Kijken en wat boodschappen doen in een andere supermarkt levert ook weer andere beelden.
In de Jumbo viel mijn mond open van verbazing toen ik me realiseerde dat dit hele vak enkel en alleen uit huisdierenvoeding bestaat.
Nou ja, ook wat kattengrit en vogelzand misschien, maar verder katten-, honden of andere dierenvoeding.
We hebben geen huisdieren, maar als je ze hebt moeten ze goed verzorgd worden. Maar moeten die beesten echt zoveel en zo’n verscheidenheid aan eten krijgen? Of is dit een tikkie overdone?
Onze kinderen waren al vroeg het huis uit. Oudste met 18 en jongste met 19 jaar. Het waren eigenlijk nog pubers.
Daarom herken ik het probleem wel wat een vader beschreef. Pubermagen zijn nooit vol. Ze eten alles wat los en vast is en bij voorkeur de lekkere dingen die je in huis hebt.
Om niet telkens voor een lege voorraadkast te staan, plakte hij de bovenkanten van lekkere zaken af met oninteressante etiketten van etenswaren zoals van rijst of quinoa.
Wij verstopten de snoepjes en koekjes soms wel boven op de kast, in de beschuitbus of achter een stapel blikken. Maar ze vonden het toch.
Erg? Welnee, soms wel grappig. Al plakte ik ook wel eens een waarschuwing op een verpakking. Voor de visite of heb ik nodig voor het kersttoetje.
Nu blijft onze voorraad netjes en raakt soms zelfs over de datum. Zo heeft elke periode zijn eigen problemen…. 😂😂
Eigenlijk denk dat je het nergens meer kunt kopen, pruimtabak. Ja, in Indonesië zagen we het nog vaak, ook in Birma. Mensen met brokkelige zwarte tanden van het kauwen van betelblad. Het scheen zelfs een beetje mode te zijn. Ik vond het een vreselijk vies gezicht.
Vroeger kauwde men hier ook op tabak, pruimtabak. Je kon het gewoon kopen bij de tabakswinkel. Mijn moeder hielp bij zo’n winkel in de buurt en soms mocht ik ook achter de toonbank staan en sigaren, sigaretten en dus ook pruimtabak verkopen.
Sommige mensen hadden thuis een kwispedoor, een flinke pot waar de uitgekauwde prut in gespuugd werd. Wij hadden zo’n ding gelukkig niet in huis, al pruimde mijn opa wel.
Dan kwam hij bij zijn wekelijks bezoek op vrijdagavond al kauwend binnen. Ik vond hem niet zo aardig, want hij was vaak onhebbelijk tegen mijn moeder.
En was dan ook blij als hij rond een uur of negen weer naar huis ging. Dan kreeg ik meestal een dubbeltje. Maar soms “verraste” hij me een stopte dan zo’n warme, zachte en natte klets in mijn hand.
Ik word nog kotsmisselijk als ik er aan denk. Nee, ik had geen goede band met mijn opa. Maar een stukje over pruimen op de scheurkalender bracht me op dit blogje.
We hebben het allemaal nodig, elke dag. Vroeger gebruikte men een stukje krant, nu is het zachtste nog niet zacht genoeg.
Toiletpapier, het is absoluut niet het duurste deel van de boodschappen, maar wel het meest in trek. Maar dat je er om zou moeten vechten en dat er thuis een zeer ruime voorraad noodzakelijk is, lijkt me toch overdreven.
Maar daar blijken anderen dus geheel anders over te oordelen. De chef van een groot Plus-filiaal in Utrecht dacht dat een leuke aanbieding wel klanten zou trekken. En dat heeft hij geweten. De rollen wc-papier werden uit de handen van zijn medewerkers gerukt, mensen gingen bijna op de vuist en binnen no time was alles weg.
Het filmpje van de TV werkte bij mij vooral op de lachspieren, maar ik denk ook dat er een draadje los is bij de mensen die zo tekeer gaan.
In Rotterdam is men tegenwoordig niet zuinig met dure en vooral Engelse termen. Vooral bouwondernemers en makelaars hebben er een handje van.
Een woning die ik als “rijtjeshuis” zou definiëren, wordt meteen een stadsvilla. Een appartement op de bovenste verdieping is natuurlijk een “penthouse” of een “loft”.
Laatst liet ik Leo zo’n project zien. Hij keek er naar en zei meteen: Dat is toch gewoon een zolder…? En ja, daar had hij groot gelijk in. Je mocht het dan een beetje mooi aankleden, het was en bleef een zolderverdieping.
Bron: Google
Dat opleuken kan je natuurlijk in de toekomst doen, maar achteraf bekeken heeft het ook wel iets.
Leo sliep thuis op zolder. Maar daarvoor hebben zijn ouders jarenlang inwoning gehad op hun zolderverdieping. Schoonmoeder heeft het me ook laten zien en er dikwijls over verteld. Onder anderen haar zus woonde er een tijd, met man en kind.
Gewoon op de zolder dus, al zou men het nu een loft noemen. Het was een klein kamertje, met een piepklein afgeschoten stukje waar een kinderbedje in kon, een geïmproviseerd keukentje in het kolenhok en stromend (koud) water op de overloop. De wc was beneden en werd door schoonouders en inwoning gedeeld. Een badkamer was er niet. In die tijd van woningnood telde vooral een dak boven je hoofd en moest je enigszins behelpen en inschikken.
Ik weet nog hoe het er uitzag en het kwam op mij over als een beetje benauwend. Maar als loft lijkt het ineens een stuk luxer.
In Japan is het heel gebruikelijk om plastic nep gerechten in de etalage van een restaurant te zien. Handig voor wie niet zo goed uit de voeten kan met de taal. Je zoekt tevoren het gerecht uit en op de menukaart wijs je het aan.
Die gerechten zijn vaak heel kunstig gemaakt en bijna niet van echt te onderscheiden.
Laatst zag ik dit bij Donner. Niet als voorbeeld voor een restaurant. Ik moest eerst eens zelf goed kijken wat het precies was.
Het bleken kaarsen te zijn. Prachtig kaarsen, veel te mooi om aan te steken, want dan zijn ze zo niet meer om aan te zien. Maar meer siervoorwerpen, vind ik. Die kunnen wel een tijdje blijven staan te pronken.
En natuurlijk zijn ze veel vriendelijker voor de lijn.
Hoe ouder ik word, hoe drukker ik het lijk te hebben. Nou is de kersttijd altijd al een beetje druk, maar dit jaar ben ik zo bezig met bakken, dat het bloggen er een beetje bij inschiet.
Dus bezig geweest met ingrediënten zoeken, afmeten, wegen en alvast klaarzetten. De resultaten hebben nog even de tijd, er staat van alles te wachten.
Dit is in ieder geval al klaar. En ze smaken heerlijk.
Nou denk ik altijd, voordat je iets gaat verbieden, bekijk dan eerst wat de alternatieven zijn. Want wat zou het dan moeten worden? Geen idee… plastic…? Nee joh! Keramiek, papier met een plastic laagje?
Want, meldde Lactalis, zo’n doos is niet voor de sier. Die heeft een functie. Het hout zorgt voor voldoende luchtcirculatie en daardoor rijpt de kaas na. En toen krabbelde de Europese Unie terug…..!
Ik denk dat zo’n spanen doosje eigenlijk prima is. Die spanen komen van populieren, inheemse en snelgroeiende bomen. Die ook nog eens niet zo heel oud kunnen worden, na 50 jaar zijn ze op.
Waarom zou je iets veranderen wat uitstekend werkt?
Het begint steeds griezelig er te worden. Als ik wat zit te knutselen in mijn werkkamer, begint ineens de printer te ratelen. Verder niemand thuis, geen laptop of computer aan, telefoon ook niet.
Bron: Google afbeeldingen
Het blijkt een schoonmaakritueel te zijn. Er is wat geratel en gereutel, maar er komt geen papier uit. En na een tijdje is het weer rustig.
Maar wie heeft daarvoor opdracht gegeven? Ik niet, niemand. Tenminste, dat denk ik. Want misschien is het wel een verborgen instelling van de printer. En is het al vaker gebeurt zonder dat ik het wist. Nou ja, het zal er bij horen.
Ik wou dat zo’n verborgen instelling ook bestond voor het huishouden. ’s Morgens even wat gespetter en geplons en dan…. keurig nette en schone badkamer! Maar nee, helaas, die moet ik gewoon zelf met sop en lappen onder handen nemen.