Kolenboer

Bron: Google foto’s / Limburgs museum

Ergens in de zomer kwam hij, de kolenboer. Of het warm was of niet, of het regende…. het maakte niet uit. Hij sjouwde de zakken met kolen naar de zolder. 50 kilo ging op z’n schouder de 3 trappen op.

Mijn moeder had de loper al afgenomen. In een hoek van de kamer lag een stapel koperen roetjes die gepoetst moesten worden.

De kolenboer was voor mij een griezelige man. Met z’n zwarte gezicht, een zak over z’n haar.

Hij bleef altijd even zitten, kreeg een bakkie koffie of thee en maakte een praatje met m’n moeder. Want in het gewone leven was hij “oom Thomas”.

Niks griezeligs aan, een bekende en aardige man met een waterstokerij in het noorden van de stad. En al jaren bevriend met mijn vader. We gingen er regelmatig op bezoek en ook hij kwam met zijn vrouw bij ons over de vloer.

Maar als kolenboer herkende ik hem niet en leek hij een totaal ander mens.

Ouderwets

Misschien is het nu ook in Tsjechië wel een ongewoon gezicht, want deze foto maakte ik in 2006 in Cesky-Krumlov. Toen werden daar nog kolen gestort en schepje voor schepje in de kelder geschoven. De wintervoorraad steenkool, die de huizen moeten verwarmen in de kille winters. Net zo als dat vroeger hier gedaan werd. Alleen werden bij ons thuis de kolen op zolder opgeslagen. En moest mijn vader dagelijks een kitje kolen halen. Geen kind die nu weet waar ik het over heb. Nostalgie, ja, maar of het nou ook “die goeie ouwe tijd” was? Geef mij maar een CV met thermostaat.