Service

Service is in Nederland bijna een vies woord geworden. Neem nou de service van de ABN AMRO. Voor mijn gevoel bestaat die geheel en al uit digitaal converseren en bedragen in rekening brengen.

Wij hebben er nog een kleine hypotheek lopen. Die wilden wij dit jaar in zijn geheel aflossen. Okay, dat hadden we natuurlijk ook al aan het begin van het jaar kunnen doen, maar het was er nog niet van gekomen.

Op 12 december belden we, na veel zoeken, met de bank en kregen te horen dat zoiets via een formulier zou moeten. De man van de klantenservice zou het meteen regelen en dan kwam het in orde.

Maar op 20 december hadden we nog geen brief ontvangen. We dachten namelijk dat we die brief per snailmail zouden ontvangen. Maar nee, het werd digitaal verzonden. Dat ontdekte ik pas na de kerst. Nu moeten we dus wachten tot het volgend jaar. Je zou zeggen dat de bank voor de kosten die ze ons in rekening brengen, toch wel een brief met een postzegel kunnen sturen. Temeer daar ze nogal lastig doen over zoiets simpels.

Nu schuiven we het plan maar naar 2020 🙁

Geld berekenen kunnen ze op alle mogelijke manieren, maar voor een echte brief moet je niet meer bij de bank zijn.

Geluk…

Tussen alle kerstkaarten die wij jaarlijks ontvangen, zit ook altijd een kaart van een Marianne, een oud-collega van Leo.

Zij werkt al lang niet meer op kantoor maar is een heel andere kant opgegaan en volgde een opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag.

Hier hangt al vele jaren een prachtige foto van een pluizige paardenbloem, die Leo van haar kreeg bij zijn afscheid van de brouwer van het heerlijk heldere gerstenat.

En ook krijgen wij dus altijd een bijzondere kerstwens. Die van dit jaar wil ik graag met jullie delen.

Wandelen

Nou nee, eigenlijk niet wandelen. Want vorige week donderdag gingen de Ganzenpas dames wel weg, maar niet te voet. Ze namen de nieuwe metrolijn (of heet dat tegenwoordig Randstadrail?) naar Hoek van Holland. Het eindpunt is nu nog het oude treinstation, maar wordt -als alles goed loopt- volgend jaar doorgetrokken tot het strand. Dan rol je zo het strand op.

Maar we gingen met z’n allen lunchen en dus waren de meeste wandel-schoenen thuis gebleven en vervangen door wat chiquere exemplaren, die wel mooi zijn maar niet lekker lopen over langere afstanden. Het was jammer dat drie dames wegens omstandigheden niet mee konden, maar we hopen dat die er ook binnenkort weer bij kunnen zijn.

En hier zitten we dan aan tafel in De Torpedoloods. De lunch smaakte heerlijk en na afloop gingen we weer met de metro terug naar Rotterdam-Ommoord. Natuurlijk werden er ook plannen gemaakt voor volgend jaar. Want in de zomer, met lekker zonnig weer, is dit natuurlijk ook een hele mooie bestemming en dan zullen we zeker een flink eind lopen.

Nu vieren we eerst Kerst, maar op 2 januari 2020 om half elf verzamelen we weer bij de Gulle Gans en starten met frisse moed aan onze wekelijkse wandeling 😉

Donkere dagen

Tja, aan de donkere dagen voor Kerstmis valt niet te ontkomen. We dromen (en verlangen soms) naar een witte Kerst, maar dat blijven vooralsnog dromen….

De afgelopen dagen was het vooral somber en grijs en dan steken wij al meteen na het opstaan wat lampen aan. Ik word beslist depressief van een donkere kamer. Het hoeft niet fel verlicht te zijn, maar een klein lampje hier en daar, de kerstverlichting natuurlijk…! Het maakt dat ik opgewekt mee zing met de (kerst)songs die we spelen op grammofoon of CD-speler of laten spelen via Spotify 😉

Toch zag ik bij heel veel mensen donkere huiskamers, ook al waren ze wel thuis. Ik kan me er niks bij voorstellen. Ook vroeger thuis was er altijd licht aan. Het hield ook mijn moeder op de been in sombere tijden.

Ach, als de natuur ons geen zon schenkt, dan levert de energiemaatschappij nog wel een lichtpuntje 😉 😉 😉

Overdaad

Dit is niet het eerste blogje waarin ik mijn verbazing (en ergernis) verwoord over de overvloed in ons dagelijks leven. Ik realiseer me terdege dat niet iedereen deelt in die overvloed. En dat maakt het misschien nog wel pijnlijker.

Voor een kleine kerstbijeenkomst had ik toastjes nodig. Zelf kies ik daarvoor altijd een bepaald merk . Maar dit keer wilde ik kleine ronde melbatoastjes hebben. Met stomme verbazing stond ik voor het vak, waarin ik in de gauwigheid meer dan 30 verschillende soorten en merken aantrof. Toastjes gewoon, volkoren, meer granen, met spelt, met sesam, met kruiden, olijfolie, rozemarijn of peterselie. Natuurlijk ook in bio-kwaliteit, glutenvrij en nog vele mogelijkheden meer.

Deze screenprint is nog maar een klein gedeelte, meer paste niet op mijn scherm

Wat is er gebeurd in dit land? Eten we allemaal zo verfijnd, zo exquis? Is onze smaak ineens zo geperfectioneerd? Ik kan het nauwelijks geloven. En het gevolg van al die overdaad is dat er onnoemelijk veel moet worden vernietigd, want niet verkocht en dus over de datum. En daardoor wordt het product natuurlijk weer duurder.
Kostelijk voedsel, dat verspild wordt. En dat vind ik doodzonde!

Verspilling

Gisteren tipte ik deze uitzending al even aan. Bij de NDR (Duitsland) dus misschien niet voor iedereen nog te bekijken. Maar met een schrikwekkend verhaal over verspilling en geld, maar vooral materiaal, weggooien.

Foto via Google

De uitzending begint met een enorme stapel zakken waarin gebruikte textiel en kledingstukken zitten. Alles bij elkaar zo’n vier vrachtwagens vol, in totaal 5000 kilogram.
En dat wordt in geheel Duitsland elke twee minuten weggegooid .
Misschien is het in ons land een beetje minder, maar het blijven toch enorme hoeveelheden.

En als je dan ook nog eens leest dat we elk jaar gemiddeld 46 nieuwe kledingstukken kopen, en zo’n 6 paar schoenen, dan weet je dat deze over-consumptie de spuigaten begint uit te lopen.

Ik heb die cijfers met verwondering gezien en weet zeker dat ik niet zoveel kleding en/of schoenen koop. Zou niet weten waar ik het allemaal moet laten. Maar beangstigend vind ik het wel. Zoveel “welvaart”, terwijl het ook betekent dat aan de andere kant van de wereld mensen zich afbeulen om die spullen hier goedkoop en snel te brengen. Zou het volgend jaar misschien een ietsje minder kunnen?

Boek

Dorothé las ik over het boek van Ileen Montijn, waarna ik het onmiddellijk reserveerde bij de bieb. En toen ik een paar dagen daarna hoorde dat er zoveel kleding weggegooid wordt, moest ik het helemaal lezen.

Hoewel Montijn beslist prettig schrijft, is het geen roman. Er zit geen verhaal in, maar alle facetten van kleding herstellen in oude en nieuwe tijden komen aan de orde. Want door de eeuwen heen werd kleding beslist niet zo nonchalant in de vuilnisbak gegooid. Kleding was duur en hing niet en masse in een winkel. Het werd handgemaakt door naaisters en coupeuses. Niet dat die daarmee rijk werden, maar in elk geval werd er heel wat veranderd. Het is dan ook leuk om te lezen hoe een japon oorspronkelijk gemaakt werd en soms door de jaren heen veranderd, vermaakt, vergroot of verkleind werd. Om tenslotte te eindigen als kleding voor kinderen of “het lagere personeel” 😉

Wie geïnteresseerd is in kleding en mode kan in dit boek heel wat lezens- en wetenswaardig vinden.

Kunst

Zondag liet ik iets zien, waaraan ik geen “kunst”kaartje hang.

Bron: Google foto’s

Dit is natuurlijk wel Kunst, en met een grote K. Een zelfportret (?) van Jan van Eyck, gemaakt in 1433. Het lijkt of het nog maar kort geleden is geschilderd, maar het dus bijna zes eeuwen geleden dat Jan van Eyck zichzelf portretteerde. En nu nog steeds kunnen wij genieten van dit prachtige werk. De man kijkt ons aan, aandachtig, een beetje dromerig vind ik. Een man van vlees en bloed, waarmee je zonder woorden kunt praten.

Er zijn helaas niet veel werken bewaard gebleven van deze schilder. Nog maar zo’n kleine 20 werken zijn her en der in musea op deze wereld.
Van 1 februari tot 30 april 2020 wordt in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent een tentoonstelling gehouden over het werk van Jan van Eyck. Daar zullen we dan ongeveer de helft van deze werken kunnen zien. Die tentoonstelling staat hoog op mijn lijstje genoteerd.

Laatste keer

Alweer een periode afgesloten. Deze week moest ik voor de borstkankercontrole naar de radiologe in het Erasmus MC. Alles was goed. En ik hoefde voor haar niet meer terug te komen. “Ik hoop u nooit meer te zien” was haar afscheid zin en die bedoelde ze beslist hartelijk.

Ik was ook blij. Want al is het maar één maal per jaar, de gang naar dat EMC ligt me gewoon zwaar op de maag. Het is een routine-controle, maar toch… gespannen ben je altijd. Nu huppelde ik er weer zielsgelukkig uit. Niet meer terugkomen… Joepie!! Natuurlijk hou ik nog wel de controles in het IJssellandziekenhuis. En daar ben ik blij mee, want je weet tenslotte maar nooit…

We haalden bij de bakker twee lekkere tompoucen en vierden zo op onze manier het goede bericht. Fris en vrolijk -en een ietsie pietsie dikker- verder dus!