Natuur in de stad

Deze uitbudinge druif kwam ik tegen op Katendrecht. Vroeger bekend om de dames van lichte zeden. Tegenwoordig een Rotterdamse wijk met allure. En daar zitten de bewoners natuurlijk niet achter de geraniums. Daar hoort iets van meer standing. Druiven, vijgen, olijven of Agapantussen, je kunt het er vinden. De bewoner van dit huis heel wat te snoepen. Of zou dit een Katendrechtse wijnbouwer zijn?

Bijnamen

Rotterdammers geven vaak een bijnaam aan gebouwen of plaatsen in hun stad. Zo kun je lekker winkelen in “De Koopgoot”, want “Beurstraverse” is veel te deftig. Het Blaakstation heet gewoon de “Fluitketel” en als je er bent, zie je wel waarom.

De brug hier heet in het officieel “Rijnhavenbrug” . Het is de verbinding tussen Hotel New York en Katendrecht. En die laatste wijk was alom bekend om zijn dames van plezier. Dus noemt elke Rotterdammer hem gewoonweg “De Hoerenloper”.

PS: Die meneer in dat rode jack is mijn eigen Leo en we maakten die middag gewoon een keurig wandelingetje 😉 Katendrecht wordt meer en meer een yuppenbuurt, met leuke winkels en gezellige restaurants. Dames van plezier zijn er nog nauwelijks.

Onverwachte ontmoeting

  Wie verwacht er nou een ontmoeting met twee varkens, midden in een Rotterdamse woonwijk. Toch gebeurde het! Op een kaal stukje grond in Katendrecht staat een echt Varkenshuis. De bewoners Blonde Arie en Slome Japie genieten er van de aandacht en het eten dat de buurtbewoners hun geven.

 

   

Wij kenden ze nog niet, maar op hun Facebookpagina staat te lezen dat ze al wereldberoemd in heel Nederland zijn. Ik heb de pagina geliked, want de stad kan nog wel wat natuur gebruiken. En zo leren kleine Rotterdammertjes er ook een heleboel wetenswaardig bij.
Rondom het Varkenshuis is een een Chinese moestuin aangelegd en staat er mais, dat als voer wordt gebruikt. Zullen Japie en Arie nou straks gekruide koteletjes worden?