Knikkeren

Bron: Facebook / Peter Gray Illustrated magazine covers and posters

Hebben jullie geknikkerd? Ik wel en vaak ook. Gek hè, maar ik kan me eigenlijk niet meer herinneren of ik er goed in was. Dat zal dan wel niet….

We maakten een richeltje bij een muur als potje.
En dan pieken. Er waren gewone knikkers, sterren, stuiters. En wie won, mocht alle knikkers in het potje hebben. 

Ik bewaarde ze in een oud washandje, maar andere kinderen hadden ook wel mooi gemaakte knikkerzakjes. En na een tijdje raakte het op de achtergrond, ging je weer wat anders spelen.

Deze plaat van Norman Rockwell bracht het ineens weer allemaal in herinnering

Zaterdags ritueel

Vroeger, thuis hadden wij een koperen bel. En een koperen knop om de deur te openen. Misschien hadden we zelfs wel een koperen brievenbus. Het kwam maar heel zelden voor dat dat allemaal niet blinkend gepoetst was. Het behoorde voor mijn moeder tot het zaterdags ritueel.

Bron: Google fotos/Pinterest

Eigenlijk zie je het nog maar weinig, zo’n mooi gepoetste koperen huisbel. Tegenwoordig zijn het vooral elektrische bellen of zelfs digitale bellen. Geen zacht geklingel, maar een stevige dingdong. Efficiënt, zeker. Maar die glimmende bel en knop, het schone straatje, het was de trots van mijn moeder.

Eerst de mat goed uitkloppen, de deur met water afspoelen en daarna zemen, dan de straat vegen en schrobben. Als de emmer leeggegoten was, bracht ze die naar boven, met de spullen die erbij hoorden.

En dan kwam ze weer terug met het mandje met poetsspullen. Een busje koperpoets, wat heel naar rook, een door de tijd zwart geworden oude lap om de koperpoets aan te brengen. En dan werd alles netjes en glanzend uitgepoetst met een zachte flanellen stofdoek.

En dan kon de deur er weer een weekje tegen, tot de volgende zaterdag.

Oude foto

img_20260209_1323086883422707054819873567

Schoonzus was begonnen de oude fotoalbums van mijn schoonmoeder op te ruimen. En daarbij stuitte op deze foto. 

Niks bijzonders, gewoon mijn zus, moeder, mijn schoonmoeder en tante Fien. En de kinderen en ik natuurlijk. Leo maakte de foto.

Maar toch, behoudens de kinderen, Leo en ik, zijn ze niet meer in leven. Ja natuurlijk, mijn moeder zou al meer dan 122 jaar zijn, net als mijn tante en schoonmoeder. Mijn zus zou nog wel in leven kunnen zijn, 94 jaar…. tja, dat zou zo maar kunnen. Maar jammer, het heeft niet zo mogen zijn.

Dan ineens bedenk ik me dat onze kinderen nu ook al een beetje middelbaar worden….. En wij? We zijn inmiddels al even oud als onze ouders en tantes toen…….! Pfft, de tijd vliegt!

Autoped

Bron: Facebook / Anita Jansen van Loon

Een autoped, wat had ik die graag willen hebben. Maar helaas, dat zat er niet in. Niet omdat het gevaarlijk was maar omdat het slecht zou zijn. Eén been zou altijd belast zijn en het andere niet. Dat zou tot ongelijkheid leiden. Ja ja, eigenlijk denk ik dat het vooral om centjes ging.

Dat belette me natuurlijk niet om regelmatig op een autoped te rijden. Ik leende hem van een vriendje of vriendinnetje. Lekker steppen door de straat. Haar in de wind, jasje open…!

Leo had er wel een. Die struinde van hot naar her. Ging ermee naar zijn oma, deed er boodschappen mee. Hij wel, maar wat had ik daar aan?

Nu zie je wel eens mensen op zo’n grote step, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde. Nee, daarvoor moet je gewoon kind zijn.

Aansteker

Nu bijna geen mens meer lijkt te roken, zie je ook steeds minder aanstekers. Vroeger had elke man die wel in zijn achterzak zitten. Of hij had tenminste een doosje lucifers bij zich.

Bron: Facebook / Kees Pootjes

Mijn vader had er zo een als deze. Er zat een prop katoen in en als ie leeg was, moest er benzine in.

Dat hadden wij altijd in het gootsteenkastje staan. In een gewone fles, met een kurk erop.

En als die aansteker dan gevuld moet worden, druppel voor druppel, brak mijn vader een lucifer half doormidden, hing hem in de flesopening en druppelde zo voorzichtig de benzine in de houder. Al ging er ook wel eens iets naast.

Aansteker dicht en dan proberen of hij het deed. Ik hoor nog het geluid dat dat maakte. Soms lukte dat niet erg en moest de hele procedure opnieuw. Hij had engelengeduld daarvoor.

Soms deed de vlam het juist iets te goed. Dat was beslist een beetje gevaarlijk, met die fles in de nabijheid. Maar gelukkig is altijd alles goed gekomen. Brand hebben we nooit gehad.

Later kreeg mijn vader een mooie gasaansteker, maar of hij dat echt ook beter vond….? Ik betwijfel het.

Maandag met muziek

Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen.
Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.

Een ouwetje maar weer, maar nog steeds heel fijn om te beluisteren. The Cats met Times are when.

Als de clip niet start, dit is de link

Chocolade

Er zijn al heel veel oude merken verdwenen. De Haagsche hopjes worden niet meer gemaakt, de Punselie koekjes worden niet meer gebakken.

En weer is een bekend Nederlands merk ter ziele. Droste, van het blikje met cacaopoeder, de flikken, de ronde doos met daarin zo mooi de chocolaatjes in een cirkel.

In mijn voorraadkast staat nog wel steeds zo’n mooi blikje en ja, daar bewaar ik cacaopoeder in.

Maar ik zal ook de flikken missen. Ik kocht nog wel eens zo’n rol. Maar de beste herinnering heb ik vooral aan zo’n ronde doos met al die flikken keurig in het gelid.

Wat blijft is herinnering.

Kruidenier

Als ik denk aan hoe mijn moeder vroeger boodschappen deed, dan is dat natuurlijk heel anders dan nu. Elke dag ging ze wel even naar de kruidenier op de hoek, liep even de zaak van de groentenboer binnen en haalde wat vlees bij de slager.

We hadden nog geen koelkast, laat staan een vriezer. De was ging nog in de tobbe en elke dag was er ook nog wel eens klein handwasje te doen. En ondanks al het werk dat er gedaan moest worden, had mijn moeder dus ook nog tijd voor de boodschappen en de bijbehorende sociale contacten.

Bron: Wikipedia

Nu halen we de boodschappen in één keer en komen met grote tassen thuis. Misschien dat ik nog wel eens iemand tegenkom en een praatje maak. Maar vaak is dat niet het geval en pak ik zwijgend de boodschappen in mijn karretje. lles wat ik nodig heb, kan ik vinden op het winkelcentrum, in de supermarkt.

En toch, toch kan ik soms verlangen naar dat kleine winkeltje op de hoek. Waar het rook naar rookvlees en kaas, waar de kruideniersvrouw met iedereen een praatje hield en haast niet leek te bestaan. Zo’n gezellig kletspraatje, over van alles en niks. Dat vinden we niet op Facebook of Instagram.

Zo ging dat

Bron: Facebook / Norman Rockwell

Dit schilderij van Norman Rockwell laat niets te raden over. Het is duidelijk, dochter is te laat thuis gekomen. De schuchtere jongen achter haar kijkt schuldbewust. Hoe zal hij zich daar nou uit kunnen redden?

Het is een plaatje uit een tijd die al ver achter ons ligt. Tegenwoordig gaan jongelui uit rond de tijd dat pa en ma naar bed gaan. Hoe laat of hoe vroeg het is als ze thuis komen….. dat merken we vanzelf wel.

Maar ik moest toch weer terug denken aan de keren dat ik ná 12 uur thuis kwam en moeder al boos boven aan de trap stond. Vóór 12 uur, en geen minuut later. Tijd was tijd en daar had ik me aan te houden!

Hotel

Ach, zo’n goed hotel was het niet. Een beetje vervallen, oude chic en vergane glorie. Maar nu zal het dan toch verdwijnen. Hotel Central, waar voor ons zo’n belangrijke herinnering ligt. Dat geeft toch een klein steekje in ons hart.

Maar ja, zo gaat dat in Rotterdam. Daar moet veel wijken voor nieuwere, grotere en imposante gebouwen. Het zij zo! Alleen de gevel blijft staan, maar daar achter komt een nieuw gebouw met veel meer verdiepingen en dan gaat algauw het authentieke eraf.

Er waren vele illustere gasten, zoals Jimmy Hendrix, maar ook dat is geen reden om het gebouw te bewaren. We moeten vooruit in de vaart der volkeren, nietwaar?

En wij, Leo en ik, zullen alleen nog in gedachten kunnen terugkeren naar die ene avond, 4 december 1971. De avond waarop ik een beetje gespannen in de societeitszaal zat, wachtend op wat komen zou. En toen ineens, donderslag bij heldere hemel, die jongen binnenkwam. Netjes gekleed, blazer, nonchalant zoekend naar wat kleingeld in zijn jaszak.

En ik wist meteen, dit is hem! En daar ben ik nu al meer dan 50 jaar mee getrouwd.