Verschuiven

Dit jaar hebben we al een heleboel afspraken op de lange baan moeten schuiven. Noodgedwongen, omdat ziekenhuis of fysio geen gelegenheid hadden.

Maar ook de kapper, de pedicure, de mondhygiëniste, allemaal konden ze niet werken en moesten de afspraken ervoor verzet worden.

Voorlopig weet ik zelf nog niet wanneer en waar ik wel terecht kan…
Het is ook niet zo’n ramp. Mijn korte koppie kan er nog wel even mee door. De nog maar half gelakte en inmiddels veel te lange teennagels zitten nog in dichte schoenen verborgen. En de afspraken bij de dokters en zo kunnen gelukkig ook nog wel even wachten. Tandarts en mondhygiëniste zijn ook niet zo dringend (vind ik…. ).

Lastiger is het voor mensen met wel dwingende afspraken. Die moeten dus eerst voorgaan. Het zal voor alle assistenten nog een hele puzzel worden om iedereen aan de beurt te krijgen.

Muzikale maandag

In deze vreemde tijd, waarin we niet meer bij en met elkaar mogen zijn, vieren we koningsdag. Zonder vrijmarkt, zonder festiviteiten.
Toch laat ik deze dag hier niet ongemerkt voorbij gaan.

Ik denk niet dat Koning Willem-Alexander of Koningin Maximá mijn blog lezen. Ik weet het eigenlijk wel zeker 😉 Maar dat doet er niet toe.
Ik feliciteer hierbij de koning en wens hem nog veel gezondheid en geluk toe. En daar hoort een vrolijk dansje bij….

Geen woorden maar…!

Als je de titel van dit blog ziet, zou je denken dat ik een voetballiefhebster ben. Maar dat is niet zo. Het interesseert me maar matig, ken de spelregels niet. En dan ook nog ligt de club uit de Kuip me minder na aan het hart dan die van het Kasteel en Jules Deelder.

Maar geen woorden maar daden past niet alleen bij voetballen, het past ook bij het Rotterdamse karakter. Niet voor niks zegt men dat in Rotterdam de overhemden met opgestroopte mouwen worden verkocht 😉

Op de Rotterdamse kalender vond ik volgend verhaal:
In het poep-chique Marina Bay Sand Hotel in Singapore hoorde iemand in onvervalst Rotterdams roepen: “Sjon, hellup jai dat waiffie effe, dan ken ze ook nog mee naar bove!. De dame in kwestie was duur gekleed. Het waiffie was een schoonmaakster, die een grote en zware zak wasgoed in de lift probeerde te tillen. De echtgenoot van mevrouw, Sjon dus, was een ook al duur uitziende meneer. Maar dat belemmerde hem niet om met een zwaai de zak wasgoed in de lift te zetten, zodat ook de schoonmaakster mee kon.

Typisch Rotterdams, geen woorden maar daden.! 😉

Bron: Google afbeeldingen

Laurenskerk

Tijdens het bombardement op Rotterdam werden niet alleen heel veel huizen vernietigd, ook de Grote of Laurenskerk werd zeer ernstig beschadigd. Lang heeft de kerk in de steigers gestaan, maar gelukkig is ze nu weer in volle glorie te bewonderen.

Er moest natuurlijk heel veel opnieuw gebouwd en gemaakt worden. Zo ook de gebrandschilderde ramen. En hiervoor werd glazenierster Gunhild Kristensen gevraagd. Zij ontwierp drie prachtige ramen. Je zou toch denken dat de kerkleden daar zeer verguld mee waren. Maar nee, in de jaren zestig besloot de conservatieve tak van het kerkbestuur, dat zulk monumentaal werk door een man gemaakt diende te worden. Dus gaf -heel terecht- mevrouw Kristensen de opdracht terug. Slechts één raam werd geplaatst.

Gelukkig dacht men anno 2014 wat vooruitstrevender en werd geld opgehaald om alle drie ramen alsnog te plaatsen. En nu kan men ze bewonderen, want ze zijn prachtig. Alsnog gerechtigheid.

Bron: Google afbeeldingen

Gezegdes

Onze taal kent heel veel gezegdes. Maar er zijn ook van die uitspraken die alleen in je eigen kring te pas en te onpas opdoemen. Die alleen maar in jouw huishouden of familie worden gebezigd.

Bron: Google afbeeldingen

Van die opmerkingen die je altijd maakt wanneer er iets gebeurt. Bij ons is dat als Leo of ik mors met het eigeel van ons zachtgekookte eitje. Er druppelt wat dooier over het randje van het eierdopje en de ander zegt: “Daar zou oom Paul heel boos over worden”. Ach, oom Paul is al heel lang dood. Hij was een lieve man, maar knoeien met eten was hem een doorn in het oog.

En als je iets moet doen en er niet het juiste gereedschap voor hebt of te lui bent om het te pakken. Zo gebruik ik soms een mesje in plaats van een schroevendraaier. Wanneer er dan een opmerking wordt gemaakt, citeer ik mijn zus “In geval van nood, schil je aardappelen met een bijl”.

Ik ben benieuwd of jullie ook van die vaste uitdrukkingen hebben. Misschien zijn er wel zoveel, dat ik er nog een blogje aan kan wijden. Dus kom maar op met jullie verhalen….!

Glazen bol

Het nieuws over het virus begint een beetje af te nemen. Of zijn we murw van alle statistieken, cijfers en narigheden? Ik volg het nieuws al langere tijd niet meer op de voet.

Maar nu komen anderen met hun berichten. De betweters, de “ik had het al voorspeld”roepers, de beste stuurlui, die aan wal staan en oh zo goed weten hoe het allemaal geregeld had moeten worden.

Dat er zo’n enorme pandemie aan zat te komen, verbaasde me niks. Op de een of andere manier moet er weer een nieuw en beter evenwicht in de natuur komen. De Spaanse griep maakte meer dan 50.000.000 (vijftig miljoen) slachtoffers. En dat is nog maar een vrij bescheiden schatting. Het kunnen er ook twee keer zoveel zijn geweest. Hoeveel slachtoffers zullen er dan nu vallen? Is het nu nog maar een schijntje en zal er in de toekomst met nog veel grotere getallen gerekend moeten worden? We zijn geneigd te geloven dat de wereld maakbaar is, maar of dat ook zo is…?

Niemand die het weet…! Toch hoor je nu al mensen beweren dat het allemaal van te voren bekeken had moeten worden. Zo lees ik vaker dat er veel meer IC-bedden hadden moeten zijn. Ik vraag me dan altijd af of ze wel enig idee hebben hoe een IC-kamer er uit ziet. Welke apparatuur er aanwezig is en vooral welk prijskaartje er aan zal hangen. Ik schat dat je met 100.000 euro niet erg ver van de waarheid bent, maar ik weet echt niet of dat een redelijk bedrag is. Misschien is het zelfs hoger. Maar dat je met een paar IC-bedden al gauw richting een miljoeneninvestering gaat, lijkt me wel. Laat staan dat je eist om honderden meer bedden….!

Bron: Google afbeeldingen

Geloof me, ik weet heus wel dat de bezuinigingen in de zorg niet altijd helemaal terecht waren. Het had echt beter gekund en ik hoop dan ook dat we in de toekomst meer geld voor de zorg zullen uittrekken. En meer waardering zullen hebben voor de handen aan het bed.

Dat de managers zich wat bescheidener gaan opstellen bij de salarisvaststelling.

Maar laten we asjeblieft ophouden met het allemaal beter te weten. Niemand beschikt over een goed werkende glazen bol en achteraf praten is zo gemakkelijk. Wie alles van te voren weet, komt met een euro de wereld door.

Pareltje

Dit nummer kennen we vast nog wel, want het wordt nog wel eens gedraaid. En in deze gekke tijd, waarin thuis blijven het hoofdmotto is, willen we misschien allemaal wel heel even “Aan de trapeze” uit Ja Zuster, Nee Zuster.
Sluit je ogen, klim in de touwen… ga helpen sjouwen….

Compositie: H. Bannink
Arrangement / orkestratie: Ferdinand Boland
Tekst: Annie M.G. Schmidt

Terugkijken

Nu we zo veel minder te doen hebben, teruggeworpen op onszelf, denk ik vaak terug. Aan de verhalen van mijn moeder, uit haar jeugd en hoe het toen was. Nu heb ik spijt dat ik niet veel meer gevraagd heb, want ik weet slechts wat vage herinneringen.

Mijn moeder kwam uit een groot gezin, acht kinderen. De meeste heb ik niet gekend, zij waren al overleden voor ik geboren werd. Van sommigen had ik zelfs nooit gehoord. Dat waren de kinderen die slechts enkele maanden oud waren geworden. Over hun bestaan las ik in het Gemeentearchief van Rotterdam.

Mijn oma stierf in 1919, kort na de 11e verjaardag van mijn moeder. Of mijn moeder de Spaanse griep toen al had gehad of later kreeg, weet ik niet. Haar verhalen daarover waren vaag en kort: het was heftig, ze had het zo benauwd gehad dat ze uit het raam hing om lucht te krijgen.

Wel kan ik nu reconstrueren dat van dat gezin er nog vijf andere kinderen en mijn opa die griep hebben overleefd. En dat in een klein huisje, waar meerdere kinderen op een klein kamertje lagen. Waar geen badkamer was, misschien zelfs geen wc. Waar armoe heerste, zeker na het overlijden van mijn oma. Opa was schoenmaker en verdiende ook nog wat bij als kelner in een groot Rotterdams café. Soms speelden mijn moeder en haar zusje daar onder het biljart, want een oppas was er niet.

Opa ging met zijn gezin in de kost, wat toen der tijd gebruikelijk was. De verhalen die moeder en tante er over vertelden, logen er niet om. Gierige hospita’s, weinig te eten, geen privacy. En al gauw moest moeder gaan werken. Niks verder leren, maar lange dagen trappen en stoepen boenen voor een habbekrats en een schrale boterham.

Wat heb ik hieruit geleerd? Dat wij, in deze moeilijke, maar toch nog luxe tijd, niks te klagen hebben. Dat we voldoende kunnen eten, de gezondheidszorg nu zo vele malen beter is. Ook al hebben velen er wat op aan te merken. Dat klagen niks helpt, maar dat je beter je schouders er onder kunt zetten. Tevreden blijven en de tering naar de nering zetten.

Maar betere tijden komen er beslist. Misschien duurt het langer dan we willen of denken, hopen. Maar hoe dan ook, ook deze tijd gaat eens voorbij.