Bier

Op weg naar Lier wilden we niet door Antwerpen, hoewel de navigatie dat aangaf. Maar wij namen de afslag bij Brecht en reden binnendoor naar onze bestemming. Maar niet voordat we een bezoekje brachten aan de Abdij van Westmalle.

De Abdij zelf is helaas een klein aantal dagen in het jaar te bezoeken. De ommuurde gebouwen stralen rust uit, maar zijn ook zeer gesloten. Toch hebben we er heerlijk gewandeld, want het ligt erg mooi.

De monniken behoren tot de orde der Cisterciënzers, maar worden vaak Trappisten genoemd. Nog steeds worden er mannen opgeleid om monnik te worden. Zo’n opleiding is zwaar en duurt drie tot vijf jaar.

In de Abdij wordt al sinds 1836 bier gebrouwen, eerst voor eigen gebruik, later ook voor de verkoop. Het is een heerlijk biertje, dat in drie variaties te koop is. In 2005 werd Westmalle bier uitgeroepen tot het beste bier ter wereld. Sinds kort is er een vierde soort te verkrijgen, maar voorlopig slechts in een heel beperkte oplage.

Bij de Abdij stonden een aantal koeien stil te grazen. De Trappisten maken ook een speciaal soort kaas, Hervé kaas, gerijpt met trappistenbier. Dus misschien waren het wel de koeien, die de abdij van melk voorzien.

Haags

Onze oudste is al heel lang het huis uit. Net 18 was ie toe hij in Groningen ging studeren. En van dat ogenblik werd hij een beetje een Grunneger.

Daarna ging hij in Den Haag wonen. En van lieverlee werd dat zijn stad. Het knaagt een klein beetje dat hij Rotterdam met een schuin oog bekijkt. Maar ja, zo gaat dat. Het is niet anders.

Als hij komt brengt hij vaak iets lekkers mee, van een slager op de Fred, van een Haagse bakker.

Zoals laatst, toen hij met deze onmiskenbare Haagse Harry-doos aankwam. Er zat een Haagse poffert in, of zoals ’t op z’n plat Haags heet “uhn poffah”.

Onbekend voor ons Rotterdammers, maar erg lekker. Het lijkt op een enorme krentenbol, met een laag zoete vulling.Haagse Harry houdt zo te zien van een stevige hap.

Lekker

Zelden of nooit koop ik chips. Niet omdat we ze niet lusten, maar staat zo’n schaaltje op tafel blijven we ervan eten. En dat is niet goed, te zout, verslavend, te vet…!

Daarbij komt dat ik “echt” eten wil. Dus met echt paprikapoeder, niet met een fancy smaakje uit een chemische fabriek. Maar goed, al die grote zakken chips kopen we dus niet.

Maar vorige week waren we in Piershil. We reden er naar toe na afloop van het fysiobezoek. We wisten een plekje aan het water met een lekker bankje, waar we onze boterhammetjes opaten. Zonnetje, windje, nog wat meer lekkers in de knapzak. Net een beetje vakantie.

We keken ook nog even in de plaatselijke supermarkt. En toen zagen we deze Hoeksche chips. Helemaal natuurlijk, geen gekke ingrediënten, geproduceerd in de buurt. Bijna een echt vakantie souvenir 😉

En lekker dat die chips zijn. Internet leerde ons dat we niet helemaal naar Piershil hoeven rijden, want ze zijn ook hier in de buurt te koop.

Limonade

Als kind kreeg ik niet altijd limonade als ik iets wilde drinken. Dat bleef bewaard voor speciale gelegenheden. Nou ja, dat klinkt een beetje zwaar, zondag was al speciaal genoeg om limonade te schenken. Maar dan bleef het bij één glas. Had ik nog meer dorst dan voldeed de kraan aan mijn vraag.

Nu drink ik nog maar zelden limonade. Zelden kant en klaar, maar gemaakt van een heel klein beetje siroop en veel water. Het is me al gauw te zoet.

Gek genoeg hadden wij zelden zoiets als siroop. Dat vond mijn moeder niks. Dus kocht ze Sunrise limonade. Maar ze kocht ook flessen met druivenlimonade, van Franka als ik me goed herinner. Beide merken zijn al lang niet meer op de markt. Nu wordt de keus uit al die verschillende merken soms te ingewikkeld.

Laatst zag ik een foto van het affiche van Sunrise, dat in Rotterdam geproduceerd werd. En toen ging het luikje in mijn herinnering weer open.