Toeren

Na alle Corona-ellende waren we toe aan een paar dagen weg. Even een frisse neus en een andere kijk op de wereld krijgen. We boekten een “roadtrip”.

Via allerlei binnenwegen en weggetjes reden we naar Drenthe. En dan kom je door plaatsen waar je nog nooit van gehoord hebt.

Laat in de middag kwamen we aan in een heerlijk gelegen hotel voor onze eerste etappe. En met dit uitzicht konden we wel tevreden zijn.

De volgende dag besloten we te gaan wandelen. Niet zo’n lange wandeling, maar zelfs 2,5 kilometer bleken te veel voor mijn geplaagde knie.

Hoe jammer ook, halverwege kon ik echt niet meer verder. Dus een bankje opzoeken. Helaas, die bleken niet voorhanden te zijn. Maar op een omgekeerde voederbak kon ik ook wel even uitrusten. Daarna liepen we terug, in een zeer rustig tempo. Het laatste stuk liep Leo alleen naar de auto. Wat was ik blij weer in ons karretje plaats te kunnen nemen.

Die knie wordt echt niet veel beter meer. Ik moet het dus doen met wat ik kan en de ene dag gaat dat beter dan de andere.

Maar op kleine stukjes kun je ook genieten en wie het kleine niet eert….!

‘sMiddags reden we naar Orvelte, het museumdorp. Dat hadden meer mensen bedacht, dus toen het begon te regenen waren we daar al gauw weer weg.
Te druk en ook… te toeristisch. Jammer.

Waar was tie nou…?

Vorig jaar wilden de Ganzen een nieuwe wandeling maken. Route uitgestippeld, afspraken gemaakt. Maar het ging niet door. Omdat in dat gebied de eikenprocessierups zou huizen. En daar wilden we niet aan bloot gesteld worden.

Bron: Google foto’s

Dit jaar werd er een hele tijd niet in groepsverband gewandeld. Maar half Nederland trok in die tijd wel de wandelschoenen aan en liep van hort naar haar. De kranten stonden vol, maar over die akelige eikenprocessierups hebben we maar heel incidenteel gehoord. Nauwelijks mag ik wel zeggen.

En dat vind ik dan weer heel vreemd. Want als dat beestje jaren achtereen voor veel last zorgt, zouden die beesten dan in dit jaar ineens bijna weg zijn? Ik kan het nauwelijks geloven….!

Of waren we veel te veel bezig met dat nare C-virus? Werd daardoor alles overschaduwd? Wie het weet, mag het zeggen.

Exotisch

Nu het klimaat warmer dreigt te worden, zie je vaker echte exoten in tuinen staan. Smaken verschillen, maar zelf ben ik er niet weg van.

In het begin is het prachtig, maar na verloop van tijd verdort, verkleurt en verpietert zo’n boom of plant.

Deze ontdekte ik een aantal dagen terug tijdens een wandeling. Nu is hij nog prachtig en zeer fotogeniek. Ik hoop dat hij zo mooi zal blijven.

Wandelen

Na ons familieweekend wilden we nog even wandelen. Leo had een mooi plekje uitgezocht in de buurt van Arnhem. Ik kende het totaal iet, maar was wel heel erg verrast.

We liepen niet de hele wandeling, maar een verkorte route. En dat ging gelukkig boven verwachting goed, zodat ik binnenkort weer langere wandelingen hoop te kunnen maken.

Nadat we de parkeerplaats verlieten, zagen we in de verte al “de groene bedstee”. Een berceau van beukenbomen die samen een lange overkapte wandelweg vormen. Daar konden de dames van stand rustig wandelen zonder zon. Zo hielden ze hun mooie blanke huid. En ja natuurlijk, daar wilde ik wel even een kijkje nemen.

Op deze website leerde ik dat de bomen wel 150 jaar oud zijn. Maar ze worden regelmatig gesnoeid en worden dan niet zo dik als wanneer ze vrij uit kunnen groeien. Op hete zomerdagen moet het onder die beukenbomen heerlijk koel zijn. En je loopt er ook nog eens vrij van pottekijkers. Dat kan tenslotte wel eens prettig zijn… 😉

We gaan binnenkort vast nog wel eens die richting uit, want ik wil de hele wandeling ook nog wel eens maken.

Grote stille heide

We hoefden niet ver te rijden om bij de heidevelden te komen. Maar de grote stille heide? Nou nee, dat niet. Al was het niet echt druk. Maar je merkt dat heel veel mensen graag even een loopje hebben.

Leo en ik liepen een stukje met jongens en schoondochter mee op, maar nog steeds speelt mijn knie een beetje op. Dus besloten wij om terug te gaan en gingen zij verder.

Bij de auto wachtten wij en raakten in gesprek met een hondenmevrouw. En na niet al te lange tijd waren we weer met z’n vijven.

“De heide is aan de andere kant ook gewoon paars”, merkte jongste op. Maar schoondochter vertelde wel dat wij toch wel mooi de Schotse hooglanders gemist hadden. Tja, je kunt niet alles hebben.

Wij hadden dan weer een soort vogelhuis in het bos ontdekt, maar dat zal vol grote insecten. Wespen, hoornaars? Geen idee, maar gelukkig op veilige afstand te zien. En dat alles tussen de buien door.

Een hofje

Eén van de wandelvriendinnen woont in Rotterdam op een hofje, het hofje van Kuijl’s Fundatie. Samen met haar man zijn zij de beheerders van het hofje en zorgen dat alles daar goed reilt en zeilt.

En nu was de Ganzenpas uitgenodigd uit om bij haar koffie te komen drinken.

Anthonetta Kuijl

Het hofje beschikt over een grote tuin, dus niks stond ons in de weg. Nou ja, de regen dreigde roet in het koffiewater te gooien. Maar er was een -bijna nog mooiere- uitwijkmogelijkheid: de ontvangstzaal in het hoofdgebouw van de stichting.

En zo zaten wij daar op gepaste afstand en onder het toeziend oog van Mejuffrouw Anthonetta Kuijl aan de koffie.

Tussen de buien door konden we ook de tuin en een ander andere vertrek bekijken en hoorden we en passant hoe het -ook heden ten dage- nog zeer traditiegetrouw gaat bij een vergadering van de Hooge Raad.

En heel gezellige koffiemorgen met een niet al te lange wandeling.

Pluizig bolletje

Wanneer deze distelsoort begint te groeien is het eerst een stevige rozet van stekelige bladeren, waaruit een ook al stekelige steel komt met een soort van mini-artisjok.

Niet veel later zie je overal de paarse bloemen in het veld staan. En nu laat de plant een heel andere kant van zichzelf zien. Want in plaats van stekels toont ze nu dikke pluizige en zachte bolletjes. Eén zuchtje wind en de zaadjes waaien over het land uit.

Er zijn veel distelsoorten met evenzovele namen. Deze wordt, geloof ik, “kale jonker” genoemd. Nou, kaal is ie nu toch niet 🙂

Natuur in de stad

Vandaag een klein plantje, dat ik ontdekte bij het oversteken. In een nauw spleetje tussen stoeprand en tegels stond het.

Felgele bloemetjes, frisse blaadjes. Hoe het heet? Ik heb geen idee. Op mijn telefoon staat weliswaar zo’n app om planten te kunnen herkennen, maar daar had ik niet aan gedacht toen ik de foto maakte.

Ik was meer verbaasd om zoveel kracht in zo’n klein plantje. Want ondanks de rare plaats langs de weg, deed het erg zijn best om op te vallen.

Maar misschien wordt het nu wel door iemand herkend. Ik wacht dus maar even af…

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Reiger

Afgelopen week wandelden we na het avondeten nog een klein stukje. Toen we het bruggetje wilden oversteken, zagen we deze reiger.

Zo stilletjes mogelijk benaderde ik hem, mijn telefoon al helemaal klikklaar. Maar dat had ik niet hoeven doen. Hij was totaal gefocust op wat hij in het water meende te ontwaren. Had helemaal geen oog -en geen angst- voor de wandelende mensen.

Blijkbaar was het een goed voorzien stukje sloot, want diverse malen verdween zijn snavel in het water en liet hij iets naar binnen glibberen.

Was hij misschien nog aan het hoofdgerecht bezig, terwijl wij ons al verheugden op een toetje….? 😉