijden, moet Lilian het zelf zien te rooien. Maar dat was voor een vrouw niet altijd gemakkelijk. Toch werd zij bekend als de bedenkster van onder andere de pedaalemmer. Een inmiddels onmisbaar voorwerp in onze huishoudens.

Lilian en Frank waren ook de ouders van 12 kinderen. In hun huishouden zou alles op rolletjes gelopen moeten hebben, maar of dat ook echt het geval was…?

Wie dat wil weten, zou “Voordeliger per dozijn”, geschreven door Frank Gilbreth Jr. moeten lezen. Absoluut leuke lectuur.

Evert Bouw

Bron: Facebook / Ronald Glind
Bron: De Veluwenaar / Louis Fraanje

In het Barnevelds Pluimveemuseum was ook een deel ingericht met dingen uit de nalatenschap van Evert Bouw. Dat klinkt heel wat, maar Evert was geen rijke man. In tegendeel, hij leefde heel eenvoudig, bewerkte zijn lapje grond ergens tussen Barneveld en Voorthuizen. Zomer en winter, onder alle weers-omstandig-heden.

Hij was -wat we nu noemen- zelfvoorzienend. Hij hield er een geit en wat kippen, die niet geslacht werden, maar rustig oud mochten worden. Verbouwde zijn eigen aardappelen en groenten, had wat fruitbomen en leefde rustig in zijn eigen ritme. En wat hij verbouwde, at hij zelf ook op.

In deze tijd, waarin we zo bezig zijn met duurzaam leven en toch zo verspillend omgaan met wat de aarde ons levert, valt veel te leren van dergelijke mensen. Een eigenzinnig man, gelukkig op zijn eigen manier.

Ik vond het ontroerend te zien hoe een mens zo onafhankelijk op zichzelf kan leven en zorgen.

Ietsiepietsie te druk

Bron: Facebook / E.c. Weve

Op Facebook zag ik deze oude reclame. Die keuken oogt wel aardig, een hangmat om te zo nu en dan lekker te rusten of te lezen lijkt me ook geen slechte keus.

Maar dat tapijt…..! Zo druk, zo veel kleuren, maar ook zo vies. Want wat als je er iets op morst of de melk floept uit je hand..? Nee, dat zou mijn keus niet zijn.

En bij nader inzien, hoe handig is zo’n hangmat? Lastig om in te gaan liggen en er uit ben je ook niet zo 123… Geen optie!

Vroeger was dus alles ook al niet beter 🙁 Voordeliger wel.

Verzamelen

Bron: Facebook / Museum News

Plastic broodclips zijn er in soorten en maten en natuurlijk worden ze niet alleen gebruikt om de broodzak af te sluiten. In mijn keukenla liggen er altijd wel een paar en ze worden regelmatig hergebruikt.

Tegenwoordig zijn ze niet meer van plastic, maar van karton. Zelfde ontwerp, maar veel minder stevig. Die gooi je na de eerste keer weg.

Maar dat er zoveel soorten en maten waren, dat had ik niet gedacht. Gelukkig is er altijd wel iemand die zulke kleinigheden op waarde weet te schatten en ze dus bewaart voor de toekomst. Er is zelfs een naam voor “occlupanids”.

Vele decennia later kunnen onze nazaten zien hoe handig, universeel inzetbaar en leuk ze waren.