Klaprozen

Deze maand, augustus 2014, herdenken we het ontstaan van de 1e Wereldoorlog.
Ik heb destijds niet zo goed opgelet bij geschiedenis, maar ik kan me nog wel herinneren dat de moord op prins Franz Ferdinand de lont in het kruidvat was. Wie dieper ingaat op de aanleiding, ontdekt al snel dat het natuurlijk veel gecompliceerder lag.
Maar één ding is wel duidelijk: het was een grote en vooral bloedige oorlog, waarbij honderdduizenden soldaten het leven lieten. Hoeveel het er waren, daar kun je je bijna geen voorstelling van maken. Maar de foto van het “Bloodswept lands and seas of red” in Londen maakt het erg aanschouwelijk. Elke klaproos staat voor één in die oorlog gevallen Britse soldaat. In de loop van dit jaar zullen 888.246 rode keramieken klaprozen een bloedrood spoor vormen rond om de Tower of Londen.
Laten we stilstaan bij al die levens, die verloren gingen. En hopen dat oorlogen vooral geschiedenis zijn.

foto: http://www.mixedgrill.nl

 

Hiroshige

Collectie: Tokio National Museum

De Tokaidoweg liep in Hiroshige’s tijd naar Yoshida over een bamboebrug. Stevig en mooi.
Tegenwoordig, met al het drukke treinverkeer, is dat niet meer voldoende en werd een metalen brug gebouwd. Ach,  de meeuwen op de oever zal het een zorg zijn, die zoeken naar wat vis.

Ramen

Soms zie je gebouwen waarvan je denkt “heeft die architect eigenlijk wel nagedacht?”

In Rotterdam staat een hotel met op de begane grond vergaderruimtes. Met grote ramen vanaf de grond. Niks mis mee, zou je zeggen. Maar heb je de pech dat je als vrouw daar achter de vergadertafel zit, dan moet je goed oppassen dat je niet voor schut zit.
Een architect van een Berlijns hotel maakte het nog bonter. Die bedacht ook grote ramen, zelfs voor de toiletruimten. En zo konden voorbijgangers foto’s maken van mensen die, zich onbespied wanend, op de pot zaten. Hoe gênant…..

Koffie

Vinden jullie dat ook zo naar, koffie (of thee) in een plastic of kartonnen bekertje? Ik hoorde dat IKEA besloten heeft om de koffie voortaan zo te serveren, het bestek te vervangen door wegwerpbestek… Gelukkig is het nog niet ver, althans in het filiaal waar wij regelmatig komen.

Nee, ik ga voor een gezellige mok. Zoals deze bijvoorbeeld, zelfs voorzien van een koekjesopbergruimte. Helemaal te gek, toch?

 

Hiroshige

Collectie: Tokyo National Museum

Het is nog vroeg, alles in nog in grijze nevelen gehuld, als de reizigers Futakawa naderen. Een winkelier is bezig zijn winkeltje te openen, verder is het rustig.

Ook nu is het rustig in het stadje. Er is zelfs geen voetganger of auto te zien….

 

Hiroshige

Gestadig reizen ze verder, de mannen en vrouwen op de houtdrukken van Hiroshige. Ze naderen hier Shirasuka.Ook nu nog kun je vanaf de heuvel naar de zee kijken. Bijna alsof er geen eeuwen tussen liggen en er nooit strijd of wat dan ook geweest is.
Ook hier geldt dat tijd alle wonden heelt….

Hiroshige

  De ferryboot brengt reizigers en goederen over de rivier bij Arai. De bootjes zijn klein en worden met de hand geroeid.Nu zullen de toeristen wel in grotere en comfortabele boten stappen. De kleine scheepjes op de foto lijken me vissersbootjes. Ze zien er tenminste niet erg geavanceerd uit, voor een zo modern land als het huidige Japan is.

Leedvermaak

Nee, ik heb helemaal geen leedvermaak, want voorlopig lijkt het er toch op dat we nog vele mooie dagen met zon in het verschiet hebben. En dat is heel fijn als je nu op de camping zit. Maar afgelopen week kreeg ik via “De Sandwich” dit gedicht toegestuurd. En ik heb er erg om moeten lachen. Vooral die zin over de baas, die zo nodig op vakantie moet, waardoor de dichter(es) gedwongen is te werken.  Enfin, lees maar:

Het wordt een slechte zomer

Het wordt een slechte zomer, een zomer zonder zon.
Het regent tot in Spanje, u wist niet dat dat kon.
Het wordt een slechte zomervakantie, met veel mot,
de slaapzak klam en vochtig, de tent een druipsteengrot.

 

De campings in het Zuiden spoelen zomaar weg.
Het wordt een slechte zomer, ’t is zonde da’k het zeg.

Het wordt een slechte zomer, een zomer zonder zon.
Veel storm en wervelwinden, dus ook geen badminton.
Gelukkig moet ik werken, de hele zomer door.
Mijn baas wou gaan kamperen, dus ik zit op kantoor.

Ik mag pas in oktober, zodat hij nu kon gaan.
Hij is naar de Pyreneeën en daar woedt een orkaan.

Het wordt een slechte zomer, een zomer zonder zon.
De barbecue blijft binnen, ’t moet in de magnetron.
Zo tegen eind september dan knapt het zichtbaar op,
het was een slechte zomer, voor iedereen een strop.

Maar ik ga in oktober en dat is zonneklaar:
de allermooiste zomer valt in de herfst dit jaar.

Marijke Boon uit: Vandaar dat ik ween. Amsterdam, 1992