Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen. Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
De zoon van Jules de Corte zingt een liedje van zijn vader: De wonderman. Een liedje dat je onmiddellijk herkent als “ja van….!” en ook nog altijd fijn om te luisteren.
Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen. Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
Hoe ik aan de link voor deze song kwam, geen idee. Maar ik vind het een ontroerend verhaal. Een verhaal in een song, gezongen en gespeeld door John Prine.
Het is altijd weer een verrassing hoe een hotelkamer eruit zal zien. De kamer die we kregen toegewezen was prima. Ruim, schoon, mooie badkamer, prima bed.
Maar wat misten we een kleurtje in die kamer. Alles was zwart, de muren, de kasten, de stoelen. Gelukkig lagen er twee kleurige kussentjes en was het beddengoed wit, anders was ik gillend weg gelopen.
Het hotel was verder uitstekend en we hebben er prima geslapen, dat wel. Maar voor ons hoeft zo’n donkere kamer niet. Geef ons maar een pittig kleurtje op de muur, desnoods een ratjetoe van kleuren en stijlen.
Onze oudste is al heel lang het huis uit. Net 18 was ie toe hij in Groningen ging studeren. En van dat ogenblik werd hij een beetje een Grunneger.
Daarna ging hij in Den Haag wonen. En van lieverlee werd dat zijn stad. Het knaagt een klein beetje dat hij Rotterdam met een schuin oog bekijkt. Maar ja, zo gaat dat. Het is niet anders.
Als hij komt brengt hij vaak iets lekkers mee, van een slager op de Fred, van een Haagse bakker.
Zoals laatst, toen hij met deze onmiskenbare Haagse Harry-doos aankwam. Er zat een Haagse poffert in, of zoals ’t op z’n plat Haags heet “uhn poffah”.
Onbekend voor ons Rotterdammers, maar erg lekker. Het lijkt op een enorme krentenbol, met een laag zoete vulling.Haagse Harry houdt zo te zien van een stevige hap.
We wilden er even een paar dagen tussenuit. Niet te ver, naar België misschien? En toen zag ik een berichtje over Lier. Nooit van gehoord, moest ook opzoeken waar het lag. Nou vlak bij de grens, we waren er zo.
Een kleine plaats, maar heel gezellig. Vrijwel alles is op loopafstand en er is beslist heel wat te zien. Het is de geboorteplaats van Felix Timmermans, er is een mooie klokkentoren met bijzondere uurwerken en een planetarium. Je kunt over de stadswal lopen en er is een begijnhof dat dateert uit de 14e eeuw.
En natuurlijk zijn er talloze terrassen, waar met gulle hand bier en andere dranken geserveerd worden. Het viel ons op dat elke biersoort een eigen glas heeft. En dat staat heel erg gezellig op de tafeltjes. En als oud-bierproever liet Leo zich natuurlijk diverse soorten goed smaken.
Er volgen nog meer blogjes over ons bezoek aan Lier, maar voorlopig een korte diashow als voorproefje.
Onze eigen Nijntje van Dick Bruna is niet alleen in Nederland populair, maar ook in Japan. Begrijpelijk want de stijl van Dick Bruna appelleert aan de stijl van de Japanners. Simpel, zonder poespas. Geen lijn of streepje te veel.
Nijntje is dan ook veelvuldig te spotten in Japanse winkels. En nu Nijntje inmiddels 70 jaar oud is geworden, is er in Kobe een tentoonstelling georganiseerd. Daar zullen vast wel mooie posters van gedrukt zijn, maar dit vond ik een heel bijzondere manier van aandacht trekken voor die tentoonstelling.
Simpelweg twee stippen en een kruisje op een gebouw. Et voilá, daar is Nijntje. Mooi en treffend in alle eenvoud.
Hoe zou ons leven er uit zien als ik toen een andere beslissing genomen had?
In 1971 viel Sint op zondag en zwager wilde dat vieren op zaterdagavond. Mij kwam dat helemaal niet uit, ik wilde naar de jeugdsoos. Sint vieren kon ook gewoon op zondag. Zwager vond het niks, schikte zich mopperend.
Ik kende de soos niet, voelde me er een beetje verloren. Totdat die ene jongen binnenkwam. Ik schoof meteen naast hem en begon een gesprek.
De jongen heette Leo, was erg aardig en bracht me thuis. Al na een paar dagen belde hij om een afspraak te maken. De rest is geschiedenis. We gingen al heel gauw samenwonen en op 14 augustus 1973, zijn we getrouwd.
Maar had ik naar mijn zwager geluisterd, had ik Leo nooit ontmoet, hadden we geen twee zonen gekregen. Was die foto nooit gemaakt.
En was ik ook niet vandaag precies 52 jaar getrouwd. 😉 😉 😉
Wie er over schreef weet ik niet meer. Maar meteen nadat ik over dit boek las, kon ik het vinden in de bieb. De schrijfster kende ik al van een eerder boek, dat ik met veel plezier had gelezen.
En ook dit boek hield mijn aandacht behoorlijk vast. De beschrijving van de vijf zussen, waar ook schrijfsters moeder toe behoorde, was op veel plekken herkenbaar. De vrouwen waren allemaal geboren in het begin van de 20e eeuw. Een generatie die ik ken van mijn eigen moeder, haar zussen.
Loes Hegger: Zoals zussen zijn.
Als hun moeder plots overlijdt, wordt zwijgend aangenomen dat de oudste dochter het huishouden op zich neemt. Zij is net vertrokken naar het buitenland, wordt halsoverkop teruggeroepen en ziet haar dromen en haar kansen op een eigen leven vervliegen. Het maakt haar boos, streng en zurig.
De oudste moet zich schikken. Die simpele gedachte van “zo hoort het, dus zo gaat het” past in die tijd. De man/vrouw verhoudingen, de plaats van de vrouw en haar ondankbare, maar vreselijk belangrijke taken in het huishouden, zullen velen herkennen.
Niet alleen oudste zus, maar ook de anderen, voelen het gebrek aan duidelijke waardering, de weggestopte gevoelens en frustraties, het uit de weg gaan van lastige vragen.
De verstikkende regels van fatsoen, maar ook soms -binnenkamers- bevrijdende slappe lach en het beoordelen van afwijkend gedrag.
Maar toch is er de onmiskenbare liefde en verbondenheid van de zussen. Al worden de goed bedoelde bedoelingen ook weer niet snel herkend.
Al met al een goed leesbaar boek, dat de lezer misschien wel even aan het denken zet.