Bron: Facebook / Norman Rockwell / Peter Gray’s Illustrated Magazine
Jammer dat kinderen de laatste jaren zo weinig nog buitenspelen.
Zelf ben ik best een huismusje, maar vroeger toen ik klein was, speelde ik toch vaak buiten. Knikkeren, verstoppertje, touwtje springen en natuurlijk ook “bokkie springen”.
Ik herinner me dat we dat op het schoolplein deden. Eerst springen en dan aansluiten in de rij. Vaak werden er meer kinderen achter elkaar gezet en moest je over een hele bubs meisjes. Want ik zat op een meisjesschool en jongens waren niet vinden. Die speelden wat later buiten….!
Over één kind heen lukte me wel, maar met meerdere werd het toch een beetje lastig. En nu begin ik zeker niet meer aan zo’n spelletje.
Ik weet eigenlijk niet meer of onze kinderen nog aan “bokkie springen” hebben gedaan. Dat zou ik ze moeten vragen.
Al als kind leerde ik dat dennenappels het weer konden voorspellen. Als de kegels gesloten zijn, gaat het regenen. Zijn de schubben mooi geopend, dan blijft het droog. Een soort van hygrometer dus.
Bron: Facebook / Esther Verhoef
Maar laatst leerde ik ook nog dat dennenappels heel wiskundig zijn. Ik citeer hier even Susan Veldman, die dit op Facebook vermeldde:
“Dennenappels hebben spiralen waarin de schubben groeien, een spiraal met de klok mee, de ander tegen de klok in.
Het aantal spiralen is altijd in dezelfde verhouding die past bij de Fibonacci-reeks. Die reeks is 0-1-1-2-3-5-8-13-21 enz (tel steeds twee opeenvolgende getallen bij elkaar op). In de gemiddelde dennenappel heb je 8 spiralen de ene kant op en 13 de andere kant op. Grotere hebben 13 de ene en 21 de andere kant op. Als je 13 deelt door 8, of 21 door 13 (of 34 door 21 enz) krijg je altijd 1,618333…). Dit noemen we de gulden snede.
Elke schub van een dennenappel groeit in een hoek van 137,5 graden. Dit is de gulden hoek. Zo passen de schubben perfect op elkaar.
Je ziet dit vaker terug in de natuur. Ook bij zonnebloemen bijvoorbeeld. Knap trucje van de natuur om zoveel mogelijk zaadjes te kunnen produceren.”
Wie goed kijkt, kan ook op Facebook veel opsteken!
Ergens in de zomer kwam hij, de kolenboer. Of het warm was of niet, of het regende…. het maakte niet uit. Hij sjouwde de zakken met kolen naar de zolder. 50 kilo ging op z’n schouder de 3 trappen op.
Mijn moeder had de loper al afgenomen. In een hoek van de kamer lag een stapel koperen roetjes die gepoetst moesten worden.
De kolenboer was voor mij een griezelige man. Met z’n zwarte gezicht, een zak over z’n haar.
Hij bleef altijd even zitten, kreeg een bakkie koffie of thee en maakte een praatje met m’n moeder. Want in het gewone leven was hij “oom Thomas”.
Niks griezeligs aan, een bekende en aardige man met een waterstokerij in het noorden van de stad. En al jaren bevriend met mijn vader. We gingen er regelmatig op bezoek en ook hij kwam met zijn vrouw bij ons over de vloer.
Maar als kolenboer herkende ik hem niet en leek hij een totaal ander mens.
Van het kalenderblad van deze afgelopen maand ben ik niet zo enthousiast. Waarom? Nou ja, zo’n vakantiebestemming spreekt me niet erg aan.
Een reis naar de Faeröer eilanden trekt me totaal niet. Ik associeer dat met somber, regen, storm en kou.
Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Elke landstreek heeft zijn eigen charme, dus ook deze eilandengroep, ergens op de Atlantische oceaan tussen Denemarken, Schotland en IJsland. Met ruige begroeiing, rotsen en vogels, heel veel vogels.
En nou ik dat zo zit te tikken, bedenk ik me dat juist die vogels me wel interesseren.
Maar toch, nee, we gaan er niet heen. Ook al is er sinds kort een tunnel tussen de grootste plaatsen en is het gebied natuurlijk oneindig veel interessanter dan ik me achter m’n laptop kan voorstellen.
Ik verwachtte een flinke pil toen ik dit boek in de bieb reserveerde. Maar het bleek een klein boekje te zijn, dat met gemak op mijn handpalm past.
Er staan zo’n 100 spreuken en wijze woorden in, allemaal bedacht om het leven ietsje zonniger te maken en somberheid uit te wissen. Her en der zal ik er eens eentje plaatsen.
De foto’s zijn geen van alle mooi, maar geven een pagina uit het boekje weer.
Als de spreuk je maar wel doet (glim)lachen en de zon een beetje laat schijnen.
Even twijfelde ik of er nog meer gezegd moet worden over de hitte van vorige week. Maar er moet me toch nog iets van mijn hart.
Ja het was absurd warm. Zo’n warmte die we niet zo vaak meemaken. Begrijpelijk dat het gesprek van de dag over niks anders ging. Maar mogen we volgende keer iets minder angst, maar wel veel meer gezond verstand aangepraat worden? Moeten we nu bijna per kwartier op de hoogte gesteld worden van welke temperatuur waar gemeten werd?
En alle weerkaarten mogen ook wel weer gewone kleuren krijgen. Niet dat rood, roder, roodst. Daar wordt toch niks koeler van.
Veel mensen moeten ondanks de hitte gewoon doorwerken: de pizzabakker, de bezorgers, het openbaar vervoer, de politie, de vuilnisman. In zieken- en verzorgingshuizen moet ook alles gewoon doorgaan.
In landen waar het regelmatig zo warm is, sluiten de winkels op het heetst van de dag. Doet iedereen het een beetje rustig aan. Dat zou in Nederland toch ook kunnen?
Ik verwachtte een flinke pil toen ik dit boek in de bieb reserveerde. Maar het bleek een klein boekje te zijn, dat met gemak op mijn handpalm past.
Er staan zo’n 100 spreuken en wijze woorden in, allemaal bedacht om het leven ietsje zonniger te maken en somberheid uit te wissen. Her en der zal ik er eens eentje plaatsen.
De foto’s zijn geen van alle mooi, maar geven een pagina uit het boekje weer.
Als de spreuk je maar wel doet (glim)lachen en de zon een beetje laat schijnen.