Oldtimers

This slideshow requires JavaScript.

Afgelopen zaterdag gingen we naar Culemborg. Niet alleen om een verjaardag te vieren, maar ook om even rond te neuzen in het gezellige centrum. Daar is vaak iets te doen. En laten we nu ook weer met onze neus in de boter vallen, want er was een oldtimershow. De Markt en omliggende straten en pleinen stonden vol met honderden oude auto’s, de meeste fraai opgepoetst, maar sommige met het stof van jaren er nog op. Er was voor ieder wat wils, bakbeesten van Amerikaanse sleeën, VW Kevers, veel rood en glimmend koper, versieringen die tegenwoordig volkomen taboe zijn. Op de laatste nipper moest er soms ook nog wat gesleuteld worden en sommige (bij)rijders hadden zich in toepasselijke kleding gestoken. Zelf maakte ik nog een alternatieve selfie en Leo moest natuurlijk met een VW Kever op de foto. Weer een dag vol goede herinneringen!

Feestkleding

Nee, geen blog over mode.
Dit is een rok die ik zag in een vitrine in het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek. Een heel bijzondere rok, gemaakt van restjes stof, oude dassen. Gemaakt om te dragen als het weer vrede zou zijn, er weer mogelijkheden waren om feest te vieren en te dansen.

Een rok van hoop op betere tijden.

Bewaren

Dodenherdenking

Gedicht van Paul Niemöller, op een muur in het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek.

Eerst kwamen ze voor de Joden
en ik zei niets
want ik was geen Jood

Toen kwamen ze voor de communisten
en ik zei niets
want ik was geen communist

Toen kwamen ze voor de vakbondslieden
en ik zei niets
want ik was geen vakbondslid

toen kwamen ze voor mij
en was er niemand meer over
die iets kon zeggen

Boek

Als we niet in mijn oude buurt gewandeld hadden, had ik van dit boek waarschijnlijk niet geweten. Maar het affiche op het raam van een huis aan de Mathenesserweg trok mijn aandacht. De bieb had het gelukkig en dus lees ik nu het ongelofelijke verhaal van een gezin -vader, moeder en twee dochters- die de oorlog overleefde door onder te duiken bij een katholiek gezin.
Carry Ulreich begint haar dagboek als ze nog maar 14 jaar is. Wat ze opschrijft is dan nog niet zo heel interessant. Vrienden, vriendinnetjes, school spelen de hoofdrol. De oorlog is rottig, maar ja, als 14-jarige beleef je dat toch anders en ligt je belangstelling niet zo bij politiek. Maar gaandeweg zie je haar groeien, volwassen worden. Lees je over hoe de sfeer en de leefomstandigheden in Rotterdam in die jaren zijn. Hoe er steeds meer beperkingen komen voor Joden. En dat ze uiteindelijk gaan “duiken”. Ze beschrijft het dagelijks leven, met toch nog wel leuke momenten, feestjes, dansen. Maar ook de ergernissen, de angsten. De soms ongelofelijke mazzel, het zich verstoppen, honger, zoeken naar voedsel, saamhorigheid. Haar dromen over vrede, misschien volgende week, volgende maand, jaar… wanneer…? Dan ja, dan is er eindelijk een einde aan die oorlog. Haar dagboeken stopt ze in haar rugzak en daar blijven ze. Totdat al dik in de 21e eeuw ze het dagboek terugvindt en het dan toch wordt uitgegeven.
Lezenswaardig, met soms rake bespiegelingen, en een volwassen kijk op een idiote wereld.

Bewaren

Bewaren

Huizen

Toen ik deze week naar het Arboretum ging, namen we een voor mij onbekende weg. Gewoontegetrouw lopen wij altijd vrijwel dezelfde route, maar nu kwam ik in heel andere straten. We liepen langs fraaie villa’s, want het is daar een zeer deftige buurt. Wie vroeger geld had, liet zich daar een huis bouwen. En ook toen wilde men vooral niet hetzelfde als de buurman, dus elk huis is weer anders. Deze huizen vielen me vooral op door de namen die zij droegen. Geen idee wie ze gebouwd had, maar… even snuffelen op het grote internet en kijk, dit las ik er over in Wikipedia:

Wagnerhof
In 1904 kocht de ondernemer in koek- en suikerwaren Johannes Eckhardt Dulfer de Villa Nuova aan de Vijverlaan, die beschikte over een uitgestrekte tuin. Hij doopte het huis om in Villa Wagner naar zijn held de Duitse componist Richard Wagner en liet op het terrein rond een uitloper van de vijver tien dubbele herenhuizen bouwen die hij vernoemde naar Wagneropera’s en figuren daaruit: Tannhäuser, Lohengrin, Wotan, Walküre, Rheingold, Siegfried, Parsifal, Tristan, Isolde en Rienzi. De namen staan in gouden Art Nouveau-letters onder de dakrand op de witgepleisterde gevels.”

Die suikerwerken en banket moeten wel heel lucratief zijn geweest, want het terrein is behoorlijk groot. Binnenkort ga ik er nog eens heen om wat meer te fotograferen. Natuurlijk zoek ik ook nog even verder of ik er iets meer over te weten kan komen, want ik vind dit wel intrigerend. Dus wie weet, binnenkort vervolg….. 😉

Boeken

Meerdere mede-blogsters schreven er al over, over het verhaal van de Joodse Selma, die met haar vader weet te ontsnappen aan Hitler, maar door het lot terecht komt in het China van Mao.
Ze voelt zich er niet thuis, maar weet zich toch staande te houden. Met haar man en kinderen vormt ze een gezin, dat tamelijk afgescheiden leeft, midden in Beijing. Ze wonen redelijk luxe, naar maatstaven van het communistisch regiem wel te verstaan.
Er zijn tijden dat het hen voor de wind lijkt te gaan. Ze kunnen zelfs op vakantie en ook haar vader komt voor korte tijd naar China op bezoek. Maar Mao gaat steeds extremere eisen stellen, en ook dit gezin krijgt te maken met armoede en voedselgebrek.
Als Selma alleen in Nederland is voor familiebezoek, begint in China de Culturele revolutie. Ook haar man en haar kinderen ontkomen niet aan die volksbeweging en raken er bij betrokken. In het westen druppelt er maar mondjesmaat informatie over binnen, die dan ook nog weinig objectief is. Ongecensureerde of waarheidsgetrouwe berichten zijn er niet. Desondanks, of tegen beter weten in, gaat Selma terug naar China. In Nederland laat ze een angstige vader en andere familie voor altijd achter.

Ik vond het een aangrijpend boek. Beangstigend om te lezen hoe mensen, waar ter wereld ook, in staat zijn om anderen hun duivelse wil op te leggen. Maar ook verbijsterend om te zien hoe miljoenen (jonge) mensen gehersenspoeld worden.
Een absoluut lezenswaardig boek, geschreven zonder opsmuk.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deuren

Toen ik laatst door de wijk van mijn kindertijd liep, kwam ik in het Justus van Effencomplex deze deur tegen. In eerste instantie wist ik niet goed wat ik zag. Glom die deur nou zo? Maar toen ik wat beter keek, zag ik dat het niet een geschilderde maar een glazen deur was. Een zeer trendy  geheel, zeker met de rest. Mijn moeder vond het destijds een beetje armoedig stukje van de wijk, maar daar was nu niets meer van te merken. Integendeel, chique was een betere omschrijving.

Verzamelen

Waar laat je al je spullen als er geen zakken in je kleding zitten? Dat is niet mijn probleem, maar was de vraag in Japan, toen er nog heel veel kimono’s gedragen werden. Vrouwen stopten hun kleine spulletjes in de mouwen. Daar was ruimte genoeg voor. Maar mannen hadden meer en vaak grotere dingen bij zich. Die hingen hun spullen aan een koord dat door hun riem werd gehaald. En dat werd dan weer gesloten met een verschuifbare knoop, een netsuke. En omdat in Japan van bijna alles kunstwerkjes worden gemaakt, gebruikten ze dus men niet zomaar een blokje hout met een paar gaten. Nee, het waren vaak kleine maar prachtig gesneden ivoren of (hard)houten beeldjes. Niet veel groter dan een lucifersdoosje, vaak veel kleiner, maar zo gedetailleerd.
Ik heb al vaak zo’n mooie netsuke gezien op een antiekmarkt, maar nooit gekocht. Omdat ze meestal ver boven mijn budget zijn.
Maar nu heb ik dan toch een kleine en mooie verzameling. Okay, niet in het echt, maar via Pinterest. En ik laat jullie even meegenieten 😉 (Dubbelklik op een foto om te vergroten)

Stonehenge

Alweer enige jaren geleden ging ik naar Engeland en bezocht ik ook Stonehenge. Een monument dat al eeuwen bestaat. Ongelofelijk hoe in de oudheid die verzameling stenen bij elkaar is gezet. En nog onbegrijpelijker dat de bewoners van toen ze konden neerzetten en stapelen zonder hijskranen.
Nu zijn er van die dwazen die menen dat zij hun namen met watervaste viltstift er op moeten schrijven.
Stongehenge

Rotterdam

Vandaag luiden in Rotterdam tien minuten lang alle (kerk)klokken binnen de brandgrens. Precies op het moment dat in 1940 het bombardement in Rotterdam plaatsvond. Het bombardement dat hele centrum in brand stak en vele slachtoffers maakte. Dat onuitwisbaar  in de herinnering van oude Rotterdammers staat. Nieuwe Rotterdammers, zoals ik, want van 1948, weten niet beter dat er in Rotterdam altijd wel wat gebouwd of herbouwd wordt. En die de stad zagen veranderen:  van een wat zielloos centrum werd het een bruisende metropool. Waar het goed toeven is en vele toeristen bewonderend kijken naar de soms heel afwijkende architectuur. Zoals hier, achter het stadhuis, waar je midden in de stad toch rustig aan het water woont.

Mei-14